Margot at the Wedding





92 min. / USA /
2007

Wie een ultiem bewijs wilt hebben dat het eerste decennium van
de 21ste eeuw stilaan op z’n einde begint te lopen, moet
maar eens naar de carrière van Nicole Kidman kijken. Nee, écht, ga
maar na: in 2001 bracht Kidman ‘Moulin Rouge’ uit, en
gelijk werd ze één van de godinnen van Hollywood (om nog maar te
zwijgen van een gay icon). In 2007 zat ze in ‘The Invasion’, een
pijnlijke horrorfilm met Daniel Craig waar geen hond naar is gaan
kijken. In 2002 won ze een Oscar voor ‘The Hours’, in 2006 kwam
Bewitched’ in
onze zalen, een film die van zichzelf scheen te denken dat het een
komedie was. Naarmate de jaren 2000 verder gingen, werd Kidmans
carrière steeds irrelevanter, enkel nog voortgestuwd op de
drijfkracht die ze een tiental jaar geleden wist te verzamelen. Eén
van de cruciale fouten die zij (en de mensen die haar castten)
steeds maakten, is dat ze wilden inspelen op de schattigheid van
Kidman, of op haar vermogen om een onschuldig slachtoffer te
spelen, terwijl ze eigenlijk veel beter is als ze een beetje
bitchy uit de hoek mag komen. ‘To Die For’, ‘Eyes Wide Shut’ en nu
‘Margot at the Wedding’ bewijzen dat Kidman opeens veel pittiger
van het scherm spat als ze kleine kantjes aan haar personage mag
geven. Als ze niet verplicht wordt om de hele tijd sympathiek te
wezen. La Kidman is dus in goeden doen in ‘Margot at the Wedding’,
en daar mag regisseur Noah Baumbach blij mee zijn. Want voor het
overige is zijn opvolger van het uitstekende ‘The Squid and the
Whale’
een serieuze tegenvaller. De man die ons een tweetal
jaar geleden nog wist te verrassen met sterke personages en een
frisse filmstijl, vervalt hier in pretentieus geneuzel dat zelfs
een getalenteerde cast niet kan redden.

Margot (Kidman) is een schrijfster van kortverhalen die na vele
jaren eindelijk nog eens haar zus Pauline (Jennifer Jason Leigh)
opzoekt, ter gelegenheid van diens huwelijk met Malcolm (Jack
Black). Pauline woont nog steeds in het ouderlijk huis, en zodra
Margot er samen met haar adolescente zoon Claude (Zane Pais) een
voet binnenzet, voelen we dat er iets fundamenteels miszit. Zij en
Pauline hebben al lang niet meer met elkaar gesproken, zonder dat
we ooit met zekerheid te weten komen waarom, Claude krijgt
regelmatig groffe verwijten in z’n gezicht geworpen en Margot voelt
ook maar niks voor Malcolm, een soortement kunstenaar die zijn
artistieke geloofwaardigheid voornamelijk te danken heeft aan het
feit dat hij nog nooit een job heeft gehad. De strubbelingen tussen
de familieleden hangen haast tastbaar in de lucht: er wordt continu
verwezen naar de (ondertussen overleden) vader van Pauline en
Margot, maar wat was er daar precies aan de hand? Waarom haten de
zussen elkaar zo? En welke lijken heeft Malcolm in de kast
zitten?

Dat alles klinkt als de aanzet voor een boeiend familiedrama –
zo ééntje waarin er schandalige verhalen uit het verleden onthuld
worden, er dramatische confrontaties tussen minnaars, verloofdes en
zussen komen, en ga zo maar door. Maar dat is dan buiten Noah
Baumbach gerekend, die buiten de regie ook instond voor het
scenario. Wàt hij precies wilde meedelen, is me nog steeds niet
helemaal duidelijk, maar een traditioneel drama was het in ieder
geval niet. Al bij al spreken de personages maar weinig uit, en
zelfs tijdens scènes waarin ze oncomfortabel eerlijk met elkaar
zijn, slaagt Baumbach er nog steeds in om ons geen fundamentele
informatie over hen mee te geven. Neem bijvoorbeeld een scène
waarin Pauline en Margot hun seksleven bespreken. Na de dood van
hun vader gingen ze er beiden schijnbaar stevig tegenaan, en de
beide dames stellen zich nu hardop de vraag waarom ze dat deden.
“Misschien was het wel gewoon omdat we er goed in waren,” poneert
Margot. Da’s een behoorlijk intiem gesprek, maar daarna is die
scène afgelopen en wat zijn we nu echt te weten gekomen over die
personages? Over hun trauma’s (die er duidelijk zijn), hun
conflicten, hun verleden? Erg weinig. Baumbach slaagt er in om ons
een film te geven over mensen die continu hun eigen gevoelens en
problemen aan het analyseren zijn, zonder dat we hen écht leren
kennen. De personages draaien rondjes rond elkaar en zichzelf,
zonder ooit tot inzicht te komen, en dat inzicht wordt ook de
kijkers ontzegd. Margot en co kennen zichzelf niet aan het begin
van de film, en ik geloof ook niet dat ze één stap dichter bij
zelfkennis zijn gekomen aan het einde ervan. Waarom doet Margot zo
bitchy tegen haar zoon? Ze vraagt het zichzelf af, ze
praat met Claude, ze praat met haar zus, ze is ermee bezig… Maar
tegen het einde is er nog steeds niets helder geworden.

‘Margot at the Wedding’ zal ongetwijfeld z’n fans hebben, die
zullen beweren dat het juist dat gebrek aan helderheid is dat de
film zo bijzonder maakt. Ik kan die mensen hun redenering
begrijpen: misschien gaat het verhaal inderdaad juist wel over
mensen die emotionele problemen hebben, zich van dat feit bewust
zijn, die de hele tijd met die problemen bezig zijn, maar er toch
nooit in slagen om het probleem afdoende te formuleren, laat staan
er een oplossing voor te vinden. Fair enough, die mensen
zullen vast een erg boeiende prent te zien krijgen. Maar de manier
waarop het scenario anderhalf uur lang in rondjes bleef draaien
zonder ooit ergens uit te komen, begon mij op den duur behoorlijk
te irriteren. In ‘The Squid and the
Whale’
kreeg je egoïstische, zwaar beschadigde personages, maar
ze hadden altijd iets erg menselijks, waardoor je toch om hen kon
geven, zelfs al vond je hen dan niet sympathiek. De mensen die
‘Margot at the Wedding’ bevolken, zijn gewoon egocentrische
smeerlapjes, die zo druk bezig zijn met zichzelf en hun eigen
gevoelens dat het ten koste gaat van iedereen om hen heen. Het komt
zelfs zo ver dat wanneer Margot aan het einde van de film tegen
haar zoon zegt dat ze hem graag ziet, ik niet zeker was of ik haar
wel moest geloven. Het personage had haar laatste krediet
kwijtgespeeld. Ik kan me niet voorstellen dat dat Baumbachs
bedoeling was.

De film heeft in ieder geval zijn acteurs mee. Kidman bijt zich
met overgave vast in een onsympathieke rol en doet meteen het beste
verhopen voor de komende jaren. Of je dit nu een geslaagde film
vindt of niet, het is wel een veeleisende rol die mijlen ver
verwijderd ligt van big budget crap als ‘The Golden Compass’.
Jennifer Jason Leigh (die we veel te weinig zien) is zo mogelijk
nog beter als Pauline, een dame die zich sterk voordoet, maar toch
een zekere kwetsbaarheid met zich meedraagt (hoewel die kracht noch
die kwetsbaarheid uiteindelijk ergens toe leidt, daar zorgt het
scenario wel voor). Ook Jack Black is goed bezig als nietsnut die
liever over zijn kunstprojecten praat dan dat hij eraan werkt. Zijn
huilscène aan het einde is hilarisch en pijnlijk tegelijk.

Het grote verschil tussen ‘The Squid and the
Whale’
en ‘Margot at the Wedding’ is dat ‘Squid’ over mensen
ging die in essentie goed waren, maar die slechte dingen deden. En
‘Margot’… Tja ‘Margot’ gaat niet over slechte mensen,
maar wel over mensen die zodanig met zichzelf bezig zijn dat ze
tussendoor de tijd niet vinden om goed te zijn voor eender wie in
hun omgeving.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

3 × 2 =