Promise Me This





137 min./Servië- Frankrijk/
2007

Een koe steekt haar kop door het vensterraam naar binnen en zegt
boe! Vijf in een miniautootje samengekoekte gangsters wippen
synchroon met hun hoofd mee op een zeer dominant Balkanwijsje. Een
giebelende zigeunerin met blote borsten zo groot als airbags plenst
in een geïmproviseerd buitenbad. Een zwaar besnorde maffiabaas
probeert met klokkende keelgeluiden een kalkoen te versieren. En
ondertussen blijven mensen maar door daken vallen, over hun eigen
benen struikelen en elkaar met losse flodders overhoop schieten…
Jep, Emir Kusturica is in the house! De Servische
regisseur die twee gouden Palmen won voor ‘When Father Was Away On
Business’ en ‘Underground’ is terug met zijn nieuwste,
rilatineverslaafde kindje ‘Promise me this’, een ruim twee uur
durende, uitzinnige, hyperkinetische pleziertocht waarin
Kusturica’s zoon zich weer voluit laat gaan in de bombastische
hoempapasoundtrack en papa lief weer zijn gekende vossenstreken
uithaalt. De onderdompeling in dit ballenbad vol flauwe moppen, is
voor een kwartiertje best geinig en plezant, maar daarna gaat die
kinderspeeltuin al vlug vervelen. Was dit nu echt je laatste
manische uitbarsting, Emir? Laten we het voor zijn én onze
rikketikker hopen…

De 12-jarige Tsane woont samen met zijn grootvader Zivojin en
koe Cvetka ergens in een afgelegen dorpje. Hun huis is volgestouwd
met gekke uitvindingen (waaronder een soort van ambachtelijke
hypnotiserende anesthesie) en de twee plagen elkaar er graag mee.
Wanneer het schooltje van de sexy lerares Bossa (de enige andere
dorpsgenoot) opgedoekt wordt omdat Tsane de enige leerling is, moet
de jongen noodgedwongen naar de stad. Grootvader geeft zijn
kleinzoon een drievoudige opdracht mee: hij moet Cvetka verkopen om
zich met dat geld een religieus icoon en een souvenir voor zichzelf
aan te schaffen. En als het kan, mag hij en passant ook
een vrouwtje meebrengen. In de stad aangekomen, gaat het al meteen
mis: de plaatselijke gangsterbende, onder leiding van Bajo (Miki
Manojlovic, een bekende kop in Kusturicaland), steelt zijn koe (je
wilt niet weten waarom). De groezelige boefjes beginnen bovendien
een oorlog tegen de neven van Tsane, willen Jasna (het meisje waar
Tsane zijn oog op heeft laten vallen) in de prostitutie lokken en
maken ook nog plannen om het eerste World Trade Center in Servië te
bouwen. In het dorpje probeert Bossa ondertussen een hardnekkige
aanbidder af te schudden en zet Zivojin alles in het werk om de
dorpskapel te restaureren.

Ik weet wat u denkt: onvoorstelbaar dat dit allemaal in één film
is geraakt, en dan hebben we nog niet alles verteld. ‘Promise Me
This’ is dan ook een film geworden die constant op hete kolen lijkt
te dansen. Het ritme ervan ligt ontzettend hoog en toch lijken die
twee uur verschrikkelijk lang. Je zou net denken dat aan het tempo
waarop hij grappen en sketches op de kijker afschiet (twee per
minuut?), Kusturica het verhaal toch makkelijk in anderhalf uur had
kunnen afhandelen, maar dat deed hij niet. De regisseur creëert
wederom een chaos waarin orde ver te zoeken valt, als een
verzameling van (sporadisch) geniale invallen, die hij vervolgens
chronologisch achter elkaar probeerde te lappen. Het is een film
die bovendien van weinig inspiratie getuigt: het lijkt of Kusturica
alle stokpaardjes uit zijn hele oeuvre heeft samengepropt in één
film en ze in snel tempo op de kijker loslaat. Kalkoenen,
geloofselementen, trouwpartijen, brassbandjes, hoeren,
hoerenlopers, everzwijnen, wilde schietpartijen en holderdebolder
slapstickhumor. En zelfs daarbinnen durft hij nog eens in herhaling
te vallen: die domme gangsters blijven maar in de valstrikken van
grootvader trappen en het naar adem happend kussen van Tsane en
Jasna, dat als grap begon, gaat ook geweldig op de zenuwen werken.
De film is ontzettend kinetisch, alsof Kusturica pas tevreden is
als heel het scherm schoddert, alle hoekjes zijn opgevuld en je
begint te wippen in je zitje. Als het maar beweegt, zeker?

Dat Kusturica visuele spelletjes boven een degelijk verhaal
verkiest, mag duidelijk zijn. Zijn beeldvoering is soms zeer
genietbaar (het bad vol appels smeekt om gefilmd te worden) en hij
is wel degelijk een creatieve filmmaker, alleen durft hij niet te
snoeien in zijn eigen ideeën (alles moet erin!) en wendt hij zijn
vondsten voor de verkeerde dingen aan. Hij doet er alles aan om de
film visueel aantrekkelijk en plezant te houden. Indrukwekkende
opstellingen, ingenieuze valstrikken, geflipte situaties, maar ook
aantrekkelijke composities (vb. de uit een rietje drinkende
zusters) en leuke camerastandpunten – als het maar mooi op beeld
pakt. Anders dan bij zijn voorgaande films blijkt er achter al die
waanzinnige emballage echter niets schuil te gaan. In een
Kusturicafilm eisen dat een romance geloofwaardig is, is misschien
absurd, maar het leeftijdsverschil tussen broekventje Tsane en
bijna-vrouw Jasna zorgt toch maar voor gefronste wenkbrauwen.
Kusturica’s personages zijn altijd nogal karikaturaal, maar
tegenover ‘Underground’ of zelfs ‘Black Cat, White Cat’ zijn ze
ditmaal eerder een hoopje begrippen dan mensen: de schietgrage
gangster, de lieve oude opa, de wulpse lerares, het mooie
meisje…

Voor het eerst gaat Kusturica ook een tik te ver in zijn
humoristische uitbarstingen, om te vervallen in het platvloerse.
Bajo die gewoon midden in de woonkamer de lamp stuk plast, het
lustig in het rond strooien met seks-met-dieren-suggesties… Veel
moet Kusturica op dat vlak niet onderdoen voor wat Borat deed met
Kazakstan; hij bevestigt op een gelijkaardige groteske manier de
uitvergrote clichés van zijn land. Het probleem is dat Kusturica
geen enkele emotie of diepgang biedt als tegengewicht voor de hele
hoempapa kakofonie vol lichamelijke humor, zoals hij dat bij zijn
voorgangers wel steeds subliem (of alleszins beter) erdoorheen wist
te weven. De hele film blijft op het basisniveau steken, dat van de
bewegende plaatjes. Er vallen nauwelijks tot geen politieke
onderhuidse steken te bespeuren (toch wel zijn dada) en waar hij
bijvoorbeeld bij ‘Arizona Dream’ nog magisch-realistische elementen
in zijn film stopte, moeten we het hier stellen met een eeuwig
rondvliegende circusartiest die symbool staat voor een uit de lucht
gevallen engel. De poëzie die hij anders door zijn films roert,
valt hier veel te pover uit.

Tot slot is de muziek zodanig vermoeiend dat het lijkt alsof er
iemand aan de binnenkant van je schedel zit te tokken. Bij ‘Black
Cat, White Cat’ was dat ook het geval, maar die deuntjes lagen veel
beter in het oor en ze zorgden nog voor onvergetelijk vermaak als
‘Pitbull Terrier’, dat foute Günther- you touch my tralala, my
ding ding dong
-achtig hitje.

De man van de tweevoudige Gouden Palm is dus in geen mijlen te
bespeuren. ‘Promise Me This’ is carnavalesk entertainment op speed
dat eventjes werkt, maar geen twee uur lang. Als Kusturica zo
doorgaat, vrees ik dat ik zijn naam binnenkort eerder met zoöfilie
zal associëren dan met poëtische cinema. Dringend tijd dus om een
nieuwe richting in te slaan, Emir, het liefst een ommetje van 180
graden.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

6 + 3 =