The Kite Runner




Regisseur Marc Forster begon zijn carrière niet bepaald op een
gunstige manier – zijn nochtans alom gelauwerde ‘Monster’s Ball’ was een
hoogdravend melodrama waarin Halle Berry openlijk naar een oscar
stond te hengelen en Billy Bob Thornton de wereld zijn scrotum liet
zien (of de wereld daar nu klaar voor was of niet). Ik vond er,
toepassend, geen zak aan. Maar gaandeweg werd het beter. Met zijn
laatste twee films week Forster af van de platgetreden
Hollywoodpaadjes en dat deed hem duidelijk deugd – de weinig
geziene, maar fascinerende mindfuck ‘Stay’ en het briljante
‘Stranger Than
Fiction’
deden mij alvast hopen dat Forster echt wel een talent
was, maar dat hij gewoon onconventionele scripts nodig had om dat
te kunnen tonen. Misschien is dat inderdaad wel zo, maar aan de
hand van ‘The Kite Runner’ gaan we dat vooralsnog niet te weten
komen. Na zijn triomf met ‘Stranger Than Fiction’
is het immers terug naar af, met een oertraditioneel verhaal dat
nergens buiten de lijntjes kleurt. Forster heeft zijn lef en zijn
visueel vernuft weer in de kast gestopt om ons een simplistische
crowdpleaser te geven, waarin een belangrijk onderwerp
(Afghanistan onder de Taliban) wordt gereduceerd tot de achtergrond
voor een weinig meeslepende mini-tragedie.

Het verhaal begint in het Kaboel van 1979. Amir (Zekeria
Ebrahimi) is de zoon van een welgestelde handelaar (Homayoun
Ershadi). Zijn beste vriend is Hassan (Ahmad Khan Mahmidzada), de
zoon van hun bediende. Ondanks het klasseverschil tussen Amir en
Hassan, kunnen de twee jongetjes het best met elkaar vinden – samen
zijn ze zelfs kampioenen in het vliegeren. Alles verandert echter
wanneer Hassan door een paar grotere bullebakken in een steegje
wordt klemgezet, geslagen en zelfs verkracht. Amir ziet het
gebeuren, maar durft niet in te grijpen – het begin van een trauma
dat hem voor de rest van zijn leven zal achtervolgen. Nadat de
Russen Afghanistan binnenvallen, verhuist Amir met zijn vader naar
Amerika, maar het verleden laat hem niet los. Vele jaren later
krijgt hij plots telefoon van een oude zakenpartner van zijn vader,
met de mededeling dat hij moet terugkomen naar Afghanistan, omwille
van Hassan. “Je kunt het nog goedmaken,” is de boodschap.

De roman ‘The Kite Runner’ van Khaled Hosseini werd één van de
grootste bestsellers van de voorbije jaren, allicht omdat het boek
het eerste grote werk van mainstream fictie was over de
recente geschiedenis van Afghanistan. Verre van een droog
theoretisch of politiek werk, was het een toegankelijke roman over
herkenbare personages. Voortgestuwd door de actualiteit van het
onderwerp, vond het dan ook z’n weg naar nachtkastjes overal ter
wereld. Niet dat het op zichzelf bekeken zo’n schitterend boek was
– Hosseini’s proza is middelmatig, met zinnen die soms rammelen als
een dansend skelet, en er zit ook geen enkele metafoor of parallel
in het boek die niet omstandig en letterlijk uitgelegd wordt voor
de slechte verstaander. (Een voorbeeld: tijdens de reis naar de
grens met Pakistan verdedigt Amirs vader een vrouw die verkracht
dreigt te worden door een corrupte Russische soldaat. Mooi, denk je
dan, de schrijver probeert via die scène aan te tonen dat de vader
moediger is dan de zoon in een gelijkaardige situatie. Waarna
Hosseini letterlijk schrijft dat zijn vader moediger was dan hij in
een gelijkaardige situatie.)

Forsters film is een uitzonderlijk getrouwe weergave van de
roman – hier en daar worden bepaalde dingen overgeslagen,
natuurlijk, de meeste daarvan aan het einde van het verhaal, maar
over het algemeen wordt de tekst van het boek hondstrouw gevolgd.
En dat houdt dus in dat de gebreken van de roman op z’n minst
gedeeltelijk worden overgenomen. De regisseur en zijn scenarist
David Benioff (die ook al ’25th Hour’ en Forsters
eigen ‘Stay’
pende), trappen ook in de val om ons alles dubbelop te geven. Ze
maken de verstandige keuze om geen voice-over te gebruiken (hoewel
dat wel een voor de hand liggende optie was), maar elk betekenisvol
moment wordt ons niettemin frontaal in het gezicht gesmeten.
Veelvuldig gebruik van close-ups, drammerige muziek en dialogen die
de relaties tussen de personages nadrukkelijk naar het publiek
telefoneren, doordringen de hele film. (Of wat dacht u van een
brief die Hassan naar Amir schrijft: “Ik droom dat er in de
straat weer bloemen zullen bloeien!”,
vergezeld door een
streepje “huil nu!”-muziek.) Net als in het boek, wordt hier de
kijker het werk uit handen genomen. We hoeven zelf nauwelijks nog
na te denken of conclusies te trekken over het verhaal, want dat
wordt continu voor ons gedaan. In die zin vermoed ik dat ‘The Kite
Runner’ nu al een vaste plaats krijgt op de filmlijst voor het
secundair onderwijs van volgend jaar – de leerkracht Nederlands die
(al dan niet tegen z’n zin) elk jaar opnieuw de filmbesprekingen op
zich krijgt afgeschoven, zal in dit geval niet ver hoeven te zoeken
naar stof om les over te geven.

Zo nadrukkelijk de film is in het opdringen van z’n emoties en
thema’s, zoveel schroom toont Forster echter in het tonen van het
geweld. De verkrachting van Hassan wordt gesuggereerd in enkele
snelle shots die zó weer voorbij zijn. Een scène naar het einde van
de film toe, waarin een vrouw wordt gestenigd tijdens de half-time
van een voetbalmatch omdat ze is vreemdgegaan, wordt vanop een
afstand gefilmd en ook weer erg kort gehouden. Je kunt discussiëren
over die aanpak: enerzijds wordt alles natuurlijk smaakvol in beeld
gebracht en hoe ziek moet je al zijn om een grafische
verkrachtingsscène van een tienjarig jongetje te willen zien?
Klopt, uiteraard. Maar anderzijds voel je ook aan dat het de film
mist aan lef en urgentie. ‘The Kite Runner’ had een mokerslag van
een prent kunnen zijn, maar in de praktijk is het maar al te
makkelijk om wat je hebt gezien achteraf van je af te schudden. Als
je het over bepaalde onderwerpen hebt in je film, heb je als
regisseur misschien juist de verplichting om je publiek eens wakker
te schudden.

Los daarvan blijft het einde van de film al even problematisch
als in het boek – de laatste twintig minuten van de prent hangen
aan elkaar van de onwaarschijnlijkheden, en dat éne
Talibanpersonage waarover we meer te weten komen dan dat hij een
man met een baard en een Kalashnikov is, blijft (net als in het
boek) een karikaturale schurk.

Toch positieve dingen? Ja hoor. De relatie tussen Amir en zijn
vader was al het interessantste (en meest geloofwaardige) aspect
van de roman, en die blijft hier mooi overeind, niet in het minst
dankzij een knappe acteerprestatie van Homayoun Ershadi. Je voelt
de tough love tussen die twee personages; twee karakters
die mijlenver uit elkaar liggen, maar die toevallig wel vader en
zoon zijn en elkaar ook echt graag zien, of ze nu willen of niet.
De acteerprestaties zijn over het algemeen trouwens erg overtuigend
– een groot deel van de dialogen zijn in Dari, een Perzisch
dialect, en een taal waar je niets van verstaat maakt het moeilijk
om te bepalen hoe naturel de dialogen eigenlijk klinken.
Maar gebaseerd op lichaamstaal en spontaniteit kan ik alleen maar
zeggen dat zelfs de kinderen absoluut overtuigend overkwamen.

‘The Kite Runner’ vervult zowel in roman- als in filmvorm een
belangrijke functie: het brengt de situatie in Afghanistan naar een
breed publiek toe; een publiek dat niet noodzakelijk non-fictie
boeken gaat lezen of naar documentaires gaat kijken. Op die manier
bekeken heeft de prent dus zeker z’n bestaansredenen. Maar de plot
is een simplistische bedoening, die uiteindelijk veel minder
interessant is dan de conflicten die op de achtergrond
plaatsvinden. Meer lef en minder clichés waren ‘The Kite Runner’
absoluut ten goede gekomen.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

3 × 2 =