Irina Palm




103 min – B-GB-LUX-F-D – 2007

Op het filmfestival van Cannes zal Wong “ik maak
zelfs van een plastiek zakske een lust voor het oog
” Kar-Wai
‘My Blueberry Nights’ voorstellen, zijn eerste Engelstalige film
met Jude Law en Natalie Portman. Maar het is in de wedloop naar
Cannes toch vooral Norah Jones die met de aandacht gaat lopen. Het
frêle jazzy zangeresje maakt haar filmdebuut in ‘My Blueberry
Nights’ en dé vraag die ongeduldig op ieders lippen brandt, is of
ze überhaupt wel kan acteren? Volgens de Wong zou ze over ‘een
bijzonder aura’ beschikken en om de één of andere reden heb ik nog
wel vertrouwen in zijn beoordelingsvermogen. Al flitsen er wel
beelden door mijn hoofd van zangeressen die bij het stapje naar het
filmdoek gevaarlijk hard van hun muiltjes op hun muile
stuikten: Mariah Carey en ons Bit-Bit zijn nog altijd niet recht
geraakt, al lag dat misschien meer aan het overgewicht in hun
borstimplantaten of aan het feit dat ze ook als zangeres nauwelijks
één haar talent op hun hoofd hebben. Wat komen die sirenes toch
steeds in de filmwereld zoeken? Hopen ze door hun kop of kont eens
in een film te tonen hun carrière een serieuze boost te
geven? Dat vinden wij nu eens écht geen gepaste reden om ons
kijkplezier te bederven, zie. Gelukkig blijven de optredens van
deze wannabe’s meestal beperkt tot cameo’s én zijn er nog
zangeressen bij die het wél min of meer voor de kunst doen. Getuige
daarvan: het optreden van Marianne Faithfull in ‘Irina Palm’, de
nieuwe film van ‘Le Tango des Rashevski’-regisseur Sam
Garbarski.

Je kan Faithfull van veel betichten (sex, drugs, rock ‘n
gerollebol
), maar niet van imago-bodybuilding via het
cinemamedium. De kuise, ingetogen bomma die ze in ‘Irina Palm’
neerzet, is een personage dat in het niets verdwijnt naast de
blonde rockdiva die ze zelf is. Ze houdt bovendien van
acteren en op dat vlak is ze geen groentje meer: na tv- en
theaterwerk, dook ze ook al op in ‘Marie Antoinette’ en
‘Paris, je
t’aime’
(het deel van Gus van Sant). Met ‘Irina Palm’ is ze wel
aan haar eerste hoofdrol toe – het is de eerste keer dat ze een
volledige film op haar stoere schouders meetroont. Maar of ze nu
écht een geweldige actrice is, dat is even twijfelachtig als een
film over mannen die in plaats van op zondagochtend bij de bakker
in de rij te gaan staan voor verse ovenkoeken, gaan aanschuiven om
hun piccolo bij Irina Palm in een warme opening te schuiven. Op het
filmfestival van Berlijn liep de pers nochtans loeiwarm voor deze
film, die werd onthaald met een staande ovatie en waarvoor het
ex-liefje van Mick Jagger bijna een heiligverklaring kreeg, met
gouden beerke en aureooltje en al.

De Belgen blijven er koeltjes onder: nauwelijks een vlieg in de
zalen van ons Irina te bespeuren. Foei, foei, want het is
bijna-maar-toch-niet-helemaal een Belgisch product: regisseur Sam
Gabarski woont al jaren in België, de montage is van de papa van
Fien Troch en oorspronkelijk ging het verhaal zich afspelen in de
rosse buurt aan Bruxelles Nord. De regisseur moest echter de grote
poel over naar Engeland om geld en de acteurs te gaan zoeken, want
bij ons wou niemand voor zo’n project met centjes boven water
komen. De Belgen zijn dus preutser dan we dachten, al zou je bij de
opzet van de film inderdaad niet meteen denken dat er een groot
succesverhaal in zit (al vraag ik mij soms af waar ze in België dan
wél op zitten te wachten).

Om de peperdure medische behandeling van haar stervende
kleinzoontje te kunnen bekostigen, gaat de doodbrave grootmoeder
Maggie op zoek naar een bijverdienste. Als ze een bordje met
“Hostess wanted” ziet, stapt ze in al haar naïviteit de club ‘Sexy
World’ binnen met het idee “thee te kunnen schenken, enzo”. Maar
hostess blijkt een eufemisme voor prostitué en de
omschrijving van haar dagtaak slaat haar eerst even uit haar lood:
mannen steken hun penis door een gaatje in de muur en aan de andere
kant moet zij hen met de hand een orgasme bezorgen. Omdat Irina een
goed mens is en nu eenmaal altijd haar best doet, probeert ze ook
deze fysiek inspannende (hand)job zo goed mogelijk uit te voeren.
De omzet in de seksclub is bijgevolg nog nooit zo groot geweest en
Maggie wordt in heel Soho geroemd om haar zachte pollekes
en haar uitmuntende ruktechniek. Ze krijgt zelfs de artiestennaam
‘Irina Palm’ om haar nog exotischer en succesvoller te maken.
Ondertussen probeert ze angstvallig haar baantje geheim te houden
voor haar zoon (Kevin Bishop, voor mij nog steeds niet los te
koppelen van de vliegimitatie in ‘L’Auberge Espagnole’), haar
overnieuwsgierige vriendinnen en haar roddelende buren.

Sam Gabarski omschrijft zelf zijn film als “een politiek
incorrecte romantische komedie” en dat klopt wel gedeeltelijk. Al
is dit wel taboes doorbreken met fluwelen handschoentjes aan. Hij
brengt geen verbloemde versie van de seksindustrie -blote borsten
alom-, maar het gaat er wel redelijk deugdzaam aan toe (de
clubuitbater is nen toffe) en penissen worden strategisch
achter thermosflessen en koffiepotten verstopt. Het taboeonderwerp
wordt netjes behandeld, zoals Maggie het verhaal zelf zou verteld
hebben: direct, maar ook met de nodige subtiliteit. De aanpak is
vergelijkbaar met die van ‘Calender Girls’ en ‘The
Full Monty’: rauw en giechelachtig-ondeugend tegelijk, want de film
is wel degelijk doorspekt met de nodige zelfspot. Zo krijgt Maggie
last van een ‘peniselleboog’ en ook het moment waarop we Maggie
haar ‘hoerenkotje’ huiselijk zien decoreren met bloemetjes en een
kadertje, heeft iets heel absurds. Helaas valt er op den duur ook
in de serieus bedoelde scènes humor te spotten. Hoe sexy haar rauwe
stem ook is, Marianne Faithfull acteert steeds met dezelfde
uitgestreken uitdrukking en in haar houterige acteerstijl krijgt ze
de geforceerde dialogen niet altijd geloofwaardig uit haar strot.
Soms denk je dat ze elk moment in een lachbui kan uitbarsten, zo
overdreven ernstig is ze soms. Haar metamorfose is indrukwekkend,
maar haar talent komt er niet altijd in doorschemeren.

Ook het scenario loopt na een tijdje spaak: eens de situatie is
geschetst – Marianne Faithfull speelt een ‘wanking widow’ -, komt
de film nog nauwelijks vooruit. En dan is er nog die
liefdesaffaire, het romantische komediegedeelte. Na een testritje
in haar hall of fame raakt de clubuitbater Miki naast haar
handen ook in de rest van Maggie geïnteresseerd. Regisseur en
actrice schreeuwen in elk interview op voorhand al dat die
verhouding wél geloofwaardig is. De liefde overvalt je nu eenmaal
op de gekste plekken. Een even voorspelbare ommezwaai als degene
die de schoondochter van Maggie doormaakt: van deze dame kun je
aanvankelijk niet begrijpen waarom ze niet van Maggie moet weten.
Op het einde van de film moet je dan vaststellen dat ze zich alleen
zo heeft gedragen om uiteindelijk te kunnen bijdraaien (in het
kader van: ‘iedereen moet een verandering doormaken’).

‘Irina Palm’ maakt je bij de trailer warm voor een gedurfde film
met een knotsgek uitgangspunt, maar faalt wanneer blijkt dat met de
trailer eigenlijk alles gezegd en gezien is. De sfeer (traag,
tragisch, maar ironisch) heb je gevoeld, de beste mopjes heb je
gehad (are they big?) en de lef over het gedurfde
onderwerp is na een halfuurtje verdampt. Net als de soundtrack, die
afgezien van het hydraulische getril in de tittiesbar,
beperkt blijft tot één song, is ook ‘Irina Palm’ een goed idee, dat
geen blijvende indruk kan maken.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

5 − drie =