The Good Thief




In 1955 maakte legendarisch Frans regisseur Jean-Pierre Melville
het misdaaddrama ‘Bob Le Flambeur’, een zwaar gestileerde prent
waarin de vernieuwingen van de “nouvelle vague” die met Godards ‘A
Bout De Souffle’ in 1960 voorgoed zouden losbarsten, al voorzichtig
lagen te sudderen. U hebt die film natuurlijk allemaal gezien, u
wéét hoe Melville’s film invloed uitoefende op Amerikaanse
regisseurs als Kubrick (met ‘The
Killing’
) en Tarantino (met ‘Reservoir Dogs’) en bijgevolg zal
het ook geen verrassing voor u zijn dat een remake van ‘Bob Le
Flambeur’ vanaf het begin tot falen gedoemd leek. Maar soms kan het
nu eenmaal meezitten: Neil Jordan maakte van die
“wie-heeft-dit-ooit-gezien”-klassieker een sfeervolle, goed in
elkaar gestoken ode aan de Franse cinema van toen en nu.

Nick Nolte speelt Bob, een half Amerikaanse, half Franse
gentleman-crimineel, die na z’n laatste vrijlating uit de
gevangenis besloten heeft om een eerlijk leven te leiden. Nuja, zo
eerlijk als maar kan: hij beperkt zich tot het spuiten van heroïne,
om vervolgens tot de vroege uurtjes te zitten gokken in
verscheidene rokerige kroegjes in Nice, zonder dat hij ooit wint.
We ontmoeten Bob als een soortement moraalridder die ergens
onderweg z’n moraal verloren is: zo redt hij een hoertje van haar
pooier, en is hij goed bevriend met een politie-inspecteur (Tchéky
Karyo), die toch maar alles zou doen om hem niet de bak in te
moeten draaien. Nolte gromt al z’n teksten in een diepe baritonstem
en laat z’n rimpels rollen – elke groef in z’n gezicht schreeuwt
miserie uit. Enfin, u weet wel hoe Nick Nolte eruit ziet.

Op aanraden van een vriend besluit Bob zijn pech in Nice te
ontvluchten door te verkassen naar Monte Carlo, waar hij samen met
zijn protégé Paulo (Saïd Taghmaoui, u misschien nog bekend uit ‘La
Haine’ en ‘Three Kings’) en enkele oude bekenden een overval begint
te plannen op een casino. Dat klinkt als oude kost, na de ontelbare
“heist-movies” die we de voorbije twee jaar hebben moeten slikken,
maar nee: Bob gaat niet voor het geld in de kluis, maar voor de
onbetaalbare schilderijen die er hangen.

Die plot, die overigens enkel in de grote lijnen iets te maken
heeft met die van ‘Bob Le Flambeur’, is voor Neil Jordan louter een
excuus om een karakterstudie te maken van een crimineel die door
iedereen aardig gevonden wordt. Bob is een sympathieke peer, die op
de een of andere manier te oud en te wereldwijs lijkt te zijn
geworden voor de onzin waar andere filmdieven zich mee bezighouden.
Wanneer hij merkt dat hij gevolgd wordt door Karyo, volgt er dan
wel een autoachtervolging, maar die is kort, en eens ze afgelopen
is, loopt Nolte op zijn oude vriend af om even een praatje met hem
te gaan maken – “alles oké? Hoe gaat het er nu mee?” Een deel van
de aantrekkingskracht van dit personage ligt in zijn totale gebrek
aan bullshit. Bob weet dat hij verslaafd is, hij weet dat hij zijn
leven moet veranderen als hij het nog een paar jaar wil rekken, hij
kent z’n eigen gebreken en leeft ermee. Het is makkelijk om dat
soort mensen te respecteren, zeker wanneer ze gespeeld worden door
een acteur als Nolte, die hier volledig in de huid van z’n
personage kruipt alsof hij geboren was om hem te spelen. Het is
algemeen geweten dat de acteur bepaald geen onbeschreven blad is
waar het drank en drugs betreft, en sommige emoties die over de
loop van de film naar boven komen, lijken pijnlijk oprecht.

Nolte krijgt steun van een cast aan bijrolacteurs die niet
allemaal dezelfde kwaliteitsstandaard kunnen aanhouden. Leuk om te
zien zijn Ralph Fiennes als charlataneske kunsthandelaar (“Geef me
m’n geld, of wat ik met je gezicht ga aanvangen zal onder het
kubisme vallen!”) en Emir Kusturica (de regisseur van ‘Underground’
en ‘Black Cat, White Cat’, jawel), als beveiligingsexpert die ervan
houdt het Amerikaanse volkslied op elektrische gitaar te spelen.
Maar daar tegenover staan een aantal karikaturen die moeilijk door
de vingers gezien kunnen worden, zoals een bodybuilder die zich –
zonder veel succes – heeft laten ombouwen tot vrouw, en een
tweeling die vrijwel alles perfect simultaan zeggen en doen. Deze
figuren waren duidelijk bedoeld om wat humor in de film te
smokkelen, maar ze vallen jammer genoeg pijnlijk uit de toon.

Die toon is er doorgaans een mistroostige – het overheersende
gevoel is er één van “wat had kunnen zijn”, de gemiste kansen die
zich zoveel verkeerde gokken en toegediende shots geleden
aandienden. Jordan lokt die sfeer uit met elegante steadicamshots,
en vergeet gaandeweg niet om ook even zijn repect te betuigen aan
de Franse invloedbronnen van zijn film. Zo eindigen de meeste
scènes met een zeer korte freeze-frame (de eerste paar keer merkt u
het misschien niet eens, maar het beeld staat heel even stil),
kiest de regisseur af en toe voor een scheve kadrering (zo weet je
dat het artistiek bedoeld is), en maakt hij zelfs gebruik van
jump-cuts, hét kenmerk van de nouvelle vague. (Een jump-cut
monteert een scène van het éne moment naar het andere, zonder van
locatie te veranderen, zodat we net hetzelfde beeld zien, maar dan
even later in de tijd van de film.) Dat soort van visuele trucjes
zijn leuk voor wie ze weet te herkennen, maar ook voor alle
anderen, die denken dat een monteur uitsluitend in een garage
werkt, blijft het een extra element dat, bijna onbewust, toevoegt
aan de sfeer. En van sfeer moet ‘The Good Thief’ het voor een groot
deel hebben – van sfeer en van de karakterkop van Nick Nolte.

‘The Good Thief’ zal wellicht nooit een klassieker worden, en
zeker al geen kaskraker – daarvoor hangt deze nieuwe van Jordan
teveel af van personageontwikkeling in plaats van actie. En God
weet dat er vast wel weer ergens een paar pretentieuze cinefielen
zullen rondlopen die het een verkrachting van het origineel zullen
vinden (geloof me vrij, het origineel is vervelend als je hem nu
bekijkt). Maar het is wél een interessante film, met een krachtige
centrale acteerprestatie, een goeie cinematografie en een leuke
twist op het einde. Een mens zou voor minder al eens uit z’n zetel
komen.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

19 − 14 =