Batman

Voordat Christopher Nolan The Dark Knight in de grauwe realiteit
plaatste als een pisnijdige vigilante, drukte Tim Burton eind jaren
tachtig zijn unieke stempel op één van de populairste striphelden
uit de comic-book-geschiedenis. Warner Bros was er al aan
bezig sinds het immens succesvolle ‘Superman’ van Richard Donner
eind jaren zeventig, maar het heeft een dik decennium voeten in de
aarde gehad vooraleer Bob Kane’s gevleugelde wraakheld terug over
het scherm kon fladderen. Dat was de eerste keer sinds Adam West
ultracamp herdefineerde met een spannend paars spandexbroekje. Het
was een belangrijke maar risicovolle film voor outsider Burton, die
net twee zéér oncommerciële projecten, ‘Pee-wee’s Big
Adventure’
en ‘Beetlejuice’, kon
omzetten in machtige dollars. De studio raakte geïntrigeerd en
Burton mocht zijn ding doen met wat niet veel later zou uitgroeien
tot één van de invloedrijkste iconen van de moderne
zomerblockbuster. Hij heeft zich wat moeten inhouden en was
duidelijk nog wat onwennig met de grootsheid van zo’n
megabudgetproject, maar de kassa rinkelende oorverdovend en Burton
had zijn weg gevonden naar het grote publiek zonder zijn
zwartgeblakerde ziel te verkopen.

Gotham City is in de greep van de toenemende criminaliteit. De
ontwrichte metropool wordt geleid door mobster Grissom
(badass Jack Palance), terwijl de autoriteiten (Billy
‘Lando Calrission!’ Dee Williams als openbaar aanklager, het blijft
wennen) machteloos moeten toekijken hoe Gotham ten prooi valt aan
corruptie en verloedering. Maar net wanneer de stad volledig ten
onder lijkt te gaan, doemt een mysterieuze figuur op in de schaduw.
Batman, het gevleugelde alter ego van miljonair Bruce Wayne
(Michael Keaton) trekt als wraakengel door de mistige nacht om het
recht te laten geschieden. Maar kan de stad nog gered worden
wanneer The Joker, een in lavendelkleuren uitgedoste clown annex
psychopaat, zijn zinnen zet op Gotham? Een gruwelijk verminkte
maniak die ook interesse lijkt te hebben voor Vicky Vale (een
eerder fletse Kim Basinger), een fotojournaliste die zowel aanpapt
met Bruce Wayne als met Batman. De sloerie. Tussen de
fronsinducerende traumaflashbacks door, gaat Batman de strijd aan
met The Joker en zijn evil Princeliedjes.

Toen ‘Batman’ eind jaren tachtig een niet geheel onverwachte
stormloop veroorzaakte naar de bioscopen, juichten de Batfans
euforisch omdat hun favoriete superheld eindelijk eerherstel kreeg
na de campy behandeling in de jaren zestig. Het was een terugkeer
naar de roots zoals bedenker Bob Kane ze voor ogen had, beïnvloed
door de revisionistische graphic novels van Frank Miller
uit de jaren tachtig. Nu was ‘Batman’ inderdaad een donkere,
broeierige en atypische blockbuster voor zijn tijd (hij kreeg zelfs
een KNT-label in België, stel je voor), maar beweren dat ‘Batman’
niet campy is, staat zo’n beetje gelijk aan zeggen dat Jack
Nicholson een sobere vertolking neerzet als Batmans nemesis The
Joker. Het is gewoon geslaagde camp, die intelligent en met veel
panache tot leven wordt gebracht binnen een volledig op zichzelf
staand universum waarin Burton met de gotische scepter zwaait. Voor
foute Batmancamp moet je bij Joel Schumacher en zijn rubberen
tepels zijn. Neen, ‘Batman’ is een dark and twisted modern
sprookje met de nodige overdreven theatrale pathos (let op de
eerste scène met Batman, waar hij nog angst aanjaagt door gewoon
zijn vleugels te spreiden) die de inhoudelijke oppervlakkigheden
compenseert met een indrukwekkende visuele stijl, regelrecht uit de
donkere koker van Tim Burton.

Samen met fotograaf Roger Pratt (ook al verantwoordelijk voor de
visionaire cinematografie van Gilliams ‘Brazil’) en designer
Anton Furst, trok Burton naar de Pinewoodstudio’s om een uniek
decor voor de vigilante met een vleermuisfetisj te creëren. Jack
Nicholson mag dan wel de show stelen als The Joker, het is Gotham
City dat een blijvende indruk achterlaat. Als een uit het vagevuur
opgestegen poort naar de onderwereld is deze gothische versie van
New York een esthetisch genot om naar te kijken. Een
surrealistische koortsdroom van een overgeïndustrialiseerde stad
die zowel invloeden haalt uit het Duitse expressionisme (echo’s van
Fritz Langs ‘Metropolis’ galmen in de
gevaarlijke steegjes), de gangsterfilms van de jaren dertig en
operadecors waar je met veel gemak een Wagnerspektakel rond kan
bouwen. De manier waarop Burton zijn camera en Batman begeleidt
tussen de gebouwen is ronduit adembenemend en versterkt het unieke
sfeertje dat zo eigen is aan de Batmanfilms van Burton. Vooral de
finale in de klokkentoren van een kathedraal is een bijzonder knap
culminatiepunt (met een knipoog naar ‘Vertigo’) van Burtons visuele
genie. Voeg daar de iconische en onmisbare soundtrack van Danny
Elfman aan toe en de visueel-auditieve ervaring kan niet meer
stuk.

Dankzij de krachtige dynamiek tussen de centrale antagonisten,
Batman en The Joker, verzuipt ‘Batman’ echter nooit in de
overgestileerde decors. De op papier nogal saaie Batman wordt fris
vertolkt door een uitstekende Michael Keaton, maar ook als Bruce
Wayne maakt Keaton indruk met een licht-neurotische interpretatie
van de getraumatiseerde miljonair. Keaton moet veel van zijn
screentime afstaan aan Nicholson, maar zijn priemende ogen blijven
minstens even lang op het netvlies hangen als de maniakale lach van
The Joker. Maar uiteindelijk is ‘Batman’ wel degelijk de grote Jack
Nicholson show geworden. Batman is de ondankbare rol, terwijl
Nicholson zich volledig mag laten gaan (zelden was overacting zo
verantwoord) met de leukste scènes (het reclamespotje!), de beste
oneliners (‘have you ever danced with the devil by the pale
moonlight?’
) en extravagante gadgets (het pistool met de lange
loop). Je zou je bijna beginnen ergeren aan zijn scene
chewery
, mocht het niet zo ongelooflijk plezant zijn om naar
te kijken.

Minpunten zijn er ook. Als eerste deel van een grootse franchise
moest Burton zijn tijd nemen om de personages en situaties te
introduceren en dat zorgt sporadisch voor een slepend moment die de
op zich ook niet al te fantastische plot lamlegt. Ook lijkt hij
zich nog niet volledig op zijn gemak te voelen met actiescènes (net
zoals Nolan bij ‘Batman Begins’),
waardoor de set-pieces ontegensprekelijk knap in beeld
zijn gezet maar nooit echt opwinding teweegbrengen. Maar de
grootste eeltknobbel aan een voor de rest meer dan behoorlijke
franchisestarter is de onfortuinlijke keuze geweest om een paar
halfzachte en compleet gedateerde Princeliedjes op de soundtrack te
zetten. Damn you eighties!

‘Batman’ zou uiteindelijk zowel één van Burtons belangrijkste
(carrièregewijs dan toch) als minst persoonlijke films worden. Zijn
typische trademarks zijn aanwezig, de gotische
herinterpretatie van het Batman-universum is ronduit fantastisch en
Jack schmiert als een maniak, maar je voelt ook dat de studiobonzen
een creatieve Burton stevig in het gareel hielden met het oog op
een veilige event movie. Gelukkig werd ‘Batman’ één van de
meest succesvolle blockbusters aller tijden (om van de afgeleide
merchandiselijn nog maar te zwijgen) en kreeg de regisseur veel
meer vrij spel tijdens het draaien van de superieure sequel. Deze
keer zonder het gekweel van de paarse prins.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

zestien + een =