Deathspell Omega :: FAS – Ite, Maledicti, In Ignem Aeternum


Lasciate ogne speranza, voi ch´intrate…
– Dante Alighieri, Divinia Commedia

Een paar jaar geleden was ik het geloof in de metalwereld
grotendeels kwijtgespeeld. Een mens leert immers andere muziek
kennen en durft dan wel eens twijfelen aan de muzikale relevantie
van een deels – Lordi, iemand? Ozzy fookin´ Osbourne? –
terecht als belachelijk verketterd genre. Een viertal releases
hebben dat geloof echter hersteld. Om te beginnen toonden twee
bands die ik al lang kende dat er allesbehalve sleet zat op hun
formule; zo bracht Opeth het geweldige Ghost Reveries uit –
iedereen vraagt zich af hoe Mikael ´The Grand Conjuration´ moet
overtreffen – en Rotting Christ het verrassend geïnspireerde
Theogonia.
Daarnaast leerde ik twee bands kennen waar ik, tot mijn grote
schande, tot dan nog niet mee vertrouwd was. Mastodon had ik ooit
al wel eens live gezien, maar dat had me toen niet veel verder
gebracht dan een ontegensprekelijk debiele opmerking over het feit
´dat die mannen wel belachelijk zongen´. Ik was er dus niet bij
toen ´Leviathan´ net uit was. Imagine the shame toen ik het
eveneens magistrale Blood Mountain leerde
kennen.

Maar ik heb dus nog een bekentenis te maken, beste lezer. Ik had
tot voor kort ook nog niets van Deathspell Omega gehoord. Dat was
duidelijk een even grote vergissing. Want de nieuwe release van
deze Frans-Finse (!) band is één van de beste platen van 2007. Eén
van de redenen daarvoor is dat Deathspell erin slaagt om zowel
duidelijk progressief te zijn – de link met Mastodon is relevanter
dan misschien lijkt – als duidelijk black metal. Verschillende
bands proberen immers wanhopig origineel te zijn en komen zo in een
soort muzak terecht die weinig of niets meer met blackmetal te
maken heeft. Dat is hier niet het geval. Sterker nog, Deathspell
Omega combineert muzikale inventiviteit met een brutale
blackmetalsfeer op een manier die ongehoord is sinds Arcturus
´Aspera Hiems Symfonia´ uitbracht of sinds Emperor vrijwillig zijn
troon afstond met het onnavolgbare ´Prometheus´. Al wie ooit
gefascineerd is geraakt door dat soort symfonisch-progressieve
blackmetal, moet dringend ´FAS´ aanschaffen. Er is immers een
nieuwe keizer aangetreden.

Deathspell Omega bestaat nochtans al bijna tien jaar. De eerste
twee releases van de band brengen vrij traditionele underground
blackmetal à la vroege Darkthrone, maar dat verandert op ‘Si
Monumentum Requires, Circumspice’. Het geluid evolueert duidelijk
in een epische en progressieve richting, de teksten worden
complexer, het logo verandert en ook het artwork wordt aangepast.
Dat alles veel doordachter wordt aangepakt, mag al blijken uit het
feit dat het 77-minuten durende ‘Si Monumentum’ – en de latere
appendix ‘Kenôse’ – maar het eerste deel vormt van een conceptuele
trilogie. Er volgen daarna nog een paar split-releases, maar het is
pas met het nieuwe ‘FAS – Ite, Maledicti, In Ignem Aeternum’ dat
het tweede deel van die trilogie het licht ziet.

En die plaat is duidelijk even doordacht. Het album duurt maar een
kleine 50 minuten, maar het bevat dan ook maar zes tracks, die
zonder uitzondering tot perfectie gepolijst zijn. De opener
´Obombration I´ introduceert meteen al de typische sound; slepende
riffs en ijle keyboards roepen een angstaanjagende sfeer op die nog
het best aan de hellekringen van Dante doet denken. Doet die track
nog vrij traditioneel aan, het daaropvolgende ´The Shrine of Mad
Laughter´ maakt komaf met voorspelbare blackmetalpatronen.
Gedurende tien minuten wordt de luisteraar immers overspoeld door
de meest gevarieerde en geslaagde blackmetalgeluiden; men hoort
evenwichtsstoornis-veroorzakende blastbeats, geweldige riffs – de
melodie die opduikt vanaf de vierde minuut, bijvoorbeeld – die
probleemloos navigeren tussen dissonante Emperor-melodieën en
slepende sludge, bevreemdende keyboards die bij momenten aan
´Gnosis´ van Arcturus doen denken en getormenteerde stemmen –
geschreeuw, gefluister, gebrul – die blootgesteld lijken aan alle
beproevingen van de hel. Na één enkele song heeft de luisteraar dan
ook al meer ideeën gehoord dan op het hele nieuwe album van
Dimmu Borgir.
Die mix van dissonant en groovy gitaargesnerp keert terug op ´Bread
of Bitterness´. Dat betekent niet dat deze song een doorslagje is
van de vorige, integendeel. Na een eerste gitaarstorm wordt het
geluid gereduceerd tot een spaarzame gitaar- en drumcombinatie die
via een ronduit hypnotische baslijn uitmondt in een erg geslaagde
riff. Een tempowisseling of vier later stopt de song abrupt, waarna
opnieuw bevreemdende keyboards nazinderen.

Daarna komt de luisteraar tot de twee beste songs. De langste
track, het epische ´The Repellent Scars of Abandon and Election´,
begint met een eenzame riff waaraan langzaam extra ingrediënten
toegevoegd worden tot er een eerste uitbarsting volgt. Niet veel
later horen we progressief gefreewheel op de gitaar en rond de
zevende minuut duikt er zelfs een bevreemdende, bewust dissonante
pianolijn op. Het daaropvolgende, groovy intermezzo bevat dan weer
evenveel breaks als de gemiddelde Mastodon-track en een paar
uitstekende riffs. De blastbeat-marathon die de track lijkt te
beëindigen ruimt daarna opnieuw plaats voor een spookachtig
sfeereinde, dat dit keer terugkeert naar de dissonante piano uit
het middenstuk. De laatste echte track, ´A Chore for the Lost´, is
wellicht de meest toegankelijke voor de Deathspell-neofiet. Een
traag, fluisterend begin met bevreemdend gitaar- en keyboardwerk
bereidt de luisteraar immers langzaam voor op het superhevige en
groovy intermezzo. Ook dit keer duiken er echter nieuwe elementen
op. Zo worden de gebruikelijke stemgeluiden afgewisseld met een
soort titanisch gebrul dat verbazingwekkend goed werkt. Een zalig
bassriffje – het doet een beetje aan Necromantia denken – voert de
verbouwereerde luisteraar daarna naar een volgende hellekring vol
progressieve, licht jazzy en hakkende geluiden alvorens een
sfeervolle outro de song op de ondertussen vertrouwde manier
besluit. ´Obombration II´ voegt daar nog een erg geslaagde
conclusie aan toe; een combinatie van hypnotiserende keys,
vervormde kerkklokken en bombastische blazers die afsluit met een
aangehouden schreeuw van verzet.

Die hemelse hellekringen van songs bevatten niet alleen meer ideeën
dan de volgende honderd seizoenen van ´De Bedenkers´, maar zijn
bovendien voorzien van erg intrigerende teksten. Deathspell bestaat
duidelijk niet uit de typische verzameling supermarktsatanisten. In
elk van de songs wordt er immers gereflecteerd op de spirituele
leegte en zondigheid van het menselijke bestaan. En die
getormenteerde bedenkingen zijn vaak dan nog geaddresseerd aan the
man upstairs ook; zo opent de eerste échte song en besluit de
laatste échte song, bijvoorbeeld, met de woorden “God of
terror, very low dost thou bring us, very low hast thous brought
us…”
. Men kan dan ook een link leggen met de traditie van de
mystieke literatuur. In dat verband spreekt men vaak van de
unio mystica enerzijds en de nox mystica
anderzijds; het eerste begrip verwijst naar de extatische
versmelting met God, het tweede naar het onvermijdelijke gevoel van
leegte en verschrikking dat daarop volgt. Deathspell Omega´s ´FAS´
klinkt als de eeuwigdurende nox mystica van de zielen die gevangen
zitten in Dantes hellekringen. En Satan zag dat het goed was.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

drie × 5 =