Yael Naim :: Yael Naim

Soms zijn de omstandigheden ideaal voor een recensie. Wanneer, na een nachtje stappen, plaat en recensent elkaar in de late namiddag vinden, terwijl een laag winterzonnetje de ramen herinnert aan de laatste reinigingsbeurt, máánden terug. En dan moet een mens tot de conclusie komen dat Hebreeuws best sexy kan zijn.

Yael Naim, een ravissante verschijning die qua effect niet veel moet onderdoen voor een bus Mr Proper Oceaanfris (6 liter), is het product van Tunesische ouders die haar in Parijs aan deze aardbol schonken. Toch groeide ze voor een groot deel op in Ramat Hacharon, Israël, op een — vergeef ons de woordkeuze — steenworp van Tel Aviv. Muzikaal werden de diepontwikkelde wortels (conservatoriumpotgrond!) in de klassieke muziek eigenhandig gekortwiekt door de Fab Four, toen vader die bewuste avond Sgt. Pepper’s oplegde. Voeg daarbij enkele flirts met jazz- en folkpodia, en je snapt dat Naim het muzikale noorden even kwijt was als Ignace Crombé zijn ambities bij de gemiddelde Miss Belgian Beauty tegenwoordig.

Een liefdadigheidsconcert bracht haar terug in Parijs, waar de bal aan het rollen ging. Haar opmerken was even gemakkelijk als een militair in een Mega Mindy-pakje en na vier dagen stond haar handtekening onder een EMI-contract. Toch was debuutplaat In a Man’s Womb — wat een naam ook — er vooral een van frustraties, omdat ze er voor zichzelf niet in slaagde het mierennest van ideeën in geluid om te zetten. Dat veranderde toen ze een paar jaar geleden David Donatien ontmoette, een multi-instrumentalist die net als Naim muziekgenres doorbladert als een kind speelgoedcatalogi rond de feestdagen. Hij laat haar (deels) in het Hebreeuws zingen en samen komen ze tot een geluid dat als herkenbaar en eigen omschreven kan worden.

Waarom ons daar niet alras van overtuigen: “Paris” is een lichtgoud gebakken mijmering in datzelfde Hebreeuws dat, ondanks de ongewone klanken, nooit echt stoort. Maar net als bij de andere nummers in die taal (“Levater”, “Shelcha” of “Yashanti” bijvoorbeeld) doet het ons afvragen of er geen Prisma woordenboekjes zijn die ons kunnen helpen. Uiteindelijk haalt de romantiek het van de nieuwsgierigheid, maar we snappen nu wel ongeveer hoe de stemgerechtigde Eurosonglanden zich voelden toen wij Urban Trad op hen loslieten. Wanneer “Paris” ons verlaat op dezelfde manier als dat rode ballonnetje aan het eind van Nena’s “99 Luftballons”, is het tijd voor een bruggetje. Eerst het schuchtere “Tunnels” en het daarop volgende en ronduit prettig tongwalsende “New Soul” — lalala’s voor iedereen! — bieden een houvast voor iedereen die liever niet vreet wat hij of zij niet kent.

Hoewel ruim de helft van dit titelloze album in het Hebreeuws wordt gezongen, klinkt het toch vooral westers. Het is een intieme popplaat die hier en daar wat Norah Jonest en wel eens aan Fiona Apple doet denken, maar van een hoog pluchen gehalte en toch vooral erg Yael Naim is. Zo maakt het schijnbaar verlegen meisje zich aan het eind van de plaat Britney Spears’ “Toxic” verbazingwekkend eigen. Wie het zich probeert voor te stellen komt misschien uit bij inderhaast bijeen geschaarde Steracteur Sterartiest repertoires, maar we kunnen u verklappen dat Yael er érg goed mee wegkomt.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

1 + zes =