Rendition




Maher Arar is een Canadees van Syrische afkomst die in september
2002 werd aangehouden op de John F. Kennedy luchthaven in New York.
Hij was onderweg terug naar huis van een vakantie in Tunis. De
Amerikaanse overheid meende bewijzen te hebben dat Arar verbonden
was met Al Qaida en hield hem twee weken vast in de VS, zonder hem
met een advocaat te laten spreken of hem iets ten laste te leggen.
Daarna transporteerden ze hem naar Syrië, waar hij bijna een jaar
werd vastgehouden en regelmatig werd gemarteld. Uiteindelijk wisten
de Canadezen hem vrij te krijgen, en hoewel hij van zijn eigen
overheid een grote schadevergoeding kreeg, staat hij nu nog steeds
op de zwarte lijst van de VS. De wet die de Amerikanen het recht
gaf om die aanhouding te verrichten, was die van de
extraordinary rendition: mensen die staatsgevaarlijk
worden geacht, mogen ontvoerd worden en overgebracht naar het
buitenland, waar ze vervolgens gefolterd worden door plaatselijke
autoriteiten. Bijgevolg kan de VS blijven volhouden dat het geen
mensen martelt en technisch de waarheid spreken. Die praktijk werd
goedgekeurd door Bill Clinton en wordt nu veel vaker toegepast door
de regering Bush.

Regisseur Gavin Hood, die enkele jaren geleden een oscar won met
zijn nogal symboolzwangere melodrama ‘Tsotsi’, maakt zijn
move naar grootschalige Amerikaanse cinema met
‘Rendition’, één van de vele drama’s die kritiek leveren op de
Amerikaanse betrokkenheid in met Midden-Oosten. De premisse is
quasi identiek aan de situatie Arar: hier is het Anwar El-Ibrahimi
(Omar Metwally) die wordt aangehouden, een Egyptische Amerikaan die
in Zuid-Afrika is om een conferentie bij te wonen, en nu terug naar
huis wilt, waar zijn hoogzwangere vrouw Isabella (Reese
Witherspoon) op hem wacht. Op de luchthaven van Chicago wordt hij
echter gekidnapt door de CIA, omdat hij iets te maken zou hebben
met een zelfmoordaanslag in een nooit bij naam genoemd
“Noord-Afrikaans” land. Anwar weet van toeten noch blazen, maar
wordt wel naar dat Noord-Afrikaans land overgevlogen om er
hardhandig aangepakt te worden door de plaatselijke muscle
man,
Abasi Fawal (Yigal Naor). Achter hem staat Douglas
Freeman (Jake Gyllenhaal), een bureaucraat voor de CIA die na de
zelfmoordaanslag plots dingen moet doen die hem niet liggen.
Terwijl Freeman met zijn geweten worstelt, zien we hoe op het
thuisfront Isabelle haar oude vriend Alan (Peter Sarsgaard)
opzoekt, de assistent van een machtige senator (bijrol van Alan
Arkin). Via hem probeert ze meer te weten te komen over het lot van
haar man, maar alle deuren lijken gesloten te blijven.

Er komt nog veel meer bij kijken dan dat – de dochter van Fawal
speelt ook een belangrijke rol, én dan is er nog Meryl Streep als
ijskoude CIA-bazin. Hood heeft hier een ensemblefilm gemaakt,
waarin een viertal verhaallijnen steeds dichter tegen elkaar
aangetrokken worden. Jake Gyllenhaal en Reese Witherspoon staan op
de affiche omdat ze de meest herkenbare namen hebben, maar de
screen time die ze krijgen zou in de meeste andere films
gelden als een tamelijk bescheiden bijrol. Niet dat dat stoort.
Hood vertelt z’n veraal immers met zelfverzekerdheid – zelfs als je
tijdens het eerste half uur soms niet helemaal mee bent of je
afvraagt waar de regisseur naartoe wilt, krijg je wel de indruk dat
de filmmakers het tenminste zelf weten (wat ook niet altijd het
geval is in complexe films). Gaandeweg klikken alle onderdelen
opvallend soepel samen, om een panoramische blik te bieden op de
Amerikaanse respons op terrorisme. De boodschap van de film is
misschien voor de hand liggend – “terreur met terreur bestrijden
haalt niets uit” – maar hey, er zijn slechtere dingen die je kunt
zeggen.

Die verhaalstructuur is enerzijds erg knap, omdat Hood ons van
hoogste regionen van de macht (Meryl Streep speelt eigenlijk haar
bitchy moderedactrice uit ‘The Devil Wears Prada’
opnieuw, maar dan met een job in de CIA) mee weet te voeren naar
het voetvolk van de extremistische moslimorganisaties. En tóch
blijft het wel aanvoelen als één samenhangend verhaal, zonder dat
de filmmakers te veel moeten forceren. (Natùùrlijk sleuren ze er
wel een beetje aan, maar niet op een storende manier.) Hood weet
zelfs een bijzonder knappe truc uit te halen met de chronologie van
zijn verhaal. Wedden dat u ‘m niet had zien aankomen?

Anderzijds gaat ‘Rendition’ zo breed in z’n
vertelstijl, dat hij niet bijster diep kan gaan. Als je op
twee uur tijd vier verhaallijnen uit de doeken moet doen, met
ongeveer een tiental personages die evenveel te doen krijgen, dan
weet je dat alle personages haastig geschetst zullen moeten worden.
Reese Witherspoon speelt hier de hondstrouwe, bange echtgenote en
veel verder dan die éne noot raakt ze niet. Jake Gyllenhaal is een
klein beetje interessanter als CIA-man met een gewetenscrisis, maar
buiten het feit dat hij een fundamentele menselijkheid bezit, komen
we ook over hem niet bijster veel te weten. Meryl Streep is een
neocon-bitch die platitudes spuit zoals: “Door onze
praktijken zijn er in Londen 7.000 mensen in leven gebleven die
anders waren gestorven” – one-liners die makkelijk te
doorprikken zijn, en zonder uitzondering ook doorprikt wórden in
een film die niet bepaald dubbelzinnig is over z’n politieke
sympathieën.

Da’s een ruil die je dan maakt, veronderstel ik – of je vertelt
véél op een nogal oppervlakkige manier, of je vertelt een paar
dingen, die je dan ook goed uitdiept. Doorgaans zou ik voor het
tweede kiezen. Gavin Hood koos voor het eerste, en los van de
diepgang die we niét krijgen, is wat hij ons wél weet te bieden
meer dan de moeite waard: een goed verteld verhaal, dat met erg
veel urgentie van het scherm spat. Wie niet met z’n nagels in z’n
handpalmen zit tijdens de folterscènes, is geen mens.

Het enige dat je Hood echt kunt aanwrijven, is dat hij tijdens
het laatste half uur het heilige vuur wat al te sterk voelt
branden: de toon van de film wordt plotseling prekeriger, en ook
het einde is te gemakzuchtig. De regisseur zoekt duidelijk naar een
evenwicht tussen een onderhoudende mainstream film, en
toch ook een politieke aanklacht. De wetten van de commerce
dicteren één ding, je eigen integriteit als filmmakers dicteert
iets anders, en ergens daar tussenin krijg je dan een compromis als
‘Rendition’. De nadrukkelijke redevoeringen en het ietwat
neerbuigende einde zijn daar het gevolg van.

Wat voor tekortkomingen de film verder ook heeft, ‘Rendition’ is
in ieder geval een goed gemaakt, meeslepend thriller-drama over een
belangrijk onderwerp, én hij is een pak beter dan het nogal
pompeuze ‘Tsotsi’. Een ‘Constant Gardener’ is
het nog niet, maar bon, Gavin Hood heeft ook z’n laatste film nog
niet gemaakt.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

drie + twaalf =