Telephone Jim Jesus :: Anywhere Out Of The Everything

Anticon, 2007

Het leven van een toerende underground-artiest vertoont nogal wat
gelijkenissen met een pelgrimsbestaan. Beiden hebben een hoger doel
voor ogen en moeten enkele testen doorstaan waarvoor Job
ongetwijfeld zou passen. Telephone Jim Jesus aka George Chadwick
legt zijn dodentocht dan wel af met een tourbusje, maar elke avond
moet er gepreekt worden voor schamel gevulde kelders en
achterzaaltjes en devote volgelingen sluiten zich slechts met
mondjesmaat aan. De roots van Chadwick liggen in duivelse
hardcore-kringen, maar de veelzijdige Amerikaan bekeerde zich al
snel tot elektronica en instrumentale hiphop. Chadwick vond
onderdak in de stal van Anticon en na zijn debuut ‘A Point Far Too
Astronaut’ uit 2004 ligt nu zijn tweede album in de rekken, een
hobbelig landschap op het grensgebied tussen ambient, avant-hop en
indietronica waar ook andere sjerpa’s als Four Tet, DJ Shadow en 13 & God hun
kuddes door bergpassen van beats en samples gidsen. Telephone Jim
Jesus is dan wel niet de volgende Heiland in het genre, maar de man
bewijst dat een noestig werkende apostel ook kleine wonderen kan
verrichten.

Na de escapades van zijn gothic- en hardcoreband Unfit gomde
Chadwick de in maagdenbloed gedoopte pennenstreken weg om tabula
rasa te maken. Hij verrees als Telephone Jim Jesus, een
onbeschreven stuk perkament dat ongeduldig wachtte op z’n eerste
breakbeat. Enkele rasuren niet te na gesproken werd de artistieke
identiteit van TJJ al snel volgepend met alles wat uit
effectenbakken, samplers, gitaar en synths te toveren valt.
‘Anywhere Out Of The Everything’ is de tweede neerslag van zijn
queeste door de VS en Europa en meer dan ooit verdient de man uw
luisterend oor. In tegenstelling tot luie leerlingen bewijst de man
namelijk dat knip- en plaktechnieken wel in coherente, gefundeerde
brouwsels kunnen resulteren.

Door de manier waarop TJJ hiphop- en elektronicapatronen aan elkaar
breit, krijgt de man van ons alvast een goed rapport. De
afzonderlijke nummers zijn kleine organismen op zich, maar vormen
tegelijkertijd het metabolisme dat deze plaat als een subtiel,
intrigerend geheel in leven houdt. De trip vangt aan met ‘Did You
Hear?’, een lillende portie folktronica die ons vanuit het
schemerdonker geheimen toefluistert vol semantische bokkensprongen
à la The
Books
. Met ‘Birdstatic’ laten we de donkere hypnose van de
metropool echter achter ons en vlijen we ons neer op een warm nest
van Boards of
Canada
-texturen, terwijl nostalgische ambient-veertjes uit de
lucht dwarrelen. Het ironisch getitelde ‘Featherfall’ bewijst dat
het geluidsdons echter een hinderlaag was, want TJJ wekt hier weer
een grootstedelijke nachtmerrie op volgens het gedempte Burial-procédé. De
luisteraar komt gevangen te zitten onder een dreigende glazen stolp
als was hij of zij een personage in een schilderij van Edward
Hopper. Het mag duidelijk zijn dat Chadwick graag experimenteert
met sferen en klanken en de luisteraar via een psychologisch spel
van de ene gevoelswereld in de andere laat terechtkomen.

Het geduld van degenen die zaten te wachten op een vloeiende rivier
van inktzwarte rhymes tussen de verkavelde soundscapes wordt
beloond met ‘Ugly Knees’, waarin Doseone en Pedestrian wegen
bewandelen die geplaveid lijken te zijn door DJ Shadow en Valgeir Sigurdsson.
In ‘A Mouth Of Fingers’ worden de kasseien echter losgeslagen door
de eerste zware breakbeat die deze plaat rijk is, maar met hun
ingehouden vocals die aan DJ Food refereren, laveren Ped en Bomarr
zorgvuldig tussen de brokstukken. ‘Dice Raw’ zet de hiphop-toon
voort met de fatalistische, maatschappijkritische teksten van
Pedestrian en Why?, die zich een weg banen door de iBook-pop van
Fat Jon &
Styrofoam
. In andere nummers als ‘Hit By Numbers’ en ‘Faces All
Melted’ injecteert TJJ de raps dan weer in een verkapte jungle van
akoestische en elektronische klanken en ook hier blijven de rhymes
overeind in zijn heart of darkness van invloeden.

Net als Coldcut bewijst
Telephone Jim Jesus dat geluidscollages geen synoniem hoeven te
zijn voor stuurloze amalgamen die zonder veel inspiratie in elkaar
zijn geflanst. De Amerikaanse muzikant/producer verandert geen
water in wijn, maar de manier waarop hij hiphop, indietronica en
ambient tot een coherent geheel kneedt, mag toch een mini-mirakel
genoemd worden. Deze plaat verdient het dan ook niet om aan de
schandpaal van de apathie genageld te worden, want al wie deze
hoogmis beluistert, zal met een gelukzalige glimlach op het gelaat
heengaan in vrede.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

drie × 4 =