Fred Claus





Richardson e.a.
116

Daar is hij dan, de jaarlijkse kerstkomedie uit Hollywood die de
commercieel verantwoorde betekenis van Kerstmis vakkundig in de
strot van onwetende families zal proberen te rammen.
Schrijversstakingen of niet, deze feestdagen-vehikels blijven
terugkeren en elk jaar zullen wij, zure recensenten, de onschuldige
passanten tevergeefs proberen te waarschuwen voor het onheil dat
hen staat te wachten als ze de naar zwavel en glühwein geurende
filmzalen binnenwandelen. Het trieste aan ‘Fred Claus’ is niet
zozeer dat het een mierzoete stinker van jewelste is, maar dat de
makers met ook maar een beetje meer inzet hier effectief een
grappige familiefilm van hadden kunnen maken. Regisseur David
Dobkin was de man achter het aanstekelijke ‘Wedding Crashers’, Vince
Vaughn is op zijn best als hij mag ratelen als een aan cafeïne
verslaafde junk en Paul Giamatti als kerstman is misschien wel de
geniaalste castingkeuze in jaren. Het had makkelijk een oneerbiedig
maar charmant kerstsprookje kunnen worden, mocht het niet zo
ostentatief de ene kleffe boodschap na de andere de zaal insturen.
‘Fred Claus’ slaagt er zowaar in om ‘Love Actually’ te
overtreffen in de suikerafdeling, en dat was al een behoorlijk
overstromende stroopbokaal die op de rekken had mogen blijven
wegrotten.

In ‘Fred Claus’ komen we te weten dat de kerstman, Nicholas
Claus (Paul Giamatti), eigenlijk een oudere broer (Fred dus) heeft
en dat die over de jaren heen opgegroeid is tot een bittere vent
(de nog steeds pafferige Vince Vaughn) in de schaduw van zijn
populaire broertje. Hij woont en werkt als repo man in
Chicago en heeft een af-aan-relatie met Rachel Weisz. Yeah
right.
Wanneer de louche Fred de gevangenis indraait, betaalt
broer Nick de borgsom. En daar komt de van de pot gerukte plot uit
de mouw. Fred moet, tegen zijn zin, naar de Noordpool afzakken om
zijn schuld af te betalen als hulpje in Santa’s workshop.
Maar wacht, er is meer. Niet alleen Fred maar ook een pruimige
bekwaamheidsanalist (Kevin Spacey, ooit nog één van dé acteurs van
het vorige decennium) komt op bezoek. Hij wil graag zo snel
mogelijk het kerstboeltje sluiten omdat de kerstman blijkbaar niet
efficiënt genoeg werkt (op één nacht de hele wereld rond op een
vliegende slee, hoe efficiënt moet die olijke dikkerd in het rode
pak wel worden?). Uiteraard laat Fred het één en het ander in het
honderd lopen en zal hij na een vermoeiende aaneenschakeling van
slapstick, moraallesjes en een nooit aflatende marathon van
irritante kerstliedjes (ze kennen daar precies ook die verrekte
compilatie-cd’s van Douwe Egberts) misschien het kerstlicht zien.
Wie weet. Wie kan het schelen.

Al vanaf de bizarre proloog, die de voorgeschiedenis van de
kerstman en zijn familie op geforceerde wijze uit de doeken doet,
voel je de onwennigheid van het schizofrene ‘Fred Claus’. In een
poging om het scherpe van ‘Bad Santa’ te combineren
met het naïeve van ‘Elf’ wil ‘Fred Claus’
scoren op twee vlakken. Het moet een gezellige, warme,
inspirerende, kotsinducerende familiefilm zijn die de eenduidige
moraal (er zijn geen slechte kindjes!) nadrukkelijk onderstreept
met een overemotioneel pianodeuntje, maar er moeten ook satirische
prikken uitgedeeld worden naar het corporate en
commercial wereldje waar Kerstmis zich steeds dieper in
laat wegzakken. Dat zijn twee doelstellingen die nog geen klein
beetje contradictorisch tegenover elkaar staan en regisseur Dobkin
slaagt er op geen enkel moment in om ze te verzoenen in een
harmonisch spektakel voor de jonge, de oudere en de
kerstboycottende kijker.

Die blijkbaar niet te bepalen keuze tussen twee werelden
(gezellige familiefilm of subversieve slackerkomedie) zet zich
volledig door in de toon (is het zoet, zuur of gewoon zoetzuur?),
de acteerprestaties en zelfs tot in de geluidseffecten. De
cartoongeluidjes (ik onomatopee even mee: boink of
knots bij een botsing, kazwiep bij een val) die
op de soundtrack werden gezet telkens wanneer een ongrappige
slapsticksequentie passeert zal de allerkleinsten misschien laten
giechelen, maar waarom zou je die koters meepakken naar een film
waarin Vince Vaughn de ene cynische oneliner na de andere afvuurt
op Kerstmis en zijn omstaanders? Als films enkel maar producten
zijn (en dat is ‘Fred Claus’ zonder twijfel), die na lang overleg
met marketeers, studiohoofden en segmentatiespecialisten in elkaar
worden gestoken, dan hebben ze met ‘Fred Claus’ een serieuze
misberekening begaan. Of dachten ze dat het clever was om Kevin
Spacey (Lex Luthor in ‘Superman Returns’) de
cape van Superman te laten aandoen als inside joke annex
crosspromotionele stunt voor Warner Bros. Metaniveaus zijn dolle
pret, maar je kan ook te ver gaan.

En zo hangt alles bij het wisselvallige ‘Fred Claus’ nogal
onsamenhangend met haken en ogen aan elkaar. Acteurs krijgen niks
om handen (Rachel Weisz, waar ben je gebleven?), John Michael
Higgins is een creepy elf met een wiebelend
copy-paste-hoofdje en de fijngevoelige moppen zijn dunbezaaid en
goedkoop, tenzij u nog altijd kan lachen een sneeuwbal in het
aangezicht. ‘Fred Claus’ zoekt naar een consistente toon, maar
vindt op de twee lange uren geen enkel houvast om ook maar iets te
maken van de premisse. De film hervalt uit armoede dan maar keer op
keer in sentimenteel verpakte levenslesjes. Eén keer valt er écht
te lachen, en dat is dan dankzij een op en neer springende Stephen
Baldwin in een leuk gevonden cameoscène. Stephen Baldwin,
mensen!

Vince Vaughn is de grootste pineut die in ‘Fred Claus’ zijn
ondankbare ding mag doen. De frat pack-komiek, die eruit
ziet alsof hij in weken niet geslapen heeft, past nauwelijks in het
hallmark-plaatje en probeert zich te redden met zijn snel gesproken
improvisaties, die echter nergens blijven plakken. Vince is op zoek
naar een stoute komedie maar loopt hopeloos verloren tussen de
kitscherige lichtjes, de akelige elfjes (vrouwtjes met snorren,
ieeeeuw) en de kunstmatig neergedwarrelde sneeuwtapijten.
Bekijk de plaatsvervangende schaamte op zijn gezicht wanneer de
‘ninja elfjes’ in zijn nek springen (boinken en
knotsen tot hij op de grond ligt) en treur mee. Van
treurwilgen gesproken, Paul Giamatti is zowat enige die nog een
beetje magie weet uit te stralen als de meest deprimerende kerstman
die ooit op het doek heeft mogen ho-ho-ho’en. Maar ook hij krijgt
nauwelijks de ruimte of tijd om meer te zijn dan routineuze
aangever voor Vaughns repititief geraaskal.

Het ziel- en charmeloze ‘Fred Claus’ is een suikerzoete komedie
met een zure nasmaak. Hij gebruikt een cynisch hoofdpersonage om de
cynische aspecten rond de gecommercialiseerde feestdagen te
doorprikken, maar raakt nooit verder dan een melig (de ‘Silent
Night’ – montage is onthutsend schmaltzy) moraalfilmpje
dat eigenlijk veel irritanter is dan de kleffe familiefilms- en
sitcoms die er openlijk voor uitkomen dat ze klef zijn. Behoorlijk
cynisch dus, die ‘Fred Claus’.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

17 − twaalf =