The Shaky Hands :: The Shaky Hands

Slome indierock van een stelletje luilakken dat zelfs te tam is om originele referenties op te diepen. Met wat slechte wil, kan een mens hard zijn voor The Shaky Hands, ware het niet dat hun debuut best aardig te noemen is.

Een debuutplaat die in de bio van de platenfirma vergeleken wordt met de debuten van R.E.M. en Neutral Milk Hotel, dat is een plaat die gedoemd is onder hoongelach de cd-speler en vervolgens het pand te verlaten. Bij voorkeur niet als één geheel. Nog naschuddend kan vervolgens begonnen worden aan de stapel debutanten die minder hoog van de toren blazen, maar niet zonder af en toe een blik te gooien op de ratten die de restanten van het buitengewerkte schijfje op speelse wijze tot kruimels aan het herleiden zijn.

In een notendop is dat wat met The Shaky Hands zou gebeuren als we een minder dagje hadden, maar kom, de zon schijnt, de huisbaas heeft ons nieuwe gsm-nummer niet en de examens zijn nog veraf, dus waarom niet een middag spenderen aan het beluisteren van dit debuut? Omdat dit tot vijftal uitgegroeide trio uit Portland, Oregon samenwerkt met een stelletje togaridders die een gelijknamige band uit Australië verplicht hebben hun naam te veranderen zodat down under thans een band resideert onder de van haat overlopende naam Cut Off Your Hands? Het had een reden kunnen zijn, maar kom, de zon schijnt.

Bovendien zagen The Shins dit gezelschap wel zitten als openingsact, dus waarom zouden wij ze geen kans geven als de makers van een van de fijnste platen van het jaar dat wel doen? Verrassing alom wanneer blijkt dat opener “Whales Sing” klinkt als een kruising tussen nerdrock en indiepop. Bovendien lijkt het nummer op iets dat Clap Your Hands Say Yeah links heeft laten liggen, waarschijnlijk omdat het niet stuiterend genoeg klonk. Want The Shaky Hands, dat is rockmuziek met een krankzinnig hoog laidback-gehalte, zo blijkt. “The Sleepless” bijvoorbeeld, klinkt alsof het opgenomen is terwijl de voltallige band zich in een hangmat bevond, cocktail even dicht binnen handbereik als de opnameapparatuur.

Datzelfde effect is terug te vinden in het ongetwijfeld ironisch getitelde “I’m Alive”, een nummer dat bovendien doet denken aan de muziek die Paul “Call Me Al” Simon op het hoogtepunt van zijn solocarrière schreef. Voorwaar geen slecht compliment voor een stelletje snotneuzen dat we zo-even nog met gebruik van zinloos geweld de deur wilden wijzen.

En zo blijft het een hele plaat referenties regenen waartegen die in de bio eigenlijk klein bier zijn. Valt er — al fluitend! — geen flard “Smells Like Teen Spirit” te ontwaren tijdens “Sunburns”? En dan is er nog “Another World Pt. 2” dat zich bevindt op dat verder voor niemand toegankelijke punt waar Two Gallants en Felice Brothers elkaar vinden. Daarmee sluipen gracieus de moderne rootselementen de plaat binnen en weet het gezelschap zijn helden van weleer in een hedendaagse context te plaatsen.

Een meesterwerk heeft The Shaky Hands daarmee vooralsnog niet in handen, maar dat had R.E.M. evenmin toen Murmur uitkwam. Het plaveide wél de weg naar werk als Document en Automatic For The People. Als The Shaky Hands het spel een beetje handig speelt en zichzelf plaat na plaat creatief net weer weet te overtreffen, heeft het gezelschap het potentieel het ver te schoppen in de indiewereld.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

18 − zes =