Subtle :: Yell & Ice

Op Wishingbone namen de heren van Subtle het gegeven remix naar een heel nieuw niveau door hun eigen nummers volledig om te gooien en samen met bevriende bands opnieuw op te nemen. Het geheel was echter te onvoldragen om meer te zijn dan een tussendoortje. Op Yell & Ice wagen ze een nieuwe poging, ditmaal met hun tweede album.

In tegenstelling tot op Wishingbone is het nu niet zo eenvoudig om te achterhalen wat de originele nummers waren en hoe ze bewerkt en herwerkt werden. Alleen “Middleclass Haunt” verwijst rechtstreeks naar de nummers “Middleclass Stomp” en “Middleclass Kill” (uit For Hero : For Fool), bij de andere nummers maakt de titel ditmaal niemand wijzer. In essentie is het dan ook verstandiger om Yell & Ice als een nieuw en volwaardig album te zien, ware het niet dat Subtle zijn kenmerkende avant-hop meerdere malen los durft te laten.

Zo start “Falling” (featuring Why?) met een uitstekende beat die uitnodigt tot een gedurfde breakdance alvorens het nummer terugkeert naar vertrouwder terrein. De mix van old school hiphop meest electro met de klassiekere Subtle-aanpak rechtvaardigt op zichzelf al de aanschaf van de plaat. Ook “Middleclass Haunt” (ft. Dan Boeckner of Wolf Parade) klinkt zondermeer veelbelovend. Het nummer knipoogt naar de Beck die zijn liefde voor hiphop en singer-songwriters met elkaar verbindt, maar durft er ook een vreemd interludium in te smokkelen.

Op “Deathful” mag Tunde Adebimpe van TV On the Radio van zich laten horen. De inbreng van Adebimpe is subtiel maar duidelijk. Het nummer heeft een duidelijke Subtle-stempel maar wie vertrouwd is met TV On The Radio hoort dat Adebimpe meer heeft gedaan dan alleen maar zijn soulvolle stem uitlenen. Markus Acher (Notwist) zit niet alleen samen met Subtle in 13& God, maar treedt ook aan voor “The Pit Within Pits”. De track laat een duisternis horen die tot op heden ontbrak bij Subtle. De echoënde klanken en industriële ondertoon vormen een fraaie aanvulling op het repertoire.

De laatste samenwerking is voor Chris Adams (Bracken/Hood) die “Sinking Pinks” mag verblijden met zijn aanwezigheid. De luchtigheid van het nummer is opvallend in vergelijking met bijvoorbeeld “The Pit Within Pits”. Van alle samenwerkingen, is dit ongetwijfeld de meest gewaagde maar ook de mooiste doordat het de essentie van Subtle weet te behouden en toch een geheel andere richting uitslaat. Dat de groep het hier evenwel ook zonder de anderen kan, bewijzen ze met wisselend succes op de andere nummers.

Neem nu “Islandmind” dat van de hak op de tak durft te springen zonder ooit zijn evenwicht te verliezen. Verschillende miniatuurtjes vormen samen één song. Ook “Cut Yell” is het vermelden waard. Al was het maar omdat de song duidelijk hommage wil brengen aan een oudere generatie electro-artiesten. En toch vallen beide songs — ondanks enkele knappe ingrepen — wat mager uit in vergelijking met de andere nummers.

“Not” mag daarentegen schouder aan schouder staan met de beste nummers van deze plaat. Het dwingende ritme legt zijn patroon niet alleen aan de muziek op, ook de raps worden met een militaire precisie uitgespuwd. De knappe overgang naar een vloeiendere melodie gebeurt daarenboven zo achteloos dat het nauwelijks opvalt. Ook afsluiter “Requiem For A Drive” gaat de goede richting uit. De oude en volle breakbeats vormen een mooi team met de akoestische gitaren en half gezongen/ half gerapte teksten van Doseone.

Subtle lijkt zich voorgenomen te hebben elke plaat te laten volgen door een remix-album. Dat leverde alvast drie uitstekende platen en één degelijke e.p. op. Yell & Ice zou echter ook het sluitstuk zijn van een trilogie — die opgestart was met Wishing Bone — rond de held Hour Hero Yes. Hopelijk betekent dit niet dat Subtle er de brui aan geeft, want met Yell & Ice is de groep duidelijk nog lang niet uitgezongen.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

een × een =