Shallow Grave

Waar is de tijd dat je een film waarin Ewan McGregor speelde al
op voorhand tot een favoriet kon uitroepen? Dat je wist dat hij met
zijn karakterkop, ondeugende glimlach en z’n breekbaar
zangstemmetje gegarandeerd heel de zaal plat zou spelen?
Tegenwoordig moeten we al diep in ons geheugen gaan spitten naar
zijn blitzperiode, maar vergeten zijn we hem nog niet. Onze
favoriete blote kont is en blijft een steracteur en sterartiest.
Die van studio Herman Teirlinck maar stoefen over hun interpretatie
van een pot choco, onze Schotse ruitjesrocker speelde zowaar
kalligrafiepapier in ‘The Pillow Book’ en transformt
verder moeiteloos van voze rockseksgod (‘Velvet Goldmine’),
grijzend geniepige vetzak (‘Young Adam’) naar
supergladde aal (‘Down with Love’) of
verliefde romanticus (‘Moulin Rouge!’). Het
belachelijke nekstaartje uit ‘Star Wars’, zijn conditietraining in
‘The Island’ en
bij voorbaat ook ‘Cassandra’s Dream’ zijn hem al lang vergeven. Het
liefst denken wij met heimwee terug aan zijn Danny
Boyle-beginjaren. Ewan die in ‘Trainspotting’ in een
WC-pot besluit om voor het leven te kiezen en in ‘Shallow Grave’ in
de rol van etterbak Alex enthousiast mee zit te supporteren met
tv-spelletjes: het zijn z’n beste momenten.

Hetzelfde geldt eigenlijk voor regisseur Danny Boyle’s carrière:
voorlopig zijn zijn eerste twee films, met Ewan McGregor in de
lead, nog steeds de beste. Zijn uitstapjes naar een rooskleuriger
bestaan met het fijne kidnapverhaaltje ‘A Life Less Ordinary’ en de
stroperige familiefilm ‘Millions’ en ook de
thriller in de blakke zon ‘The Beach’ waren oké, maar bezorgden ons
geen stomende trip. Met ’28 Days Later’ en
‘Sunshine’ vond
hij weliswaar een nieuwe karakteracteur in Cillian Murphy, maar
beide films konden hun hoogst indringende sfeer niet volhouden en
beten uiteindelijk in het zand van een overdreven einde (dat in het
geval van ‘Sunshine’ zelfs naar
het belachelijke neigde).

Als eerste film koos Danny Boyle indertijd (we schrijven 1994)
voor een genrefilm, een thriller nog wel. Zoals dat bij een eerste
film hoort, kwam hij tot stand met weinig middelen en dat merk je
alleen al aan de locaties. Het verhaal begint in een hip
appartement ergens in Edinburgh, waar dan ook zowat driekwart van
de film zich afspeelt. En meer is er soms gewoon niet nodig voor
een boeiende thriller: door de prent heen groeit het appartement
namelijk uit tot een apart wereldje, afgescheiden van de normale
mensheid, waarin met principes wordt geschoffeld, andere regels
gaan gelden en geestelijke oorlogen worden uitgevochten.

De twee jongens en het meisje die dit appartement/universum
delen, zijn drie erg uiteenlopende karakters. De verlegen nerd
David (Christopher Eccleston) werkt als accountant, de
zelfingenomen, irritante Alex (Ewan McGregor) is journalist en
Juliet (Kerry Fox in licht gedateerde outfits) is dokteres en
gediplomeerde in het versieren. Aangezien ze nog een kamer over
hebben en ze het geld wel kunnen gebruiken, gaan ze op zoek naar
een vierde huurder. Na heel wat interviews met schaamteloze vragen
(“Heeft u al iemand vermoord?”), besluiten ze om voor Hugo (Keith
Allen) te gaan, een goedgeklede veertiger. De dag na zijn intrek
vinden ze hem echter dood op zijn bed terug, met naast hem een
koffer vol met geld. Het luxueuze leventje dat ze daarmee zouden
kunnen leiden, gaat meteen hun hele doen, laten en vooral denken
domineren. Wanneer ze impulsief besluiten om het geld te houden,
vergeten ze echter rekening te houden met alles wat hierbij komt
kijken: het lijk dumpen, bewijsmateriaal doen verdwijnen (handen en
voeten afzagen, tanden uitkloppen om het lichaam onherkenbaar te
maken!), hun schuldgevoel de baas blijven en constant op hun hoede
zijn voor de mogelijke eigenaars van de koffer. Al snel wordt het
appartement te klein voor alle opgekropte spanning: de lijken
blijven zich opstapelen als in een bodemloos graf, het wantrouwen
tussen het threesome groeit met de gespleten seconde en
dat de boel vroeg of laat moet ontploffen, voelt u zelf ook wel
aankomen…

Drie vrienden, een lijk, een koffer vol geld en een knoert van
een moreel dilemma. Een verhaal met een bescheiden opbouw en toch
is deze film een zeldzaamheid te noemen: de plot is misschien niet
zo origineel, maar voelt nergens stroef aan en is verdikke sterk
uitgewerkt. De film is mooi opgebouwd, verhoogt op gepaste tijd de
spanning tot een nerveus hoogtepunt en blijft boeien dankzij een
bende allesbehalve sympathieke, maar toch razend interessante
personages. Voordat ze geld roken, waren de drie personages al niet
bijster sympathiek, wat door de koffer geld alleen nog maar sterker
tot uiting komt. Om hun buit binnen te halen, moet het drietal
enkele kleine onaangenaamheden erbij nemen. Alex (een beetje de
knuffelbeerversie van Alex uit ‘A Clockwork Orange’) kan
hier het best mee om: hij wàs al respectloos en volledig zonder
verantwoordelijkheidzin en dat is met een handvol bankbiljetten in
zijn handen er niet beter op geworden. David heeft het meest moeten
opofferen (die tanden uitslaan!) en kan dit trauma niet zomaar
verwerken. Hij verandert erdoor (abrupt) in een achterdochtige
paranoïde, die zich op de zolder verschalkt met de koffer. Juliet
zwalpt tussen de twee jongens in en probeert aan allebei haar ziel
te verkopen. Wat is vriendschap nog waard, als mensen eenmaal geld
geroken hebben? Niet veel, zo blijkt. Binnen de grenzen van het
kleine appartement ontspint zich een spel van angst, verraad en
achterdocht, dat nooit gaat vervelen. Ongelooflijk hoe snel die
film voorbij vliegt.

Op artistiek vlak laat Danny Boyle zich al als een vakman
kennen: hij speelt met licht en donker en gebruik zijn camera op
alle mogelijke gekke manieren, vanuit verschillende standpunten en
ongewone hoeken. Hij geeft over de film een stijlvolle look en
durft hier en daar naast de redelijk logische suspensemuziek ook
eens uitschuiven in techno en ironisch vrolijke deuntjes (terwijl
we naar het lijk van Hugo zitten te kijken bijvoorbeeld). Eén van
de redenen waarom je er vlotjes mee kan leven dat de personages
onsympathiek zijn, is trouwens de donkere humor. De chemische
spanning tussen het groepje snobs werkt danig op de lachspieren.
Terloopse onliners (vooral uit de mond van McGregor) als “But
Juliet, you’re a doctor, you kill people every day”
injecteren
de film met een goede dosis zelfrelativering, die in veel andere
thrillers niet zou misstaan.

Ondanks een klein dipje halverwege, is ‘Shallow Grave’ een zeer
genietbaar filmpje. Het tempo wordt erin gehouden, er is danig wat
suspens en de acteurs laten zich van hun akeligste kant zien. Een
eersteling van Boyle, die zich toen duidelijk nog kon permitteren
om zich van niemand iets aan te trekken, wat heel sterk is
uitgedraaid. Misschien moet hij deze nog maar eens opnieuw
bekijken…

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

20 + veertien =