Ween :: La Cucaracha

Ween, één van de best bewaarde geheimen van de intussen lang vervlogen jaren negentig, is na enige afwezigheid terug met een nieuwe plaat. Hoewel de plaat genoemd is naar de beroemde feestdans uit Mexico die gegarandeerd leven in de brouwerij brengt, is Weens feestje op La Cucaracha niet volledig geslaagd.

Tien jaar zijn er voorbij gegaan sinds Ween het bejubelde The Mollusk lanceerde, dat meesterwerk waarop de groep op hoogst ironische wijze zijn liefde voor progressieve rock uitdrukte. De lijn tussen scherts en hommage was flinterdun, een constante doorheen Weens carrière. Het maakte hun muziek zo opwindend en verfrissend: van de compleet van de pot gerukte obsceniteit van GodWeenSatan, over de pure funk van Chocolate And Cheese tot de bizarre countryplaat 12 Golden Country Greats, steeds was het de humor die hun nostalgische muziektrip dat kleurrijke randje gaf. Maar hun golden touch zijn de jongens uit Pensylvannia al jaren kwijt. Was White Pepper nog een aangename herhalingsoefening in sixties pop, dan was Quebec een wel zeer middelmatig album waarop Ween niet meer wist welke richting het uit moest. Na enkele luisterbeurten weten we dat La Cucaracha niet veel verandering in die situatie zal brengen.

La Cucaracha probeert over te komen als een vrolijke potpourri van de meest uiteenlopende muziekgenres, maar echte dijenkletsers bevat de plaat niet. Want in tegenstelling tot bij het vroegere werk valt er niet zoveel te lachen op La Cucaracha. Uitzonderingen zijn het pittig rockende “With My Own Bare Hands”, dat met zijn obscene tekst toch een glimlach op ons gelaat toverde (“She's gonna be my cock professor/ studying my dick!”), en opener “Fiesta”, een instrumentale latin swinger met blazers en overstuurse drummachines die een mens kan dwingen tot oncontroleerbare dance moves. Toch kent de plaat ook sterke momenten als er geen ironische toon aan te pas komt. Het mooie “Lullaby” is een broos pianonummer waarin melancholisch teruggedacht wordt aan de kindertijd, en ook het relaxte “Blue Balloon”, met zijn nasale synths en mooie gitaarlijn, is meer dan de moeite.

Ook prog rock wordt nog eens onder handen genomen. In de elf minuten lange epische jam “Woman And Man” speelt Ween als herboren alles aan flarden; het verhaal over Adam en Eva, ondersteund door enkele bongo's en fluiten, transformeert plots in een psychedelische rocker met lang uitwaaierende solo's en machinegeweervuur. Het is een opwindende brok muziek waar het spelplezier vanaf druipt, een nummer dat zonder blikken of blozen naast het beste van de groep mag staan. Afsluiter “Your Party”, een grappige mix van cocktailjazz en gestileerde designerrock, is ook op en top Ween: zo tongue-in-cheek dat we ons moesten inhouden om niet in een lachbui uit te barsten. Beter konden ze de plaat niet laten eindigen.

Maar al die nummers wegen niet op tegen de grote hoeveelheid ondermaats materiaal dat de plaat vult. Het fletse reggaenummer “Fruit Man” is een ware marteling om te doorstaan, en de middelmatige popnummers “Object” en “Sweetheart” zijn ook maar vulsel. “Learnin' To Love”, dat teruggrijpt naar de country van 12 Golden Country Greats, is net als de poppunkparodie “Shamemaker” bijzonder leuk, maar volledig overtuigen doen deze nummers toch niet. De grootste travestie blijft evenwel de miskleun “Friends”, dat de heren met de producer van Crazy Frog opnamen (u weet wel, die irritante kikker). Hilarisch voor één keer, maar met dit soort muziek martelen ze gevangenen op Guantanamo Bay.

La Cucaracha is maar half geslaagd, laat dat duidelijk wezen. Dit is een degelijke plaat en een goede introductie tot het fenomeen Ween, maar een echte opwindende brok muziek is het niet. Laten we het zo stellen: als u geen bezwaar hebt tegen een gewoonweg degelijke Ween-plaat moet u geen moment aarzelen. De veeleisende fan heeft op La Cucaracha echter niets te zoeken.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

10 + vijf =