Ween :: Shinola (Vol 1)

U bent een gecultiveerd muziekliefhebber, een actieve meerwaardezoeker, kortom een ontwikkeld mens. Gezeten in uw bordeauxrode kamerjas verdiept u zich in de nieuwe Salman Rushdie, op de achtergrond resoneert het fantastische Final Fantasy en incidenteel wordt aan een Castello di Fonterutoli van een goed jaar genipt. Onder uw chaise longue liggen nog een P-Magazine, een blik bier en de nieuwe Ween.

Achtergestelde buitenwijk New Hope zag er al een stuk minder troosteloos uit toen het olijke duo Aaron Freeman en Mickey Melchiondo door het leven besloot te gaan als imaginair broederduo Gene en Dean Ween. Debuut en dubbelaar GodWeenSatan: The Oneness kon op goedkeurend geknik rekenen van de integrale pop- en folkgoegemeente, maar vooral het twee jaar later verschenen Pure Guava scheerde hoge toppen. Weens concept was (en is) briljant: jezelf aan de buitenwereld presenteren als één grote grap om zo vanuit een diep ingegraven underdogpositie toch de ene fijne plaat na de andere te releasen. Onderbroekenlol lijkt nooit ver weg als we even door de integrale backcatalogus van Ween razen ("Waving My Dick In The Wind", "Put Your Boobs On" of "Baby Bitch"), maar de relativerende knipoog ligt verborgen onder een dikke laag puberale spielerei. Als even voorbij de teennagel wordt gekeken, blijkt dat Ween de grotere issues niet schuwt. Homoseksualiteit, racisme, kindermisbruik, … passeren de revue. Ludiek uiteraard: Ween wil, en zal niet serieus genomen worden.

Die rol van kwalitatieve underdog werd nooit gelost. Hopen liveopnames gingen vooraf aan het uitbrengen van deze compilatie volwaardige b-sides, een collectie afdankertjes met de potentie om voor een volwaardig Ween-album door te gaan.

Eerst moet wel een serie immense crap uit de cd gefilterd worden. In "Tastes Good On Th’ Bun" heeft het duo het zich wel heel makkelijk gemaakt. Herhaal de songtitel zo een 32 keer en je hebt de song — ja, wij hebben dat geteld en nee, wij hebben geen leven. Stemgeluid wordt zo nu en dan nog eens gevarieerd, kwestie van in utter verveling al niet van de eerste minuut af te haken. "Big Fat Fuck" (typerende titel, jongens) vertrekt ongeveer van hetzelfde concept en wordt eveneens diagonaal de afvalemmer in geklasseerd. U kan overigens uw eigen kopie van "How High Can You Fly" produceren: voor uw My First Ween hebt u slechts behoefte aan een douche en een verse pint. Drink u moed in, tuit uw lippen en flapper Indianen-gewijs met uw hand tegen de mond terwijl u de intrigerende boodschap How High Can You Fly herhaalt.

Eens de rotte appels kundig uit de mand verwijderd zijn, kan er overgegaan worden naar het betere werk. En hier stelt Ween ons, als vanouds, niet teleur. "Monique – the Freak" borduurt verder waar Prince zo nu en dan eens een steek durft laten vallen. De betere funkrock wordt hier de aders ingepompt, occasioneel afgewisseld met een Daft Punk-interludium. Het swingt er in toenemende mate op los. "Gabrielle" is een mooie, aan veelvuldige seventiesinvloeden schatplichtige, rocker waarmee ze de concurrentie een lichtjaar of twee achter zich laten. Ween valt hier uit zijn rol en laat zien hoeveel talent het duo wel niet heeft. Ter illustratie: "I Fell In Love Today" verdient het gewoon als serenade onder menig balkon ten berde gebracht te worden. En fuck: Pink Floyd maakt een comeback met "Did You See Me".

Misschien ligt de ludieke knipoog van Ween er iets te dik op. Misschien hebben ze zich al te veel verborgen achter een façade van meters strekkende flauwe humor maar god wat hebben ze talent. Traditionele pop, folk, rock, americana, Ween heeft het onder de knie. De sarcastische grijns die Ween op de behaarde tronie van de gemiddelde muziekliefhebber tovert, toont gewoon diens krampachtige hokjesdenken aan. Shinola Vol. 1 is niet het ultieme afdankertjesalbum, het is eerder een proeve van bekwaamheid. Een bewijs van een overdosis vakmanschap per strekkende meter. Jammer dat mensen daar zo snel aan voorbij gaan.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

1 × drie =