Stereophonics :: Pull The Pin

Stereophonics bestaat tien jaar en dat mag gevierd worden. Waar menig artiest zichzelf er op zo’n moment gemakkelijk vanaf maakt met de release van een of andere best of, krijgen de trouwe fans van Kelly Jones en kompanen dit jaar een dubbele verrassing op hun bord.

Eerder dit jaar verscheen al Jones’ ingetogen soloplaat Only The Names Have Been Changed, en nu ligt ook het zesde studioalbum van Stereophonics in de winkel. Hoewel het hier niet gaat om een vlakke of goedkope rerelease van hun grootste hits, heeft Pull The Pin wel zowat alles in huis om als een best of door het leven te gaan.

De twee gezichten van Stereophonics worden op dit album dan ook naadloos gecombineerd. De melodische charme die zo overtuigde op Just Enough Education To Perform zorgt voor een aantal bijzonder aangename luister- en mijmermomenten, terwijl de straffere uitspattingen, welbekend van Language. Sex. Violence. Other?, er het nodige tempo in houden. Nummers als “Soldiers Make Good Targets” en “Bank Holiday Monday” bijvoorbeeld, die lustig rocken zonder Kelly Jones daarin te overstemmen.

Jones’ schuurpapieren stem is nu eenmaal een van Stereophonics’ grootste troeven. Toegegeven, nergens haalt hij nog zo’n hoog raspgehalte als in “Mr. Writer”, maar het ingetogen en akoestische “Bright Red Star” kan best wel tellen. Hoewel ook dit nummer niets vernieuwends op tafel gooit en zelfs qua tekst niet helemaal het verwachte niveau haalt, klinkt het zo eerlijk en natuurlijk Stereophonics dat het niet anders kan dan overtuigen.

Nog zo’n trademark van Stereophonics is het verhalende, maatschappijkritische karakter van de songs. Jones mag dan wel beweren dat hij zijn politieke commentaar ditmaal voor zichzelf heeft gehouden, alles op Pull The Pin getuigt van het tegendeel. Van de hoes, waarop twee ziekelijk gekleurde monden een granaatpin tussen de tanden klemmen, over het nieuwsbericht dat als albumintro dient, tot de nummers zelf. Een titel als “Soldiers Make Good Targets” spreekt voor zichzelf. Dat zou kunnen irriteren, mocht het nummer ons niet vanaf de eerste seconden van de sokken blazen.

Helaas is irriteren nu net wat “Daisy Lane” wel doet. Niet enkel mist het dat rasperige in zowel stem als muziek, het is ook gewoon te uitgesproken. Hoewel even tragisch als “Billy Daveys Daughter”, mist het de aanspraak op de verbeelding die dat nummer wel nog karakteriseerde. Het verhaal over een steekpartij in de straat waar Kelly Jones woont, is niet enkel té expliciet, het is vooral té herkenbaar en die zwaarte staat het nummer behoorlijk in de weg.

Gelukkig komt “Stone”, het minst eenzijdige en tegelijk strafste nummer op de plaat, nadien de tafel schoonvegen. Het zet geniepig kalm in, zwelt ongemerkt aan en barst uiteindelijk los in een dramatisch doch catchy refrein. Zoals we het van Stereophonics gewoon zijn dus.

Ach, niemand had nog verwacht dat de mannen na al die tijd toch vernieuwend uit de hoek zouden komen. Gelukkig voor hen is dat ook niet nodig. Zelfs met hun gewone — maar heerlijk ontspannende — sound hebben ze nog heel wat streepjes voor op de vele ééndagsvliegen die de revue maar blijven passeren.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

vijf × 2 =