Lamps :: Lamps

De eerste plaat van Lamps kwam een paar jaar geleden alleen op vinyl uit. Een cd-release leek op dat moment een beetje te voorbarig voor het loeiharde, compromisloze no nonsense punkgeluid van het trio. Met zijn tweede titelloze plaat klinkt Lamps net iets toegankelijker, met een blijde intrede tot het digitale tijdperk als gevolg.

Wie het Internet afschuimt naar informatie over het Amerikaanse Lamps struikelt over de metaforen. Het ene magazine beschrijft hun geluid als een botsing tussen twee enorme rotsen waarvan het lawaai ritmisch klinkt, terwijl een andere website het over een soundtrack bij The Planet Of The Apes heeft. Er valt wat te zeggen voor beide beschrijvingen, maar waar het eigenlijk gewoon op neerkomt, is dat de groep nu eenmaal niet toegankelijk klinkt. En al helemaal niet voor het type van mensen dat denkt dat Humo of Studio Brussel een referentie voor pittige muziek is. Om het even cru te zeggen: naast de rock-‘n-roll van Lamps lijkt zelfs Nirvana materiaal voor een schlagerfestival.

Niettemin kunnen wij u vandaag toch al een beetje geruststellen: met dit nieuwste album dient Lamps de soep net iets minder heet op. De nummers duren al eens langer, en de groep is van zijn oerprincipe afgestapt om botweg tien nummers met dezelfde lengte (ongeveer twee minuten) op een plaat te dumpen. Daarin doet Lamps een beetje denken aan The Thermals’ evolutie naar properdere platen als Fuckin A en The Body, The Blood, The Machine, maar wel met dat verschil dat de evolutie hier genuanceerder is en in kleinere details verborgen zit.

Opener “Eliseo” creëert aanvankelijk de indruk dat de nieuwe plaat een eenvoudig vervolg op het debuut is, maar laat zijn publiek toch stiekem heupwiegen. Een nummer als “Fred Astaire” — waarvan het ritme pas na een drietal luisterbeurten de aandacht begint op te eisen — bouwt verder op een soortgelijke logica. Het verraadt dat de groep hulp gehad heeft van een grotere meester in het kunstzinnig lawaai maken, Lars Finberg van The Intelligence en A-Frames.

Even compromisloos als de primitieve, minimalistische gitaren zijn de met veel valium beladen vocals van het trio. Er wordt eigenlijk niet eens gezongen, maar gewoon een beetje op los geblaft en het klinkt bijgevolg alsof de muzikanten hun ontbijtgranen met whisky in plaats van met melk nuttigen. Waarvoor onze dank, want in de morgen is hun muziek even efficiënt als het irriterende beepgeluid van een wekkerradio.

Dat Lamps een heel aparte sound heeft en zelfs avant-gardistisch klinkt, neemt niet weg dat er toch nog enkele echo’s van klassieke voorbeelden weergalmen. Een nummer als “Poolfish” klinkt bijvoorbeeld tegelijkertijd strak en chaotisch met een flinke knipoog naar Ramones, terwijl “U.S. Core Complete” en “Now That I’m Dead” met zanglijnen à la Joy Division uitpakt. In “Gozzler” begint de band zelfs even te scanderen. Niet dat het stoort, het mag natuurlijk wel eens minder puristisch als op Lamps’ vorige plaat.

Of het grote publiek het aas van Lamps daarom zal lusten, blijft nog maar de vraag. Wat voor liefhebbers van dit soort muziek een evolutie is, kan voor Jan-Met-De-Pet immers net zo goed een millimeteroperatie zijn. Niet dat wij daarom op onze stappen zullen terugkeren. Na Lamps’ tweede plaat staan wij nog net iets dichter bij hun bijzondere muziek en wij wensen u hetzelfde toe.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

drie × twee =