The Trench




De slag bij de Somme, die in de zomer en in de herfst van 1916
werd uitgevochten, was één van de bloedigste veldslagen uit de
Eerste Wereldoorlog. Het gevecht is vooral beroemd én berucht
geworden omdat er op de eerste dag al 57.470 slachtoffers vielen
bij de Britse strijdkrachten. De herinnering aan dit bloedbad zit
nog steeds in het collectieve geheugen van de Britten gebeiteld, en
voor wie dan toch een geheugensteuntje nodig had, is er nu ‘The
Trench’.

Het verhaal zoemt in op de laatste dagen voor deze dramatische
gebeurtenis. De 17-jarige Billy MacFarlane (Paul Nicholls) en zijn
broer, Eddie (Tam Williams), hebben zich aangemeld voor de
legerdienst. Wat aanvankelijk begint als een uitdaging, slaat al
gauw om in wanhoop eens de broers aan de Somme gedetacheerd zijn.
De barre levensomstandigheden waar de jongens mee geconfronteerd
worden, gaat hun begrip te boven. De Duitsers zijn niet het
grootste probleem, maar vooral de honger, de koude en de verveling.
Ze moeten in de eerste plaats vooral de tijd zien te doden in
plaats van de vijand.

De Eerste Wereldoorlog wordt vaak stiefmoederlijk behandeld in
het filmmilieu. De weinige films die ’14-’18 als onderwerp hebben,
gaan vaak direct naar de DVD-boer om de hoek. Helaas zal ‘The
Trench’ van William Boyd daar geen verandering in brengen. De
openingsscène belooft nochtans veel goeds. We krijgen een collage
van authentieke foto’s te zien die ons meteen onderdompelen in de
grimmige realiteit van toen. Nadat de aanval op de Duitse linies
weer eens is uitgesteld, moeten de mannen zich bezig houden met
allerlei trivialiteiten. We zien ze hun wapens poetsen, ruzie
maken, lachen maar vooral zich vervelen.

De regisseur slaagt er niet in om te voorkomen dat de verveling
op het witte doek overslaat op de kijker. Zijn hoofdpersonage,
Billy MacFarlane, komt onvoldoende uit de verf, omdat Boyd niet kan
beslissen aan wie hij zijn aandacht zal geven: de groep jonge
mannen rond MacFarlane of MacFarlane zelf. Alle gebruikelijke
clichés over oorlogsvoering worden weer eens opgediept. Als een
kolonel de loopgraven bezoekt en de mannen verzekert “dat ze met
hun wandelstok de loopgraven zullen uitkomen”, weet je gewoon dat
dit niet waar zal zijn.

Op sommige momenten slaagt de film er wel in om de naïviteit van
de jonge soldaten te tonen. Wanneer Eddie MacFarlane, voor een
weddenschap van twee pond, zich laat overhalen om door een kijkgat
te turen, krijgt hij prompt een kogel in de kaak. Wanneer hij
kermend van de pijn op de grond ligt, beseffen zijn medesoldaten
dat oorlog toch geen spelletje is waar je iets mee kan winnen. Als
de aanval uiteindelijk in zicht is, merk je duidelijk hoe groen de
jongens nog achter de oren zijn. Sommige schieten zich in het been
om het noodlot te ontlopen, anderen drinken zich lazarus. Er zijn
er ook die stomweg in slaap vallen op hun geweer. Weinig heroïsche
daden dus. Het illustreert het gebrek aan training die deze jongens
kregen vooraleer ze in de loopgraven werden gestuurd. Het gedrag
van jonge Amerikaanse soldaten vandaag de dag is een droevig bewijs
dat er in negentig jaar tijd niet zoveel is veranderd.

De enige reden waarom deze film toch nog op de markt komt, is
wellicht geldgewin. Er spelen immers, per toeval veronderstel ik,
drie acteurs in mee die nu pas hun grote doorbraak beleven: Daniel
Craig, Cillian Murphy en Ben Whishaw. Daniel Craig als sergeant
Winters is de enige van het drietal die een degelijke rol heeft.
Winters probeert vruchteloos discipline in de troep jonge mannen te
brengen maar zijn inspanningen worden niet beloond. Als hij dan van
luitenant Hart te horen krijgt dat zijn groep zal ingedeeld worden
in de eerste golf soldaten die de Duitse linies zullen bestormen,
zinkt de moed al helemaal in zijn schoenen. Het acteurpotentieel
wordt echter te weinig benut voor de dramatische ontwikkeling van
het verhaal.

Het enige wat min of meer nog te bewonderen valt, is de
production design. De loopgraaf ziet er vrij authentiek uit. De
kledij en de gebruiksvoorwerpen van die tijd worden eveneens
gerespecteerd. Naar verluidt zond Boyd zijn acteurs naar een
replica van een loopgraaf uit ’14-’18 om eens een nachtje in
dezelfde omstandigheden door te brengen als de Britse soldaten
toen. Het mocht niet baten. Boyd probeert, net als sergeant Winters
in de film, om van een groepje jongens mannen te maken. Het
resultaat is even catastrofaal als het einde van de film.

‘The Trench’ is dus vooral een gemiste kans. Om een film te doen
slagen, die zich afspeelt in een beperkte ruimte waar er sowieso al
weinig afleiding is, moet je als regisseur het maximum uit je
acteurs kunnen halen. Als dat niet lukt, zakt het hele verhaal als
een pudding in elkaar. Met een groter budget en meer ervaren
acteurs had Boyd wellicht meer uit deze historisch markante
veldslag kunnen halen.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

twintig − 17 =