The Band’s Visit




85 min. / Israël- Frankrijk /
2007

Als de mens in iets onklopbaar is, dan is het in zoveel mogelijk
manieren bedenken om elkaar kapot te maken. Moordwapens worden
steeds efficiënter, sneller en getikter. Kant-en klare
zelfmoordaanslagpaketten kan je dezer dagen in de GB kopen tegen
een democratische prijs – die van je eigen leven – en als je er een
beetje degelijk en gezond uitziet, kan je ook zonder vergunning aan
een revolver geraken. Haten wordt nog veel te veel met de
moedermelk doorgegeven, maar gelukkig brengt ‘The Band’s Visit’
heuglijk nieuws! Botsingen tussen vijandige culturen kunnen ook
mooi én zelfs grappig zijn. Een ware openbaring na alle
oog-om-oogvergeldigen, tand-om-tandstrijdperikelen en de door haat
gevoedde vicieuze geweldcyclus die we in het nieuws en in de cinema
(iedereen terrorist!) in onze strot geramd krijgen. Wil je nog eens
blijgezind en met een tintelend gevoel de zaal verlaten? Dan is
‘The Band’s Visit’ een film voor jou. Principes worden aan de kant
geschoven om plaats te ruimen voor voorzichtige verbroedering, want
geef toe: samen eenzaam zijn, is nét iets plezanter dan alleen.

De hoogtepunten uit onze wereldgeschiedenis zijn in de eerste
plaats oorlogen. Honderden oorlogen. Geen wonder dat we op den duur
niet meer goed meer weten welke landen nu met elkaar in conflict
zijn, daarom voor alle duidelijkheid: Israëlieten en Egyptenaren
zijn niét bepaald de beste vrienden. Nooit geweest eigenlijk. De
Joodse en Arabische staat hebben een hele historie van heen- en
weergespuw, getouwtrek en pogingen tot vrede achter de rug en nu
nog zul je ze niet gauw euforisch samen een pint zien pakken.
Regisseur Eran Kolirin probeert in ‘The Band’s Visit’ de twee
landen elkaar de hand te laten schudden en spiegelt ons een beeld
voor van hoe het wél anders zou kunnen zijn.

Nadat er niemand hen van het vliegveld is komen halen en ze door
een spelfout in de naam van het dorp op de verkeerde bus zijn
gestapt, strijkt de Alexandria Ceremonial Police Band, een
Egyptische fanfare van acht leden, in een klein Israëlisch
woestijndorpje neer. Uitgedost in hun piekfijn baby blue
uniform en met hun beste Engels onder de elleboog geklemd, kijkt
het dorpje amper slaperig op van hun komst, alsof de huizen à la
‘La Vita è Bella’ bordjes dragen met “geen Egyptenaren en
muziekinstrumenten”. Ze hebben nauwelijks geld op zak en een hotel
om te overnachten is zo ver hun ogen reiken niet te bespeuren.
Gelukkig schiet Dina, de sympathieke uitbaatster van een klein
restaurant, de kerels ter hulp. Haled, de conservatieve en strikte
leider van de bende en Khalid, de jonge en eigenzinnige beau van
het gezelschap laat ze bij haar thuis logeren, drie anderen legt ze
in het restaurant te slapen en de rest kan bij een klant van haar
terecht.

Verhaaltechnisch moet je van de film geen meesterwerk
verwachten. Kolirin houdt het op dat vlak vrij sober, maar goochelt
met weinig middelen en een bescheiden decor toch een plezierig
tijdverdrijf uit zijn mouw. The Band’s Visit’ moet het hebben van
een gezonde karakterschets en is vooral in zijn details genietbaar.
Zonder hierover al te melig te worden of de zaken té hard te
verheerlijken, gaat dit filmpje over mensen van een verschillend
ras, taal en geloof, die hun ideologische verschillen naar achter
schuiven om echt met elkaar te communiceren, zonder woorden elkaar
te begrijpen of zelfs van elkaar te leren. Met vooral muziek als
universele taal. Dina slaagt erin om met haar spontaniteit en open
geest de norse Haled een beetje menselijker te maken en hem wat uit
zijn kooi van oppervlakkige correcte beleefdheid te lokken. In een
o-zo-eenvoudige, maar oh-zo glimlachwaardige scène, geeft
loverboy Khaled op een rolschaatsparty aan een bedeesde
jongen instructies over hoe hij een meisje moet versieren. Kleine
daden met een grote betekenis.

De grootste kritiek op de film is dat de situatie gezien de
huidige omstandigheden, vooralsnog een sprookje blijft: op het
Egyptian Filmfestival werd de film uit vrees voor politieke en
diplomatieke gevolgen geweigerd, op basis van de beelden van
Egyptenaren in gewone, zelfs seksuele omgang met Israëlieten. De
liefdesscène in kwestie tussen één van de Egyptische bandleden en
een Israëlische vrouw zou “shockerend zijn en niet goed ontvangen
worden”. Het zal ons worst wezen, wij zijn vooral blij dat Kolirin
niet de sentimentele toer is opgegaan en gewoon een leuk, positief
filmpje heeft gemaakt over hoe eenvoudig het soms kan zijn. Hij
houdt zijn betoog subtiel, dankzij de humoristische noot (vooral
zachte situatiehumor) die hij erin verweeft en de dialogen, die
nergens overgeladen allegorisch zijn en veeleer nuchter en zelfs
speels in de oren klinken. Vooral de gesprekken tussen Haled en
Dina, die zo van elkaar verschillen, zijn mooi in al hun
eenvoud.

‘The Band’s Visit’ vertelt maar een man-bijt-hond verhaal, met
nauwelijks grote gebeurtenissen, maar de film straalt met zijn goed
gecaste blauwe ventjes zoveel uit: energie, enthousiasme en veel
menselijkheid (daar heb je dat vreselijke woord weer, maar het is
echt zo). De film is even vertederend als een snoezige peuter die
net deugnieterij heeft uitgehaald, maar waar je gewoon nooit kwaad
op kunt zijn. Een hele verademing om eens niet het vechten voor
recht op vrijheid te tonen, maar om er op een ongedwongen manier
aan herinnerd te worden waar we het ook weer allemaal voor doen.
Een fris en aardig filmpje, zo klein dat je het waarschijnlijk met
een microscoop in de filmprogrammatie zal moeten gaan zoeken, maar
met een hart dat je tot in Tokio en terug zal kunnen horen
bonken.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

7 − 7 =