Valgeir Sigurdsson :: Ekvílibríum

Wanneer een artiest een nieuwe plaat uitbrengt die ietwat afwijkt van de geijkte paden, gelegd door de combinatie bas-drum-gitaar, is het haast steevast de vraag hoe hij de nummers live zal brengen en welke verschillen er te horen zullen zijn. De IJslander Valgeir Sigurdsson deed het net omgekeerd.

Sigurdsson is niet alleen de man achter het relatief jonge label Bedroom Community, maar ook de producer van de beruchte Greenhouse studio, die in het verleden niet alleen notoire landgenoten als Sigur Rós, Múm en Björk mocht verwelkomen maar ook CocoRosie en Bonnie ’Prince’ Billy, die er het prachtige The Letting Go opnam.

Tijdens zijn doortocht op de laatste Domino-editie, volledig opgehangen rond zijn label, bewees Sigurdsson dat hij of een factor van invloed was op zijn gasten of er zelf door gevormd was, zozeer was zijn set immers doordrongen van het Scandinavische geluid. Op Ekvílibríum blijkt hij echter nog enkele troeven achter de hand gehouden te hebben. Zo zingt Bonnie ’Prince’ Billy op niet minder dan twee nummers mee en is de toonaard van het album complexer en inventiever dan de liveset liet vermoeden.

Sigurdsson kan zijn producersziel immers niet verloochenen, en dus kiest hij op zijn album voor een elektronische aanpak waarbij de verschillende instrumenten en gastzangers een klinisch jasje aangetrokken krijgen, dat slechts een enkele keer te krap zit. Zo wordt "Evolution Of Waters" met Bonnie ’Prince’ Billy liefst zo snel mogelijk vergeten. Oldhams krakerige stem vloekt als een ketter in een kerk met deze in strijkers en bliepende percussie verzuipende song. Ook "A Symmetry" laat te wensen over, hier is te veel een producer aan het werk die zijn batterij knoppen belangrijker vindt dan een goede song.

Maar vanaf "Focal Point" — nomen est omen — gaat het duidelijk de goede richting uit. De warme elektronisch gestuurde klanken spreiden een dekentje uit waarop het heerlijk soezen is. Ook het groezelige "Baby Architect", dat zich als een vreemde mix van rocksong en dromerige electro voordoet, weet te bekoren. Met het licht psychedelische "After Four" tovert Sigurdsson daarna een derde konijn uit zijn hoed, waarna hij de song laat overvloeien in het dreigende, op orkestrale folkvoeten aansluipende "Winter Sleep" met Dawn McCarthy (Faun Fables).

"Equilibrium Is Restored" is dan weer ambient gemixt met sudderende pannen als extra percussie-element, het werkt vreemd genoeg. Net zoals het tussendoortje "Before Nine" dat, hoogzwanger van pathos, volle strijkers baart en als nageboorte een enkele pianotoets laat weerklinken. Op "Kin" krijgt Oldham een herkansing, zo klinkt de tragikomische bard dus wanneer zijn donkerzoete ballads een Scandinavisch electrobad krijgen. Met het wondermooie "Lungs, For Merrilee" schittert Sigurdsson nog een laatste keer. De melodie zelf stelt nauwelijks iets voor, maar als sfeerstuk kan deze afsluiter zeker tellen.

Ekvílibríum is duidelijk de plaat van een producer. Een eenduidige muzikale lijn is nergens te bespeuren. Veeleer laat Sigurdsson — net zoals Wouter Van Belle — horen waartoe hij in staat is. Maar waar Van Belle met zijn fascinatie voor het Angelsaksische net tekort schoot als songschrijver (er was te veel om tegen op te boksen), weet Sigurdsson dankzij zijn keuze voor sfeerstukken handig de klip van het definitieve nummer te omzeilen.

Er zijn songs terug te vinden op Ekvílibríum, maar die vormen niet de ruggengraat van deze plaat. Dit is immers een album dat zich als een warme deken rond de luisteraar legt en laat horen dat IJsland niet alleen een land van gletsjers en elfjes is maar ook een land van dromen die buiten de geijkte paden treden en leven. Dit is een plaat die bij gratie van de halfslaap zijn merites waarmaakt en live niet op die manier hoeft te klinken, zolang het maar eenzelfde sfeer oproept. En dat had Sigurdsson goed begrepen die avond op Domino.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

12 + 19 =