Stefaan Van Brabandt :: :: Het is Niets

Het is niets om met Stefaan Van Brabandt te lachen. Alles gaat voorbij, ook zonder deze worstelaar met honingstem. Maar ondertussen stuur je beter je kinderen de straten op, want met dit debuut is ’onze’ oude wereld enkele illusies rijker.

Stefaan Van Brabandt is theatermaker en acteur (o.a. Cie De Koe), en schaaft al enkele jaren aan Nederlandstalige liedjes — en sinds Spinvis zijn die genre-oefeningen praktisch ’zinloos’ — die flirten met kleinkunst, chanson en klankklare pop. Vooral het uitstekende productiewerk van Laurens Deurinck heeft er toe bijgedragen dat Het is Niets een bijzonder evenwichtig en sterk debuut is geworden. Bepaalde van de meest onoverkomelijke zwaktes — een terugplooien op repetitieve en ’luie’ melodie-frasering (bijvoorbeeld in het lelijke eendje, "Alles zal worden zoals jij verlangt") — zijn enkel koren op de molen voor de verborgen scepticus in onszelf die zich ongemakkelijk weet in de gezongen moedertaal.

Een picareske anti-held neemt ons mee op zijn grasmaaier door een land, hobbelig van de illusies, waar Eric de meisjes gelukkig maakt die Stefaan Van Brabandt liefheeft en waar deze laatste "Eindelijk alleen" een minzaam, flikkerend licht laat schijnen op het hardnekkige eelt op z’n hart.

Dromerigheid (de ploffende popcorn en andere basdrums, xylofoon, spaarzame gitaarstreling, meisjesstemmen op de achtergrond), gelatenheid (titels van de songs) en speelsheid (ironie) worden verpakt in melodische zeepbellen, en hiermee zweeft deze Stefaan Van Brabandt ergens in een divers, internationaal ruim tussen Eels (zonder de vicieuze bedruktheid), The The (zonder de politiek), Emiliana Torrini (zonder de vrouwelijke toetsen), Spain (zonder de elastisch kervende elektrische gitaar vol smart) en Raymond van het Groenewoud (zonder Raymond). Dat is goed gezelschap, maar wie Het is Niets als een artisjok tot zich neemt, en dus gewoon geen enkele van de dertien treden van de ladder overslaat, wandelt een geheel eigen-zinnige wereld binnen waarin op vrij consistente wijze een constructivistisch nihilisme wordt bezongen.

Zo is de ’niets’ vermoedende, geleide wandeling langs de schelde ("Het is Niets"), door de school van een teruggetrokken jongetje ("Mama, mag ik je buik weer in"), in een bietenveld ("Alles zal worden zoals jij verlangt"), van stoplicht naar stoplicht ("Vergetelheid"), in een bunkervormig bed gevuld met wormen en soldaatjes ("Hier komt de nieuwe mens") en in ’haar’ dorp ("Ze toont me haar dorp"), ook een snelle inkijk in het stoïcijnse scepticisme van denkers zoals Descartes, Nietzsche, Cioran, en Pessoa waarin herhaling van lijden, teleurstelling en gebrekkigheid worden doorleefd in plaats van ontkend. En zoals ons dat wordt voorgezongen met een bijzonder warme, vertrouwde stem, rollebollend in de bruingele bladeren van de nieuwe herfst, bekt dit album een beetje als de zalvende useless trees van het latere Pulp.

Knappe albums doen je op een andere manier luisteren dan je gewoon bent. De grootste verademing van dit debuut is dat het zichzelf nergens te serieus neemt en op de koop toe een unieke ont-luisterende uitwerking heeft. Daar waar Erik De Jong (Spinvis) ontluistert in een onverwachtse poetische verstilling die je naar adem doet happen, ontluisteren de songs van Stefaan Van Brabandt door een ideale mix van licht en donker, van grappig en triest, van fait divers en contemplatie. Het is alsof je naar een Murakami-roman luistert waarin de duurzaamheid en realiteit van gewaardingen worden getest, en de achterpoort op een kiertje komt te staan.

De luisteraar vangt ogenschijnlijk tegengestelde emoties op. Er valt namelijk wat af te lachen op dit debuut, en die lach kan verschillende vormen aannemen. De vertederende lach ("ze toont me haar dorp", "Alles zal worden zoals jij verlangt"). De ik-weet-niet-goed-wat-ik-hoor lach ("Lieve oude wereld", "Mama, mag ik je buik weer in"). De zalvende lach ("Vergetelheid"). De onwennige lach ("Het is Niets"). De vergane lach ("Hou de illusie hoog"). De schaterlach ("Eelt op m’n hart"). Wat je ontroerend vindt aan het begin van de dag, zal je koud laten naar de avond toe en omgekeerd. De dag nadien kan ook dat weer andersom. Vooral "Mama, mag ik je buik weer in" — een soort slaapliedje dat zich zo opkrult tot de luisteraar zich niet meer weet te verbergen, en een van de meest gedurfde Nederlandstalige liedjes in jaren — is ronduit belachelijk, tegendraads prachtig, en misselijkmakend ontroerend.

Het cd-boekje dat bulkt van de Dionysische zelf-ironie (o.a. oude familiefoto’s) is een nostalgisch aandoend handboekje. Eels’ Blinking Lights and Other Revelations is nu ook vormelijk een inspiratiebron. Met Het is Niets in de hand, weten we dat deze jonge songschrijver een zus heeft, aanstekelijke openingslijnen pent (’Ik moet weer thuis gaan wonen, want de huur wordt te duur’), en beslist een "Twee Meisjes" of een "Aan de Oevers van de Tijd" in zich heeft. Het is niet niets om aan zo’n toekomst verder te kunnen werken.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

12 − een =