The Sex Pistols :: Never Mind The Bollocks, Here’s The Sex Pistols (1977)

”I am an antichrist/I am an anarchist”, kreet een rotjong met een te grote bek, en overal te lande draaiden jongeren het volume van hun televisie een tikje harder. Vanaf nu was popmuziek opnieuw iets van hen. Het was bewezen: iedereen kon een gitaar vastnemen en zelf muziek maken. Het was het jaar nul.

Af en toe is er een tabula rasa nodig. Een nieuw begin dat alles wat voorafging brutaal van tafel veegt. Het gebeurde in de jaren vijftig, toen Elvis Presley met zijn heupen schudde en de ouderen schokte: popmuziek, muziek van en voor jongeren, was geboren. Toen “Smells Like Teen Spirit” begin jaren negentig doorbrak, was dat ook de destructie van de dam tussen de hitparade en elk groepje jongeren-met-gitaar dat in de garage droomde van succes.

Nooit werd die breuk tussen de door de maatschappij goedgekeurde hitparade en de échte jongerencultuur echter brutaler vormgegeven dan toen de Sex Pistols “Anarchy In The UK” op de natie loslieten. Het bijhorende album Never Mind The Bollocks was een fluim in het gezicht van de oplettende burger die ondertussen wel al had leren leven met de progrockers die tenminste naar het conservatorium waren geweest. Dit was iets anders: het kwam recht uit de goot en grijnsde hem uitdagend in het gezicht.

Natuurlijk was Sex Pistols een gefabriceerde groep. Samengesteld door Malcolm McLaren, een oplichterstype dat dacht de sm-achtige kledij uit zijn SEX-winkel zo beter te kunnen verkopen. De louche manager had zich eerder al bekommerd over de New York Dolls, maar een eigen bandje was nog beter. “En zo kon ik Steve Jones (gitarist, mvs), er tenminste van weerhouden te stelen uit mijn winkel”, motiveerde McLaren dat later nog wat uitvoeriger.

Schoffies waren het immers, Jones, bassist Glen Matlock en drummer Paul Cook. Dat maakte echter niet uit voor McLaren, die de mosterd voor zijn filosofie bij het situationisme haalde: het ontmaskeren van de schijnheiligheid van de burgerij, het blootleggen van de lelijkheid van alles, dat moest het doel zijn. Maar daar was nog één iets voor nodig: een echte frontman. Iemand met charisma, die alle walging ook kon uitdrukken. Een negentienjarig joch met rotte tanden en een gescheurd “Ik haat Pink Floyd” T-shirt bleek de gedroomde kandidaat.

Zoals de rest “niet kon spelen”, kon Johnny — Rotten — Lydon “niet zingen”. Doordat het geluid op repetities zo hard stond dat Rotten zichzelf niet hoorde, schreeuwde hij maar wat op volle kracht: een door merg en been gaande sneer waarbij elke lettergreep met evenveel minachting werd uitgespuwd. Rond hem speelde de band simpele drie-akkoordenrock (“Glen Matlock wilde me altijd van die Beatles-akkoorden leren, maar dat moest ik niet: ik speelde alleen in majeur”, aldus Steve Jones), maar dan wel met zoveel overtuiging dat horen en zien erbij vergingen. In een hoekje zat Rotten aan een tekst te werken om dan plotseling af te komen met “I wanna destroy the passerby/cause I wanna be anarchy”. De debuutsingle kon er niet harder op zijn.

Platenfirma EMI weigerde het nummer commercieel uit te brengen en ook bij A&M was de passage maar van korte duur. Rotten: “Eigenlijk wilden we geen plaat uitbrengen want dat was nogal showbizzy. Maar plots begon het erop te lijken dat men niet wilde dat we er één maakten. Dus toen werd het ons absolute doel.” McLaren handelde voor één keer als een echte manager en versierde een platencontract bij Virgin. Eerste single daar werd “God Save The Queen”, uitgebracht in volle jubileumviering toen de Queen vijfentwintig jaar op de troon zat, maar absoluut geen ode. De burgerij was pisnijdig: radiostations weigerden het nummer te spelen, en hoewel het bijna net zoveel verkocht als Rod Stewarts “The First Cut Is The Deepest” werd het uit de hitlijsten geweerd. Concerten werden afgelast.

En dan was er dan eindelijk Never Mind The Bollocks, Here’s The Sex Pistols. Een singles-plaat zoals er nooit één is geweest. Naast “Anarchy In The UK” en “God Save The Queen” moesten ook het cynische “Pretty Vacant” (geïnspireerd door Richard Hells “Blank Generation”) en ook “Holidays In The Sun” immers niet onderdoen. Eigenlijk maakte de groep gewoon luide popmuziek: liever dan met een heavymetalproducer in zee te gaan, hesen ze popproducer Chris Thomas, die eerder met Roxy Music werkte, aan boord.

Het resultaat is een album dat ondanks al het muzikale gooi- en smijtwerk de melodie niet uit het oog verliest. Zoals Rotten smalend opmerkte over het bijtende “E.M.I.”: “Wat kon EMI tegen die song hebben? Het was catchy as hell!”. En nog een geheim: eigenlijk was Steve Jones een geweldige gitarist, die op plaat ook de baspartijen inspeelde, want Matlock was na gestook van McLaren uit de groep gezet. Reden? “Hij waste zijn voeten teveel en hield van de Beatles”.

Nevermind The Bollocks was een hilarische plaat. Maar ook puntig. En dus nuttig”, aldus Rotten. Het was een album dat het Engeland-in-crisis van eind jaren zeventig genadeloos te kakken zette. De songs schetsen het beeld van een werkloze jeugd, gevangen in een uitzichtloze ineengezakte maatschappij, die er niets beters op vindt dan terug te slaan met bijtend cynisme. Rotten schuwt de ranzige details niet, zoals het ronduit vuile “Bodies” (over een meisje dat haar geaborteerde foetus in een plastic zakje met zich meedroeg) getuigt.

Maar eigenlijk was het verhaal van de groep toen al voorbij: na een hoop “fucks” live op tv ging het al lang niet meer om de muziek. Het vertrek van Matlock was ook de creatieve doodsteek voor de groep, want van zijn vervanger Sid Vicious (“geweldige posterboy, maar geen muzikant”, grijnst McLaren nog na) moest geen muzikale bijdrage verwacht worden. De groep ging nog op tour door het zuiden van de Verenigde Staten: dat had McLaren nog zo geregeld in de hoop op nog meer relletjes. In Texas was de maat echter vol voor Rotten en met een “Ever had the feeling you’ve been cheated?” maakte hij een eind aan twee jaar revolutie. Het was welletjes geweest. Het doel was immers bereikt. Na elk optreden van de Pistols startte er wel een clubje jongelui zijn eigen groepje. Popmuziek was opnieuw waar het thuishoorde: stevig in de handen van de jongeren.

Naar aanleiding van de 30ste verjaardag van Never Mind The Bollocks brengt EMI (jawel, zij) in oktober die vier singles van het album en het album zelf opnieuw op vinyl uit met het oorspronkelijke artwork.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

14 − acht =