Manu Chao :: La Radiolina

Er is nogal wat gebeurd sinds Manu Chao Proxima Estacion: Esperanza! uitbracht: een verhaal met een paar vliegtuigen en een koppel torens, een losgeslagen presidentenkliek, soldaten in de zandbak, … we zeggen maar iets. En toch verliest de kleine sprinkhaan zijn hoop niet: ook op zijn vierde studio-album moet en zal een andere wereld mogelijk zijn.

Het zag er even naar uit dat Chao na de breuk met platenfirma Virgin geen plaat meer zou uitbrengen. Ontgoocheld in de muziekbusiness zwoer hij nooit meer met platenfirma’s in zee te gaan. Zijn chansonplaat Sibérie m’était contéee (sic) werd dan ook als boek uitgebracht (samen met tekeningen van Wozniak) en ging zo bijna onopgemerkt voorbij in 2004. En er was meer: toen de Spaanse Fransman vorig jaar werd gevraagd waar die nieuwe plaat bleef, klonk het wel heel beslist: "Ik heb eindelijk ontdekt hoe tof het is om met mijn lief in de zetel te kruipen." Fijn voor hem, maar het kon dus nog wel wat langer duren.

Gelukkig kruipt muzikantenbloed nog altijd waar het niet gaan kan, en heeft Chao niet veel nodig om opnieuw op gang te geraken. "Un bon joint" was het droge antwoord dat een interviewer in Terzake ooit kreeg toen hij vroeg waar Chao zijn inspiratie haalde. Voor La Radiolina moet het een wel heel grote toeter zijn geweest: maar liefst 21 nummers haalden het album.

Er is geen fluit veranderd aan het recept dat hem als een sluipend vuurtje naar ongekende hoogtes bracht in de zomer van 2001. Al voert een wat zwaardere elektrische gitaar hier voor het eerst sinds lang het hoge woord, met gelijke delen reggae, wereldmuziek, punk, ska en latin brouwt hij een gezapig sudderend potje dat smeekt om een warme nazomer. In de wereld van Manu Chao blijft de muzikale zon immers altijd schijnen, zelfs al regent het in het paradijs.

Eigenlijk is bricoleren een beter woord voor wat Chao doet: hij samplet en recycleert zichzelf dat het een lieve lust is en knutselt met dezelfde elementjes telkens weer nieuwe tracks in elkaar. "Besoin de la Lune" stond al in een andere versie op Sibérie m’était contéee, "Mama Cuchara" doet het met dezelfde stevige gitaarlijn als single "Rainin In Paradize". De muziek van "13 Dias" keert later terug in "Politik Kills". Het heeft bij Chao dan ook nooit echt om individuele tracks gedraaid (op een occasionele single na), maar om een swingende trip van een klein uur.

De zin "this world go crazy/it’s an atrocity" keert ook weer van op Proxima Estacion: Esperanza!. Muzikaal mag het dan immers overwegend zonneschijn zijn, het gaat niet goed met de wereld van Chao. "President Bush, pas op!" waarschuwt hij Dubya in "Tristeza Maleza", "Rainin In Paradize" documenteert de ellende in Afrika en het Midden-Oosten en de vinger priemt alweer richting Washington: "In Bagdad it’s no democracy/that’s just because it’s a US country". De Nobelprijs voor poëzie zal hij er nooit voor krijgen, maar het heeft wel het voordeel van de duidelijkheid.

Rustpunt is het met een Spaanse gitaar gezegende "Me Llama Calla" ("Ze noemen me straat") over Madrileense stoephoertjes dat eerder in de Spaanse film Princesas zat: er is geen ongelukkige waar Chao zich niet voor zal inzetten. Het hart zit immers nog steeds op de juiste plaats en de man zingt nog altijd met de overtuiging van iemand die rotsvast gelooft in zijn zaak. Dat alleen al is erg verwarmend.

Het zegt waarschijnlijk veel over het Amerikaanse klimaat dat La Radiolina daar erg goed wordt onthaald door de pers. Heeft Chao hier al een beetje te veel op dezelfde nagel geklopt met waarheden die in 2001 nog zo juist aanvoelden, in de Verenigde Staten moet zijn uitgesproken mening een verfrissing zijn. Conclusie? De wereld heeft Manu Chao nog altijd nodig. Is het niet hier, dan wel aan de andere kant van de plas. "Hoyoyo" nog aan toe.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

2 + achttien =