The Deer Hunter




Het duurt gewoonlijk een paar jaar voordat er een consensus
ontstaat rond de waarde van een film – sommige prenten worden
aanvankelijk wildenthousiast onthaald, om vervolgens stilletjes in
de vergetelheid weg te zakken (of kent u soms iemand die
‘Gladiator’ nog steeds de beste film aller tijden vindt?). Over
anderen wordt dan weer fel gediscussieerd als ze uitkomen, waarna
ze gewoon weigeren om uit ons collectief geheugen te verdwijnen.
‘The Deer Hunter’ is zo’n film: de reacties waren in 1978 zeker
niet unaniem positief, met heel wat mensen die de politieke agenda
van regisseur Michael Cimino in twijfel trokken (Jane Fonda
protesteerde bijvoorbeeld destijds fel tegen de film). Maar toch
won ‘The Deer Hunter’ vijf oscars en bleef hij hangen. Nu, bijna
dertig jaar na dato, is hij nog steeds gekend, wordt hij dikwijls
vertoond op tv, en wordt er nog steeds over gesproken.

De plot draait rond enkele bevriende staalarbeiders in het
industriestadje Clairton, Pennsylvania. Drie maten, Mike (Robert De
Niro), Nick (Christopher Walken) en Steve (John Savage) staan op
het punt om samen te vertrekken naar Vietnam, maar voor het zover
is, vieren ze eerst nog het huwelijksfeest van Steve, én gaan ze
nog een laatste keer op herten jagen. Het zijn enkele laatste
rustige momenten voordat het leven van deze mannen voorgoed aan
flarden wordt gescheurd. In Vietnam worden de drie aanvankelijk uit
elkaar gehaald, tot ze elkaar opnieuw ontmoeten in een hels
gevangenenkamp, waar ze verplicht worden Russische roulette tegen
elkaar te spelen. Ze raken er levend uit, maar de gevolgen zijn
rampzalig: Steve verliest zijn benen en verschuilt zich daarna in
een veteranenhospitaal, waar men van hem niets meer verwacht dan
dat hij bingo speelt, Nick blijft in Vietnam en lijkt daar finaal
door te trappen, en Mike – de enige die een poging onderneemt om
zijn vroegere leven weer op te nemen – mag proberen om de scherven
te lijmen voor iedereen in zijn omgeving.

De structuur die Michael Cimino aan dat verhaal geeft, is zowel
hét kenmerkende aspect waaraan iedereen zich ‘The Deer Hunter’
herinnert, als de aanleiding tot de felste kritieken. De regisseur
verdeelt dat verhaal in drie streng van elkaar gescheiden akten.
Deel één toont de vrienden vóór de oorlog: het huwelijk van Steve
en de jachtpartij achteraf. Deel twee toont de oorlog zelf, met de
onvergetelijke Russische roulette-scènes, en in deel drie zien we
de nasleep van de oorlog, en het trauma dat Vietnam achterliet op
degenen die erbij betrokken waren – zowel de soldaten als de
thuisblijvers. Die drieledige structuur staat Cimino toe om een
rijke symboliek in z’n film te stoppen: ‘The Deer Hunter’ is een
soort van tragedie in drie akten, die opent met een huwelijk, dan
een crisis introduceert (en wàt voor één), en eindigt met een
begrafenis. Qua opzet is dit dus een erg symmetrische film: alle
personages komen samen aan het begin om te drinken en zingen als
een gemeenschap. Aan het einde doen ze dat opnieuw, maar uiteraard
in een heel andere context, die dan weer gecreëerd werd door alles
wat we zagen in het middenstuk.

Cimino lijkt gefascineerd te zijn door rituelen, en alles wat we
in ‘The Deer Hunter’ zien, komt dan ook via de vorm van
geritualiseerd gedrag: het huwelijk is een voor de hand liggend
voorbeeld – een ritueel dat het leven bevestigt. Daarna krijgen we
de jacht als een nieuw soort ritueel: je moet niet alleen een hert
doden, je moet het met één schot doen, zoals Mike zegt. Een rite
die past in het machogedrag van de staalarbeiders, en bevestigt hoe
ze zichzelf zien. Dan in deel twee krijgen we de Russische roulette
als het absolute tegenovergestelde daarvan. Opnieuw: één schot,
maar ditmaal beëindig je met dat schot wel je eigen leven. De
Russische roulette staat symbool voor de willekeur van elke oorlog
– het is puur geluk als je er levend uitkomt – maar het
functioneert ook als een overbrugging tussen deel één en deel drie.
Na dit éne ritueel is alles waar de personages vroeger in geloofden
volkomen vernietigd. Wat blijft er dan nog over voor het einde? Een
laatste rite, die vanaf het begin onvermijdelijk was.

Het is ook knap hoe Cimino afstapt van dialogen om zijn verhaal
te vertellen: zijn personages zijn allemaal mensen die niet weten
hoe ze zich met woorden moeten uitdrukken. De dialogen bestaan dan
ook bijna uitsluitend uit small-talk, betekenisloos
vriendschappelijk gebabbel. Eén van de voornaamste motivaties voor
het personage van De Niro, is dat hij heimelijk verliefd is op
Linda (Meryl Streep), de vriendin van Christopher Walken. Maar
zelfs aan het einde van de film kan hij dat niet hardop zeggen. Hij
heeft niet de woordenschat om z’n gevoelens te uiten, net zo min
als zijn vrienden. ‘The Deer Hunter’ duurt drie uur, maar er is
geen enkel moment dat z’n betekenis uit de gesproken woorden haalt.
Het gedrag en die rituelen zeggen veel meer. Het helpt natuurlijk
dat een schitterende cast het beste van zichzelf geeft: De Niro was
zelden intenser (zeker buiten zijn werk met Scorsese), we krijgen
een Christopher Walken die nog écht acteerde, in plaats van
imitaties van zichzelf te geven, en John Savage heeft enkele scènes
die voldoende zijn om eender wie kippenvel te bezorgen. Let ook op
de tragische John Cazale, stervend aan kanker tijdens het filmen,
maar wàt een presence.

Er is dus echt wel nagedacht over ‘The Deer Hunter’, dat lijdt
geen twijfel, maar dat doet niet af aan de problemen met het tempo.
Cimino neemt zijn tijd om de personages en hun wereld te
introduceren, akkoord… Maar een uur om een trouwfeest te
verfilmen? Ik heb huwelijken geweten die niet eens zo lang duurden.
De personages op een natuurlijke manier in hun omgeving plaatsen,
tot daar aan toe, maar hoe lang moet je ze laten dansen en drinken
voordat het publiek de boodschap begrepen heeft? Dat eerste uur
slaat de film bijna kreupel, en het is dan ook een opluchting
wanneer de actie zich verplaatst naar Vietnam en er weer wat
richting wordt gegeven aan het verhaal.

De politieke dimensie van de film is ook een vraag waar veel
rond te doen was. Cimino veroordeelt de oorlog niet openlijk, en de
Vietcong worden zonder uitzondering afgebeeld als onmenselijke
sadisten. De ontsnapping uit het gevangenenkamp is dan weer een
heroïsch all-American hero-moment. Dus ja, het is zeker te
begrijpen waar die kritiek vandaan kwam. ‘The Deer Hunter’ is wat
dat betreft erg ambigu – de personages spreken nooit over politiek,
maar lijken in het leger te gaan omdat dat nu eenmaal zo hoort. Ze
handelen vanuit een soort van persoonlijke erecode – allicht
dezelfde code die Mike er al die jaren al toe heeft verplicht om
niét achter het lief van zijn beste maat aan te gaan, hoe graag hij
ook zou willen. Het beroemde God bless America-einde
klinkt meedogenloos bitter. Als je dan een balans opmaakt, hoe pro-
of anti-oorlog is ‘The Deer Hunter’ dan? Dat hangt er maar van af
aan welke kant van het spectrum je zelf staat en in welke mate je
de film graag wilt claimen voor je eigen zijde. Je kunt beide
standpunten perfect verantwoorden, wat meteen één van de meest
frustrerende aspecten van de prent is: op drie uur tijd slaagt
Cimino er niet in (of vertikt hij het gewoon) om een positie in te
nemen over zijn eigen onderwerp. Ambiguïteit ja, maar de grens met
lafheid is al snel bereikt.

‘The Deer Hunter’ is een belangrijke film, die goed gemaakt is,
knappe observaties maakt en structureel erg doordacht te werk gaat.
Maar het gaat zo verschrikkelijk traag, en het politieke aspect
wordt zodanig verdonkeremaand, dat het toch steeds een klus blijft
om hem uit te zitten.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

negentien − twaalf =