Flickering Lights





Ulrich Thomsen, Mads Mikkelsen, Nikolaj Lie Kaas, Frits
Helmuth, Ole Thestrup, e.a.
108 min. /
Denemarken – Zweden/ 2000

Regisseur/scenarioschrijver/onuitputtelijke bron van inspiratie
Anders Thomas Jensen heeft geen zittend gat. Als er in België drie
Deense films uitkomen, dan kan je er vanop aan dat hij er zeker één
van heeft geschreven, of geregisseerd, of allebei. Het begon
allemaal in 1998 met zijn kortfilm ‘Election Night’, een ironische
‘race tegen de tijd’ over de vage grens tussen racisten en
anti-racisten, waarvoor hij terecht een Oscar kreeg. Ja, Jensen is
oscarmateriaal en dus niet van de minste. Nog geen tien jaar later
heeft het nog maar 35-jarige Deense talent nu al een eigen dvdbox
uit met zijn eerste drie langspelers. Als scenarist rakelt hij maar
al te graag de diepste trauma’s op en laat hij z’n personages al
eens op doek in duizend stukjes breken van ellende (denk aan
‘Open Hearts’ en
‘Brothers’). Maar
wie geen fan is van zijn wel zéér straf relatiestuff, hoeft niet te
vrezen: als regisseur gebruikt hij maar weinig wasmiddel en laat
hij alles liever een beetje stinken in gitzwarte humor. ‘Flickering
Lights’, z’n langspeeldebuut, geeft het welgemikte startschot van
een ontdekking door de wonderlijke bizarre wereld van Anders Thomas
Jensen, die met slechts drie films al een héél eigen zegel drukt op
de Scandinavische cinema. Dit is Anders!

‘Flickering Lights’ vertelt het verhaal van vier
collega-gangsters: Torkild (Søren Pilmark), de oudste, is net
veertig geworden en zit met een midlifecrisis zo groot als een
paasklok. Peter (Ulrich Thomsen) zou je het best kunnen omschrijven
als een wandelende reclame voor het beruchte programma ‘Spuiten en
slikken’, al gaat een biertje er ook wel in. Arne (Mads Mikkelsen),
is met stip het meest krankjorum van de vier, een driftkop met een
destructieve drang, die schiet op alles wat niet doet wat hij zegt
of op alles wat beweegt. En tenslotte is er nog de jongste knaap
Stefan (Nikolaj Lie Kaas), die lijdt aan een soort van boulemie
(zonder het kotsgedeelte dan) en cool probeert te blijven als hij
onverwacht vader wordt. De grote lijnen van ‘Flickering Lights’
laten zich makkelijk samenvatten: de vier bevriende
gangsterbroeders krijgen een grote som geld in handen en besluiten
(een beetje geholpen door de druk van de omstandigheden) om uit het
wereldje te stappen en samen een gezellige herberg te beginnen in
een bosrijk gebied in the middle of nowhere.

‘Flickering Lights’ heeft veel weg van een coole gangsterfilm,
die soms extreem gewelddadig is, maar zodanig grappig, dat je wel
op een gezellige manier gechoqueerd bent. Die scène met Arne tussen
de koeien is bijvoorbeeld héél gedurfd, maar wel subliem grappig.
De vergelijking met Tarantino is snel gemaakt. Denk aan de scène in
‘Pulp Fiction’
waarin John Travolta per ongeluk een man op de achterbank van z’n
auto afschiet – zoiets had gemakkelijk ook in deze film gepast.
Naast de gedurfde situatiehumor en het geweld, is de film ook
doorspekt met rake dialogen over ‘vrouwen die geen afscheid nemen
en niet houden van eindes, daarom kijken ze naar soaps’ tot
geweldige metaforen en vergelijkingen tussen bijvoorbeeld een
vleessaus en een foetus. Wat het allemaal nog absurder maakt, is
dat ze die rake dialogen met zo’n uitgestreken gezicht ten beste
geven in dat onverstaanbaar (doch sexy) Deens gebrabbel – alsof ze
het evengoed over ‘het wassen op 60 graden’ hadden kunnen
hebben.

En toch is dit géén Tarantino rip-off, daar heeft Jensen zelf te
veel talent en eigen ideeën voor (en na ‘Death Proof’ durf ik
gerust te stellen dat Jensen betere dialogen uit zijn mouw kan
schudden). Jensen is bovendien specialist in het dj-en van
filmgenres. Hij kweekt ze als kikkers in een vijvertje en laat ze
met elkaar kruisen, zonder verwarring te scheppen, of zonder te
veel in één film te willen proppen. De film begint eigenlijk eerder
als een sprookje over een idyllische herberg in het bos en reist zo
nog wel meer genres af, van slapstick tot psychopathisch
surrealisme naar psychologische karakterstudie. De vier lijken op
het eerste gezicht karikaturale domme gangsters, maar Jensen slaagt
erin om ze op het einde allemaal een gezicht en een
achtergrondverhaal te geven. Die diepgang krijgen ze vooral mee
dankzij de ‘Lost’-flashbacks naar een periode vlak vóór ze zich met
hun gevieren op hun ‘eiland’ afzonderen (waarbuiten ze niet veel
mensen vertrouwen). In tegenstelling tot de ‘Lost-episodes’ leiden
deze flashbacks wél ergens naartoe: je begrijpt beter waarom ze zo
lichtjes fucked-up zijn en wat deze jongens bindt: een
goede portie miserie. De verhalen van de vier jongens zijn gedrenkt
in een vreemde Roald Dahlachtige sfeer – het zijn een soort van
miniparabels, waarbij de levensles evenwel blijkt te mislukken.
Alleen de achtergrond van Stefan is iets te vaag uitgewerkt, maar
de andere drie geven een intrigerende aanzet: ze maken de jongens
tot volwaardige mensen en verklaren hun huidige gedrag door die
vreemde onverschilligheid, die in hun jeugd werd aangekweekt.

De geflipte karakters, die tegelijk zo gewelddadig en toch ook
menselijk zijn, worden fantastisch uitgebeeld door de crème de la
crème van Denemarken: Thomsen, Mikkelsen en Kaas, het vaste clubje
dat zich rond Jensen heeft geklit. Vorig jaar noemde ik Ivan uit
‘Adam’s Apples’
nog mijn favoriete filmpersonage, maar toen had ik ‘Flickering
Lights’ nog niet gezien – Mads krijgt ondertussen zware
concurrentie van zichzelf. De Arne uit de film is er eentje om te
koesteren: véél te gevaarlijk om los te laten lopen Mads Mikkelsen
schiet zó boven de rest van de cast uit.

Anders Thomas Jensen maakt me héél enthousiast: hij is duidelijk
een man om als een scherpschutter in het oog te houden. ‘Flickering
Lights’ is een eigenzinnig beestje, een plezant filmpje, waar je
alleen maar sympathie voor kan voelen. Een originele, geschifte,
energieke entertainende prent, die binnen tien jaar nog overeind
zal blijven.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

elf + 12 =