Ghost :: In Stormy Nights

We hebben al vaak zitten dagdromen over hoe het zou zijn om te verkassen naar het Land Van de Rijzende Zon, de eilandenverzameling Nippon, die zich meer en meer verscheurd weet tussen de eigen traditie en de Angelsaksische invloed, met de meest verwarrende en intrigerende, van contradicties samenhangende uitspattingen tot gevolg. Nergens komt die dualiteit beter tot zijn recht dan in de albums van de vele rockbands die het land rijk is.

“Wat we zelf doen, doen we zotter” lijkt vaak het credo van die Japanse bands. Zorgenloze aftelpunk wordt er haast imbeciel kinderlijk (Shonen Knife), radicaal experimenteren mondt uit in dolgedraaide stilistische lijkenpikkerij (Merzbow) en sonisch geweld krijgt de turbobehandeling (Melt Banana). Met het collectief Ghost is het in wezen niet anders gesteld. Net als het vaag verwante Acid Mothers Temple, het nomadisch gezelschap rond Kawabata Matoko, tast Ghost onder het bewind van eclectisch neuzelaar/guru Masaki Batoh constant de randen van de rock-‘n-roll-blauwdrukken af om vervolgens haasje over te spelen met diezelfde regels. Dit alles leidde bij deze band met z’n onstabiele bezetting al tot menig werkstuk dat zelf de liefhebbers van de moeilijke psychedelica (hun favoriete speeltuin) op zoek deed gaan naar het verloren karma.

Net als bij al die andere exponenten van de purple haze en exotische drugsvarianten halen Batoh en companie hun inspiratie bij de trendsetters uit het Angelsaksische cultuurgebied van enkele decennia, maar het blijft niet bij de twee grote naties die elkaar de loef afsteken vanop tegenoverliggende oevers van de Atlantische Oceaan. De vrije vorm-excursies van Ghost lijken immers net zozeer beïnvloed door de intellectualistische aanpak van de krautrockers en andere continentale experimentalisten. Dat deze behoorlijk moeilijke tussenvorm ook nog eens plaatselijke invloeden via een infuus krijgt toegediend zorgt dan voor de spreekwoordelijke kers op de taart: bij momenten lijkt de band van zoveel markten thuis dat geen enkel etiket de lading afdoende dekt. Avant-garde, fuzz-rock, free jazz en folklore gaan hand in hand en zorgen voor een soms ondoordringbare cocktail die de weerstand serieus op de proef stelt.

In Stormy Nights moet volgens onze tellingen zowat het zevende of achtste album zijn sinds de oprichting van de band midden jaren tachtig, en het is meteen ook duidelijk dat dit niet het product is van een stelletje debutanten. Batoh en zijn kameraden, waaronder ook gitarist Michio Kurihara (onlangs nog in goede doen met Boris), zijn door de wol geverfde veteranen die het beste hebben gemaakt van hun isolement door een plaats te zoeken binnen een gemeenschap van gelijkgezinden. Zo’n clash van karakters en invloeden zorgt niet enkel voor een trip door een universum waarbij dat bejubelde einde van 2001: A Space Odyssey verwordt tot een rechtlijnig kinderverhaal, het is als een wandeltocht met een stel Vlaamse toppolitici: je valt van de ene verbazing in de andere. Zo kan het dat een plaat die van start gaat met een sensuele, akoestische folksong (“Motherly Bluster”) en afsluit met een melancholische droomsong als “Grisaille”, ook amper verteerbare bakstenen aanbiedt.

“Hemicyclic Anthelion” is een geluidscollage van achtentwintig minuten die Zorn, Stockhausen, Faust en drones in de blender gooit met een sinistere, onbevattelijke en soms enerverende geluidsfilm tot gevolg. De uitputtende marathon wordt gelukkig gevolg door enkele songs die naar Ghosts normen opvallend rechtlijnig en repetitief zijn: “Water Door Yellow Gate” en “Gareki No Toshi” zijn bombastische, door donderpercussie opgejaagde gladiatorendrama’s, zwanger van hamerpiano, jengelende gitaarfeedback en van de pot gerukte experimenten. Maar het werkt, in tegenstelling tot “Caledonia”, een song die ze haalden bij undergroundhelden Cromagnon, en die met verve het terrein tussen Keltische volksdans en irritante provocatie beslaat. In Stormy Nights is met meer dan een uur buiten de lijntjes kleuren soms wat veel van het goede, maar Ghost bewijst eens te meer een verademing te zijn in een cultuur die intussen ook niet meer ontkomt aan het sluipende gif van het conformisme. Geen mens zou daarover mogen klagen.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

16 − veertien =