RTX :: Western Xterminator

De what the fuck?-plaat van het voorjaar. Een terugblik is meer dan voldoende om je ervan te vergewissen dat je je met een frontvrouw annex drankorgel als Jennifer Herrema aan vanalles mag verwachten, maar Western Xterminator reduceerde onze verwachtingen moeiteloos tot een stinkende hoop gehakt.

Herrema was nochtans altijd al een buitenbeentje. Samen met partner Neil Hagerty vormde ze de kern van Royal Trux, een mafketelband die met niet te temmen enthousiasme de rock-‘n-rollcanon te lijf ging door deze op de meest radicaal denkbare manier te ontmantelen. Het resulteerde in een paar opzettelijk lelijke platen vol met haken en ogen aan elkaar hangende punkblues en rammelnoise van het vuilste soort. Het was een ode aan het amateurisme en expressie in zijn rauwste vorm, wat tegelijkertijd zorgde voor een bevrijdend effect zoals enkel radicale experimenten die kunnen geven. Zoals dat steeds gaat, werd de Sturm und Drang al snel getemperd en halverwege de jaren negentig paste Royal Trux prima in het wereldje van de alt.rock. Rond de eeuwwisseling kwam er een kentering tussen Hagerty en Herrema, waarbij die eerste de rock-‘n-roll overliet aan Herrema’s nieuwe band RTX (Rad Times Xpress).

Western Xterminator is de tweede plaat die het voormalige icoon aan de man brengt met een hoop vrienden, en het moet worden gezegd: het is een stinker van formaat. Provocatie is altijd al eigen geweest aan bands waarvan je niet met zekerheid kan zeggen of hun hele act een ironische pose is of niet, maar zelden werden we getrakteerd op zo’n verwarrend rommeltje als dit. Het titelnummer dat de plaat opent, bezit wel de kenmerkende, aanstellerige whisky- en sigarettenzang van Herrema, maar de akoestische muziek nestelt zich ergens tussen exotische folk en latin met dwarsfluit en simpele percussie die rechtstreeks uit een 70’s pornofilm komt. Al snel blijkt echter dat het enkel en alleen bedoeld was om de luisteraar op het verkeerde been te zetten, want de overige negen songs van Western Xterminator zijn niet minder dan een eerbetoon aan eighties metal. Slechte eighties metal.

Hoewel, wij kunnen de namen waar de band aan lijkt te refereren soms wel pruimen, want naast de hair metal van Twisted Sister en Def Leppard (gespreide benen! cabrio’s! geföhnde nektapijten!), heeft het nu en dan ook iets van AC/DC of Hanoi Rocks. “Balls To Pass” is 100 % testosteron en armgeworstel, een saluut aan de ongecompliceerdheid van het leven, een verwelkoming van een weekend dat in het teken van Jupiler, Marlboro en kotsen staat. “Black Bananas” en “Dude Love” klinken dan weer alsof Courtney Love zich bij Joan Jett & The Blackhearts heeft gevoegd. Voor even is dat allemaal heel geinig, maar al snel valt op dat de songs aan elkaar hangen van clichés. Ook voor “Restoration Sleep” en de galopperende paardjesmetal van “Last Ride” geldt dat ze slechts oppervlakkige beluisteringen kunnen doorstaan. Bij de Eagles Of Death Metal werkt het grapje wel voor een half uurtje, hier is het gewoon té pijnlijk.

De songs die zonder omwegen de vuiligheid aan de man brengen zijn dan nog het best verteerbaar. De aan Venom verwante bosjesmannengrauwheid van “Wo-Wo Din” is ronduit wansmakelijk, de Fang-cover “Money Will Roll Right In” is cartoonesk lamlendig, en “Knightmare & Mane” — half ballad, half uit de hand gelopen psychedelisch experiment met een irritant zagende en jankende Herrema — heeft geen enkele bestaansreden. Gaat het hier om een nostalgische trip die voor het eerst zonder omwegen wordt beleden of om een gigantisch opgestoken middenvinger? Het kan alle kanten op, maar na het beluisteren van het afsluitende stuk bullshit “Rat Will Kill” weten we het wel zeker: hier is zelfs onze ironische knipoog niet tegen opgewassen. Wat een kutplaat.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

acht − 3 =