Rhapsody in August




Het is bijna beangstigend om vast te stellen hoe in zijn laatste
films Akira Kurosawa zich lijkt te hebben voorbereid op de dood.
Vanaf ‘Ran’,
zijn laatste meesterwerk, tot aan ‘Madadayo’, zijn adieu aan de
cinema en aan de wereld, was hij merkbaar bezeten door het idee van
vergankelijkheid. Naarmate zijn carrière en leven zich naar hun
einde toe bewogen, vertelde Kurosawa haast uitsluitend nog verhalen
over mensen die zelf ook hun einde voelden naderen, en hun zaken
nog niet op orde hadden gesteld. In ‘Ran’ ging het over een
oude krijgsheer die zijn rijk ziet instorten onder het beheer van
zijn zonen. In ‘Dreams’ kregen we –
vaak nogal zweverige – bespiegelingen over de goede manier om met
de dood om te gaan (door het te aanvaarden als een deel van het
natuurlijke levensproces), versus de slechte manier (door je er
tegen te verzetten). En hier, in ‘Rhapsody in August’, gaat
Kurosawa nog een stap verder door de naderende dood van een oude
vrouw in de context te plaatsen van één van de ultieme
slachtpartijen in de geschiedenis: de atoombom op Nagasaki.

Kané is een grootmoeder die al jaar en dag in een huisje woont
ergens in de buurt van Nagasaki. 45 jaar eerder verloor ze haar man
toen de Amerikanen de bom lieten vallen, en sindsdien heeft ze
altijd een zekere wrok tegenover de VS behouden. Wanneer ze te
horen krijgt dat ze nog ergens in Hawaii een broer heeft zitten die
op sterven ligt, wordt ze dan ook geconfronteerd met een moeilijke
keuze: maakt ze van haar hart een steen door toch naar Amerika te
trekken en hem op te zoeken? Of weegt het verleden uiteindelijk te
zwaar door? Haar kinderen vertrekken meteen richting Waikiki Beach,
en laten de kleinkinderen bij Kané achter. Tijdens die zomer leren
de jongste telgen van de familie wat de atoombom precies betekende
voor degenen die erbij waren, terwijl Kané probeert om een
beslissing te nemen.

Kurosawa heeft als filmmaker de hele Tweede Wereldoorlog
meegemaakt, en in de nasleep ervan maakte hij heel wat films die
direct of indirect de invloed van de Amerikaanse cultuur op de
Japanse behandelden (‘Scandal‘, ‘Stray Dog’), maar het
was pas in 1990 dat hij het grote woord eindelijk in de mond durfde
te nemen en een film durfde te draaien die zonder excuses over de
bom ging. (‘I Live
in Fear’
ging dan wel over de dreiging van een atoomoorlog,
maar dan in de context van de koude oorlog, niet van WO II.) De
regisseur was altijd al een man van de morele dilemma’s, en hier
heeft hij er een hele mooie: er bestaat immers nauwelijks een
groter moreel vraagstuk dan dat van kernwapens. Valt het gebruik
ervan ooit te verantwoorden? En eens je zoiets hebt meegemaakt en
overleefd, in welke mate kun je dan van jezelf verwachten om
achteraf verder te gaan met je leven?

Dat zijn op zich interessante vragen, maar Kurosawa doet zijn
publiek, zijn film en zichzelf geen plezier door die vragen een
beetje te laten rondzweven in een film die bitter weinig context
biedt. De kleinkinderen van Kané maken de éne tocht door Nagasaki
na de andere, en voor het eerst worden ze zich bewust van wat hun
grootmoeder heeft meegemaakt. Ze zien een klimrek dat door de knal
helemaal scheefgetrokken en geblakerd is, bewaard zoals het is bij
wijze van monument. Ze zien herdenkingsstenen, gemaakt door
kunstenaars van over de hele wereld, en nog andere symbolische
plekken en voorwerpen die de gruwel van 9 augustus 1945 in de
herinnering moeten bewaren. Allemaal goed en wel, maar daarmee
speelt Kurosawa haast uitsluitend in op het sentiment van het
publiek, zónder enige context te geven. Wanneer één van de
kleinkinderen na hun omzwervingen zegt: “Nu besef ik pas hoe weinig
we wisten over de atoombom”, krijg je spontaan zin om te
antwoorden: “En weet je er nu dan zoveel méér van?” Historische
omkadering is immers volledig achterwege gelaten. We horen nooit
waaróm die bom nu werd gedropt, en de rol van Japan in de Tweede
Wereldoorlog wordt nergens aangehaald. Het gooien van de
atoombommen op Hiroshima en Nagasaki is allicht op geen enkele
manier goed te praten, daar gaat het ook niet over. Maar als
Kurosawa rond dat thema een film wilde draaien met een reële
inhoud, een film die serieuze morele vragen stelt, dan had hij echt
wel wat dieper mogen graven dan enkel het tonen van een vernielde
speeltuin om aan te geven hoe erg het allemaal wel was.

Anderzijds gaat ‘Rhapsody in August’ ook over een generatie- en
cultuurconflict. Kané is een oude vrouw met een ouderwetse
levensstijl, die vaak sterk conflicteert met die van haar
kleinkinderen. Ze heeft geen tv, eet traditioneel voedsel en voelt
een gezond wantrouwen tegenover al wat westers is. Haar
kleinkinderen daarentegen, lopen rond in jeans en t-shirts van
Amerikaanse universiteiten. Naarmate de film vordert, zien we die
twee filosofieën (de éne zeer oosters, de ander zeer westers) naar
elkaar toe groeien, wat culmineert in een bezoek van Clark (Richard
Gere, godbetert), de Amerikaanse neef van Saké.

Dat alles is inhoudelijk best nog wel boeiend, maar levert in
dit geval geen bijster meeslepend drama op. In plaats van zich te
concentreren op de interne strijd van Saké, besteedt Kurosawa het
meeste tijd met de kinderen, die braaf van het éne monument naar
het andere sjokken om grondig onder de indruk te komen van het leed
van hun grootouders. Die koters gedragen zich op geen enkel moment
als echte tieners, maar lijken eerder weggelopen uit een didactisch
schoolfilmpje waarin Anneke en Janneke over de Tweede Wereldoorlog
leren. Mak als schaapjes slikken ze wijze levenslessen over de
terreur van een kernoorlog, maar ze komen nooit tot leven als
personages.

Saké zelf is iets interessanter, maar ook het centrale conflict
waarvoor zij komt te staan, wordt beleefd via de kinderen, niet via
haar persoonlijke ervaring. We weten wat Saké doormaakt omdat haar
kleinkinderen er over speculeren. Bovendien valt Kurosawa in de val
van het “uitleggen in plaats van tonen”. Waar hij in vroegere
films, buiten de dialogen, ook een prachtige beeldtaal gebruikte om
de innerlijke levens van de personages tot leven te wekken, houdt
hij het hier grotendeels bij lange, overnadrukkelijke teksten.
Wanneer hij aan het einde van de film dan toch één sequens inlast
waarin hij zijn oude visuele poëzie nog eens bovenhaalt, is dat dan
ook meteen het mooiste deel van de film.

‘Rhapsody in August’ is een erg nobele, eerbiedige film, maar
als drama wérkt het niet. Met intenties alleen maak je immers geen
prent – uiteindelijk komt het er toch altijd maar op aan of er
personages in rondlopen waar je iets voor kunt voelen en of er
ergens een verhaallijn inzit die in staat is om je mee te slepen.
En dat ontbreekt er hier dus aan.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

5 + 1 =