Dersu Uzala




144 min.

Wanneer Hollywood er eindelijk aan toe komt om een buitenlands
filmmaker in de bloemetjes te zetten, is dat meestal veel te laat.
Akira Kurosawa was al meer dan twintig jaar goed bezig, met de éne
klassieker na de andere, maar het was pas toen hij in een enorme
persoonlijke en professionele crisis verzeild raakte, dat hij ten
lange leste serieuze aandacht kreeg in Amerika. Na de commerciële
flop van ‘Dodes’ka-den’ kwam
Kurosawa in een depressie terecht die eindigde met een
zelfmoordpoging. De Japanse filmindustrie wilde in feite niets meer
van hem weten – hij was een te groot risico – en bij gebrek aan
andere opties, keerde de regisseur zich dan maar naar Rusland. De
Sovjets gaven hem de kans om ‘Dersu Uzala’ te maken en verdomd,
opeens gingen die Amerikanen eens een keer opletten. Kurosawa won
de oscar voor beste buitenlandse film, en dàt leidde dan weer tot
de kennismaking met Francis Ford Coppola en George Lucas die er
uiteindelijk voor zou zorgen dat hij ‘Kagemusha’ kon maken.
Dat het uitgerekend ‘Dersu Uzala’ moest zijn waarvoor Kurosawa de
erkenning zou krijgen die hij al zo lang verdiende, is ironisch:
het is zijn enige film die niet in het Japans is, en daarenboven
niet zijn beste, noch zijn meest populaire werk. Maar goed,
schijnbaar vonden de Amerikanen dat na zovele jaren Kurosawa’s tijd
was gekomen om in het zonnetje gezet te worden – of ze wilden er
zeker van zijn dat ze zo’n groot filmmaker niet aan de Russen
zouden verliezen, dat kan ook.

Het is het begin van de twintigste eeuw en de Russische
wetenschapper Arsenjev leidt een expeditie door de Siberische taiga
om er topografisch onderzoek te doen. Onderweg komt hij samen met
zijn team de jager Dersu Uzala tegen, een aimabele kerel die al
jaar en dag in het bos overleeft en er duidelijk zijn weg kent.
Arsenjev besluit Dersu dan ook als gids te gebruiken, en gaandeweg
groeit er een hechte vriendschap tussen de twee. Wanneer Dersu het
leven van Arsenjev redt tijdens een ijskoude nacht in de steppe,
voelt de Russische kapitein bovendien een ereschuld tegenover de
simpele man van de natuur.

Kurosawa behandelt hier voor de eerste keer een expliciet
ecologisch thema, iets dat nog duidelijk terug zou keren in de
latere (en helaas veel slechtere) film ‘Dreams’. De mens is
immers ook maar een onderdeel van de natuur (een klein onderdeel
dan nog), en de vraag op welke manier we in relatie staan met die
omgeving is dan ook één van de belangrijkste die we ons kunnen
stellen. Dersu is duidelijk in evenwicht met de natuur: hij
refereert naar de zon, de maan, vuur, aarde en dieren als naar
mensen, met “hij” en “zij”. Voor Dersu bestaat er dan ook weinig
onderscheid: hij ziet een samenhang tussen alles wat leeft, of dat
nu dieren, bomen, planten of mensen zijn, die voor andere, meer
moderne geesten, onzichtbaar is geworden. Daarbij hanteert hij zijn
persoonlijke ethiek: het is oké om een dier te doden als je het
wilt opeten, maar als je het zonder reden doet, ben je een slecht
mens en kun je er prat op gaan dat de natuur op de één of andere
manier wraak zal nemen. Je mag de natuur gebruiken voor je eigen
doeleinden (van stro een hutje maken, hout gebruiken voor een
vuur), maar dan wel op een respectvolle manier. Wie die erecode
tegenover de natuur doorbreekt, doet dat op zijn eigen risico.

Dat gedachtengoed wordt vormgegeven in een visueel erg
uitgepuurde film: meer en meer zien we Kurosawa evolueren naar de
extreem sobere stijl die zo kenmerkend zou worden voor zijn twee
laatste grote samurai-epossen, ‘Kagemusha’ en vooral
‘Ran’. We
krijgen lange shots, van soms vijf minuten of meer, waarin de
personages zich door een indrukwekkende natuurlijke omgeving
bewegen. De sfeerrijke bossen en de prachtige, maar moordend koude
ijsvlaktes van Siberië worden meesterlijk in beeld gebracht (je
krijgt gelijk zin om naar de A.S. Adventure te trekken en een tent
te gaan kopen om zelf op stap te gaan), in veelal statische shots.
De camera beweegt zelden – Kurosawa zoekt interessante kadreringen
en laat de personages interageren met de natuur binnen dat
vastgesteld kader. Net zoals in zijn latere films statische shots
aan de orde van de dag zouden zijn, dringt hij hier nergens een
bepaalde interpretatie van de kijker op. De camera blijft stil, en
wij mogen zelf beslissen wat we binnen dat kader interessant genoeg
vinden om naar te kijken. In de praktijk houdt dat ook in dat
Kurosawa bijzonder weinig close-ups gebruikt – ook weer een
precedent voor later. In ‘Kagemusha’ waren
close-ups ook zeer zeldzaam, in ‘Ran’ (het meest extreme
voorbeeld van die nieuwe sobere visuele stijl) zat er welgeteld
één. Je kunt natuurlijk voor of tegen die stijl zijn – de jongere
Kurosawa, die meer hield van bewegende camera’s en close-ups, was
zeker en vast dynamischer en straalde meer een levendige
mentaliteit uit. Naarmate hij ouder werd, bewoog Kurosawa’s camera
steeds minder, werden zijn films ook langzamer van tempo en
somberder van toon. Maar welke van de twee je ook verkiest, je kunt
niet ontkennen dat de man prachtige vista’s uit zijn mouw schudt.
De hele sequens waarin Dersu en Arsenjev beschutting tegen de nacht
op de ijsvlakte zoeken, is adembenemend.

‘Dersu Uzala’ heeft de twijfelachtige eer om zowel één van de
meest formeel gestructureerde films van Kurosawa te zijn, als één
van zijn meest fragmentarische. Enerzijds is er een duidelijke
tweeledige structuur, die zelfs met zoveel woorden wordt aangegeven
in de film zelf: we krijgen letterlijk titels in beeld die aangeven
dat we in deel één dan wel deel twee zitten. Arsenjev onderneemt
twee expedities in Siberië, twee keer ontmoet hij Dersu, en dus
zijn er twee delen aan de film.

Anderzijds worden die twee delen erg losjes ingevuld. Arsenjev
en Dersu ontmoeten elkaar, en vanaf dat moment rollen ze van de éne
situatie in de andere. Er wordt daarbij niet duidelijk toegewerkt
naar een dramatische climax, wat ervoor zorgt dat het de prent
nogal eens aan spankracht mankeert. Bij de meeste films dicteert
het verhaal al op voorhand wanneer het gedaan zal zijn. Je kijkt
bijvoorbeeld naar ‘Ran’ en je weet dat er
een oorlog zal komen tussen de drie zonen van de krijgsheer. Eens
die oorlog is beslist, is de film afgelopen. Dat is de finaliteit
waar dat verhaal naartoe werkt, en dat weet je vanaf het begin. Een
film als ‘Dersu Uzala’ daarentegen, heeft dat niet: ze wandelen
door de taiga, ze beleven vanalles, en dat kun je in principe zo
lang rekken als je wilt. Praktisch gevolg daarvan: zorg dat je
ervoor in de stemming bent, want ‘Dersu Uzala’ vereist geduld –
soms veel geduld.

In zekere zin was dit een come back-film voor Kurosawa:
langzaam maar zeker kroop de regisseur uit een diep emotioneel en
professioneel dal, en hij deed dat in ieder geval met een knappe,
visueel soms overdonderende film. Lang niet zijn beste (daarvoor
duurt hij écht te lang en soppen de personages écht te lang door de
zompige taiga), maar wel een indrukwekkende retour, die
vervolgens twee van zijn beste films zou inluiden. Zonder ‘Dersu
Uzala’ zou er waarschijnlijk nooit een ‘Ran’ zijn geweest, en
wie wil dàt nu op z’n geweten hebben?

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

4 × een =