Dreams




Zijn hele carrière lang was Akira Kurosawa op z’n best wanneer
hij de humanist in zichzelf mocht laten spreken. De regisseur had
blijkbaar een diep geworteld gevoel voor goed en kwaad, en hij
plaatste zijn personages dan ook met de regelmaat van een klok voor
zware morele keuzes die werden geïllustreerd met indrukwekkende
dramatische situaties (de ontvoering in ‘High and Low’, de
dokter die niet voor het geld kiest in ‘Red Beard’). Een andere
kant van zijn persoonlijkheid, die pas laat in zijn oeuvre echt
zichtbaarheid kreeg, was Kurosawa de ecologist. De natuurliefhebber
die zo zijn eigen gedachten had over de invloed van de mens op zijn
omgeving. Het is die Kurosawa die we te zien kregen in ‘Dersu Uzala’ en het is
die Kurosawa die terugkeert in ‘Dreams’. In ‘Dersu Uzala’ wist hij
met dat gegeven nog een degelijke film te maken, maar in het geval
van ‘Dreams’ was dat wel even anders. De teleurstelling was
overigens eens zo groot, omdat de prent volgde op ‘Ran’, één van zijn
grootste meesterwerken. Hoe het ook zij, ‘Dreams’ is de eerste film
waarin je de leeftijd van de regisseur écht voelt doorwegen.
Kurosawa was tachtig toen hij hem maakte, en de indruk die je
krijgt is die van een oude man die de formele eigenschappen van
zijn medium helemaal in de vingers heeft (kadrering, kleuren,
cameragebruik), maar ze vervolgens aanwendt om een langdradige
zedenpreek te houden.

‘Dreams’ bestaat uit acht kortfilms, of dromen, die allemaal
terugkeren naar dezelfde thema’s. Eerst zien we een klein jongetje
dat de vossen in het bos bespioneert tijdens één van hun rituelen
en achteraf vergiffenis moet gaan vragen. Dan krijgen we een ander
kind dat geconfronteerd wordt met de geesten van een omgekapte
boomgaard. Een aantal bergbeklimmers die vastzitten in een
sneeuwstorm en gered worden door een mysterieuze, engelachtige
figuur. Een commandant die zijn dode soldaten terugziet en hen om
vergeving vraagt omdat hij hen de dood heeft ingejaagd. Vincent Van
Gogh die uitlegt dat de natuur hem dwingt om te schilderen. Een
kernramp in Japan na het uitbarsten van de vulkaan Fuji. Gemuteerde
bloemen en mensen na een atoomoorlog. En tenslotte een vreugdevolle
begrafenis in een dorpje waar de natuur nog centraal staat. Acht
korte segmenten, allemaal even somptueus in beeld gebracht, waarin
de relatie tussen mens en natuur wordt bestudeerd en Kurosawa tot
een aantal conclusies komt die je niet anders kan noemen dan
pedant.

Wat is immers de voornaamste conclusie van ‘Dreams’? Dat telkens
wanneer de mens inbreuk pleegt op de natuur, hij in de problemen
komt. In één van de verhalen wordt een boomgaard vernield, en de
bomen komen zelf symbolisch om tekst en uitleg vragen. In een ander
leidt een poging van de mens om de natuur te overwinnen door een
berg te beklimmen, tot rampzalige gevolgen – ze hadden maar wat
meer respect moeten hebben voor die berg, door in te zien dat het
niet aan hen was om er bovenop te gaan staan, om zichzelf te
verheffen boven de natuur. En dan zwijgen we nog over het
verhaaltje rond de kernramp: de centrale vliegt in brand na een
eruptie van een vulkaan. De natuur neemt wraak op de mens, die met
zijn atoomenergie probeert om van de aarde afkomstige energie te
overstijgen. Anderzijds zien we in het laatste stukje een dorp vol
mensen die helemaal in harmonie met de aarde leven, en zelfs de
dood aanvaarden als een noodzakelijk onderdeel van de natuurlijke
levenscyclus, waar je dus niet treurig om hoeft te zijn. En stel je
voor, die mensen zijn gelukkig. De enige gelukkige mensen die we
tegenkomen in ‘Dreams’.

In principe zijn dat misschien allemaal wel mooie ideeën, maar
ze worden verpakt in een film die zo openlijk belerend is, dat het
na een tijdje behoorlijk op de zenuwen gaat werken. Het verhaal
rond de kernramp en dat daarna, over de mutanten na de atoomoorlog,
zijn weinig meer dan lang uitgerokken monologen van één van de
personages, over hoe slecht de mens wel bezig is wanneer hij tegen
de natuur in gaat. Point taken, maar het is ongeveer zo
subtiel als een aambeeld op je kop.

De visuele vormgeving is evenwel nog steeds indrukwekkend.
Kurosawa gaat hier verder op de weg die hij met z’n laatste paar
films was ingeslagen: de kleuren zijn alweer even fel en de
kadreringen even formeel: allemaal nauwgezet symmetrische shots,
waarbij er maar weinig camerabeweging valt terug te vinden. De
regisseur grijpt daarbij terug naar de conventies van het
traditionele Japanse Kabuki-theater, zeker tijdens de eerste twee
verhaaltjes. De vossen aan het begin worden gespeeld door mensen in
make-up, die in een trage, gracieuze processie voorbij schrijden en
af en toe stilstaan om achter zich te kijken. De geesten van de
bomen in het tweede verhaal zijn ook weer acteurs in prachtige
kostuums, die een zorgvuldig georchestreerde dans uitvoeren.
Kurosawa probeert daar inhoudelijke betekenis te leggen in vorm en
beweging, net zoals dat bij Kabuki het geval is. Het resultaat is
bevreemdend maar – zolang het duurt – in ieder geval fascinerend.
Liever dat dan de latere segmenten, waarin Kurosawa steeds meer op
geforceerde dialogen gaat vertrouwen om de betekenis van zijn
dromen duidelijk te maken.

Het enige punt waarop de visuele stijl echt gaat storen, is in
het verhaal rond Vincent Van Gogh, waarin het hoofdpersonage op een
bepaald moment letterlijk door Van Goghs schilderijen begint te
lopen. Dat effect doet op een onaangename manier denken aan
introductiefilmpjes over kunst voor een middelbare school.
Bovendien werd om onverklaarbare redenen Martin Scorsese (dé Martin
Scorsese, jaja) gecast als Van Gogh. Het probleem is niet zozeer
dat Scorsese slecht acteert (hoewel ik zeer blij ben dat hij zijn
regisseurscarrière niet vaarwel heeft gezegd), als wel dat die man
niks, maar dan ook niks in die film te zoeken heeft.

Dat alles kruipt over je scherm aan een slakkengangetje. We
krijgen lange stiltes, lange shots waarin de personages naar elkaar
kijken en erover nadenken of ze misschien iets zouden zeggen, lange
scènes waarin ze wandelen en nog wandelen en nog wat verder
wandelen. Doorgaans was Kurosawa er wel de regisseur naar om met
een traag tempo tóch te kunnen blijven boeien, maar hier verliest
hij simpelweg zijn evenwicht – het resultaat is dat het tweede uur
van ‘Dreams’ eeuwen lijkt te duren.

Zo zie je maar, ook de allergrootsten hebben zo hun missers.
‘Dreams’ toont één van de beste regisseurs ter wereld die aan het
einde van zijn leven nog een aantal belangrijke dingen wou
meegeven. Boodschap begrepen, maar had hij het nu écht niet in een
boeiende film kunnen verpakken? Tijdens zijn vorige kon hij dat nog
zo goed.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

10 + 16 =