Scandal




‘t Is gek dat wanneer critici en filmhistorici schrijven over
Akira Kurosawa’s ‘Scandal’, ze het meestal alleen maar hebben over
de satirische blik die de prent biedt op de Japanse rioolpers vlak
na de Tweede Wereldoorlog. De invloed van de Amerikaanse cultuur
was na 1945 overal voelbaar: de Yanks brachten coca-cola met zich
mee, hun muziek, hun films en ook de minder aangename aspecten van
the American way of life, waaronder een pers die het niet
altijd zo nauw nam met deontologische codes. Met ‘Scandal’ reageert
Kurosawa wel degelijk tegen dat soort van sensationele
journalistiek, maar de film is óók nog iets anders, wat misschien
wel belangrijker is. Het is een moraliteitsspel, zoals wel meer van
Kurosawa’s films. En over dat aspect wordt veel minder vaak
geschreven, allicht omdat het hele idee van een morele dimensie in
films tegenwoordig een connotatie van puritanisme en conservatisme
met zich meedraagt. Toch is dat waar ‘Scandal’ om draait:
personages die weten wat ze horen te doen, die weten wat correct
is, en dan met de vraag geconfronteerd worden of ze die wetenschap
gaan volgen of niet. De conclusie die de regisseur hier trekt, is
dat morele beslissingen doorgaans zeer simpel zijn. Wat minder voor
de hand ligt, is de moed opbrengen om die beslissingen te nemen en
ernaar te leven.

Toshiro Mifune speelt Ichiro Aoye, een kunstschilder die op
vakantie in de bergen toevallig kennis maakt met de populaire
zangeres Miyako Saijo (Shirley Yamaguchi). Ichiro geeft Miyako een
lift op z’n motor terug naar hun hotel en achteraf drinken de twee
een volkomen onschuldig glas op het terras van Miyako’s kamer. Niks
aan de hand, ware het niet dat ze daar gefotografeerd worden door
persmuskieten van het roddelblad ‘Amour’. De redacteurs van het
tijdschrift amuseren zich er kostelijk mee om een liefdesaffaire
tussen de twee verzinnen, maar Ichiro is niet van plan om het erbij
te laten zitten. Wanneer de aan lager wal geraakte advocaat Hiruta
(Takashi Shimura) zich aanbiedt, huurt Ichiro hem in om ‘Amour’ aan
te klagen wegens laster. Eén probleem: Hiruta heeft een dochter met
TBC en leeft van pure armoede in een krot. Bijgevolg is hij dan ook
erg gevoelig voor omkoperij door de rijke stinkerds van
‘Amour’.

Kurosawa heeft hier dus twee doelwitten. Enerzijds gaat
‘Scandal’ inderdaad over een pers die alle respect voor het
privéleven van bekende figuren overboord heeft gegooid. Dat
fenomeen was op z’n minst gedeeltelijk autobiografisch: kort voor
Kurosawa ‘Scandal’ maakte, werd er in gelijkaardige bladen
geschreven over zijn onbeantwoorde liefde voor een actrice. Hoeveel
daarvan waar was, valt nauwelijks nog na te gaan, maar het feit was
dat de regisseur behoorlijk pissig werd van die verhalen en dat
‘Scandal’ duidelijk geïnspireerd is door dat gevoel van “hoe durven
ze?”. Dat fenomeen wordt duidelijk gelinkt aan de culturele
take-over die in Japan langzaam maar zeker aan het
gebeuren was door de Amerikanen. Niet alleen heeft het blad ‘Amour’
een westerse naam, ook Amerikaanse muziek en Amerikaanse motors
duiken continu op. Wanneer advocaat Hiruta zijn diensten komt
aanbieden aan Ichiro zegt hij: “In Amerika hebben de mensen een
huisadvocaat net zoals we hier een huisarts hebben. Zo moeten wij
ook gaan denken.” Kurosawa biedt dan ook een erg dubbelzinnige blik
op die post-oorlogse Japanse samenleving, die schijnbaar niet kon
wachten om toch maar zo snel mogelijk westers te worden. De leuke
dingen, de materiële spulletjes en de nieuwe vormen van
entertainment, hadden schijnbaar wel een prijskaartje.
(Kurosawa maakte overigens zelf ook deel uit van die ambiguïteit:
Japanse critici verweten hem dikwijls dat zijn films té westers
waren.)

Anderzijds wil de regisseur het dus ook hebben over grotere
thema’s, zoals moraliteit in het algemeen. Vooral in de tweede
helft van de film, waarin Hiruta meer aandacht krijgt, komt dat
duidelijk naar voren. In een monoloog vertelt hij dat hij zijn hele
leven lang eerlijk is geweest, altijd heeft gedaan wat hoorde. En
wat heeft hij ervoor in de plaats gekregen? Hij woont in een krot,
zijn dochter is doodziek en hij heeft nauwelijks perspectieven. Dan
komt daar een kans om over te stappen naar de andere kant – ‘Amour’
biedt heel wat geld om de zaak willens en wetens te verliezen. Voor
het eerst in god weet hoe lang heeft Hiruta de kans om een winner
te worden (alleszins financieel). Maar het prijskaartje daarvan is
dan wel dat hij geen dag nog geestesrust zal vinden. Kurosawa toont
hier het gewetensconflict van een man die in essentie goed, maar
zwak is. Do the right thing, zoals Spike Lee ooit zei,
maar er zijn niet veel dingen die moeilijker zijn dan dat, zeker
niet als je al je hele leven the right thing doet zonder
dat het iets heeft opgeleverd.

Die morele crisis (want dat is het), wordt weergegeven in een
film die niet altijd even geloofwaardig is. Kurosawa stond hier nog
aan het begin van zijn carrière, en zou nog in hetzelfde jaar van
‘Scandal’ zijn eerste meesterwerk afleveren: ‘Rashomon’. Hier is het
daarentegen duidelijk dat de regisseur nog niet helemaal weet hoe
hij met emoties moet omgaan. Sommige scènes zijn ronduit melig en
sentimenteel, zoals één waarin Ichiro en Miyako ‘Stille Nacht’
zitten te zingen voor Hiruta’s dochter, of een scène met nieuwjaar,
waarin de advocaat in het midden van een lange monoloog verklaart:
‘In 1949 was ik een worm, maar in 1950 gooi ik het roer om!’
Bovendien heeft Kurosawa het ook opvallend moeilijk om zijn
personages op een subtiele manier geïntroduceerd te krijgen. In de
openingsscène zit Toshiro Mifune te schilderen met een drietal
dorpsidioten om hem heen. ‘Waarom teken je die bergen zo rood?,’
vraagt één van de dorpelingen. ‘Binnenin mezelf zijn ze rood,’
antwoord Mifune, wat allicht diepzinnig kunstenaarschap moet
voorstellen. Vervolgens verschijnt Miyako ten tonele – zingend,
natuurlijk, want daarvoor ben je toch een zangeres? Die houterige
vertelstijl zou Kurosawa zeer snel kwijtraken, en gelukkig
maar.

Die gebreken worden echter wel gecompenseerd door een plot die
steeds meeslepender wordt, zeker na de introductie van Hiruta.
Takashi Shimura blijft zonder twjfel de beste acteur waarmee
Kurosawa ooit samenwerkte, en hier weet hij alweer een ongelooflijk
krachtige diepgang mee te geven aan zijn personage. Zelfs
stroperige scènes weet hij toch een voelbare oprechtheid mee te
geven, zodat ze, bijna ondanks zichzelf, toch wérken. Het tempo zit
overigens meer dan goed en de beeldvoering van Kurosawa is
onberispelijk zoals altijd – let op die deep focus shots
en de kadrering tijdens de openingssequens.

‘Scandal’ is een film waarin Kurosawa nog volop leergeld aan het
betalen was als onafhankelijke regisseur. Hij had zijn thema’s, hij
had zijn acteurs en hij had zeker al het talent om boeiende
verhalen te vertellen op een intelligente manier. De meligheid
waarmee dat hier soms gepaard gaat, zou hij later nog afleren.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

5 × 3 =