Basia Bulat :: Oh, My Darling

De naam doet aan een Indiase bhangra-zangeres denken, maar laat die
sari’s voorlopig toch maar in de kast hangen en richt de blik meer
westwaarts, want achter Basia Bulat gaat een Canadese
singer-songwriter schuil. Enkele bezoekers van Les Nuits Botanique
hebben al met haar kennis mogen maken, maar voor de meesten zal
deze ‘Oh, My Darling’ (het eerste full album na een onafhankelijk
uitgebrachte ep uit 2005) als visitekaartje fungeren. Ter verdere
introductie laat Basia ook weten dat haar interesseveld haar
gitaar, bomen, muziek, boeken en things that are cute
overspant. Slik, willen we echt een snoezige treehugger op
een snaarinstrument aan het werk horen?

Geen reden tot paniek echter, want tussen twee Dilly Dilly-achtige
soulfolkstukjes begeleid door banjo ving Bulat een aantal zoete
melodieën die profiteren van haar stem, die een beetje als een
eersteklas cappuccino aandoet: romig doch fel van zich afbijtend.
Vooral op de eerste helft van deze plaat bereidt ze hier enkele
minutieus afgewerkte stukjes mee. ‘Little Waltz’ voelt wat als
Joan As Police
Woman
aan, maar bezit vollere vocals dan die van Wasser. Bulats
stem doorspekt de basisbegeleiding met de nodige soul en ruimt
enkel even plaats voor een klassiek vioolintermezzo dat de
monotoniteit tegengaat. De zwierige single ‘Snakes And Ladders’ kan
op het eerste gehoor te gejaagd aandoen, maar oefent meer grip uit
bij een tweede luisterbeurt, waardoor je al snel gedoemd bent om
voor het aanstekelijke ritme te bezwijken. ée parel is echter ‘I
Was A Daughter’, een track waarop Bulat, ondanks het paraderende
tromgeroffel en handgeklap, aanvankelijk stoïcijns kalm blijft en
pas na een rustig herbronningsmoment meezweeft op de feestelijke
finale. Resultaat: een instant feelgood track. Door deze sterke
opeenvolging kan het even niet meer stuk: ondanks het ongelooflijk
kleffe refrein (“I will hold on even though you’re gone and it
won’t be long until Winter’s gone again”
) gaat zelfs de
gesofisticeerde countryballad ‘December’ er tussendoor als zoete
koek in.

Het tweede deel van de plaat haalt niet meer het niveau van deze
prachtsequentie. Het simpele liefdeslied ‘Little One’ pakt je nog
even helemaal in, maar de rest van de tracks zingen een toontje
lager. ‘The Pilgrimage Vine’ laat een doordeweekse gitaartrack
aanzwellen tot een stoet van percussie en panfluiten, maar moet
ondanks de alweer grote aantrekkingskracht bij de onvermijdelijke
vergelijking in ‘I Was A Daughter’ zijn meerdere erkennen. ‘Birds
Of Paradise’ is dan weer de enige echt ongekruide
singer-songwritertrack op de plaat die enkel werkt omdat hij de
uitzondering in plaats van de regel vormt. Aan het rijtje “enkel
goed als tussendoortje” kunnen we zo ook het kitscherige
troubadourslied ‘La-Da-Da’ en de Sade-light van ‘Why Can’t It Be
Mine’ toevoegen: allerminst slechte bezigheidstherapie, maar snel
weer vergeten.

Door ‘Oh, My Darling’ met een climax in te zetten, heeft de staart
van de plaat het moeilijk om een plaatsje in het geheugen van de
luisteraar te bemachtigen. Toch kunnen we gemakkelijk voldoening
nemen met een tros prachtsongs en een handvol degelijke nummers.
Bovendien is het moeilijk om doorheen de hele zittijd niet een
beetje verliefd te worden op Basia Bulat, want hoewel ze nu en dan
door een heel majorettenkorps bijgestaan lijkt te worden, is het
alsof ze de intiemere liederen rechtstreeks uw oor
influistert.

http://www.myspace.com/basiamyspace

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

2 × 1 =