Basia Bulat :: 12 april 2016, Botanique

Soms kunnen uw enolarecensenten het hartsgrondig oneens zijn. Vond (ml) de nieuwe plaat van Basia Bulat nog saai en braaf, dan trappelde deze (lt) — ook maar gewoon een braaf meisje — van ongeduld om Bulat en haar gekke autoharp nog eens aan het werk te zien. Op naar de Rotonde dus.

Wat lijkt die zaal vanavond klein voor Basia Bulat, en tegelijk belachelijk veel te groot. Stond ze hier enkele jaren gelden nog als het onzekere Canadese jonkie met de innemende countryfolkstem van haar eerste platen Oh My Darling en Heart Of My Own, dan zijn de nummers van Good Advice nu veel meer op maat van de massa gesneden. Alles klinkt een pak forser, meer opgepompt, met dank aan producer Jim James van My Morning Jacket — al was ook voorganger Tall Tall Shadow zonder hem al een eerste stapje in die richting. En dus galmt opener “Fool” op overdreven kracht door de ruimte, die helaas maar halfvol gelopen is. Bulat mag hier dan nog niet de bescheiden ster zijn die ze in thuisland Canada ondertussen wel werd, uit alles blijkt vanavond dat ze ook hier op zo’n status uit is. Het lieve meisje met de flaphoed van op haar debuutplaat is dood en begraven, al blijft ze zelfs in een gouden glittercape toch een beetje aandoenlijk.

Nochtans heeft ze behoorlijk wat te bieden, deze Basia. De nieuwe songs mogen dan wel iets te enthousiast de deur open zetten richting commercie, ze hebben wel een goeie kop, staart en meestal ook een refrein met oorwurmneigingen. Behalve “Fool” is ook “Time” er zo eentje: het komt wat traag op gang, maar zwelt aan tot een pakkende grande finale, waarbij Bulat op haar toetsen hamert en ook de rest van de band even mag uitpakken. Het sprankelende “In The Name Of” – “living”, in haar geval, geen “killing”, moet niet onderdoen. En toch: “Even though I’m wearing a gold cape, it doesn’t mean I’m not going to play some folk music”, stelt ze ergens halverwege; pas vanaf dat moment zal Bulat écht tonen wat ze waard is. Zelfs zonder banjo heeft “Heart Of My Own” immers een van de mooiste melodieën die ze ooit schreef, en het overklast dan ook moeiteloos alles wat we tot nu toe hoorden.

Als ze vervolgens voor “Gold Rush” en vooral ook “In The Night” (naar eigen zeggen uit haar Johnny Cash-fase) haar band laat vertrekken en alleen overblijft met haar autoharp — die ze omklemt als was het een teddybeer — hoor je ten volle waarom het hier draait: Bulat en haar prachtige stem. Altijd lichtjes hees, reikend naar hoge noten alsof het geen moeite kost, en emotioneel zonder overdreven dramatisch te klinken. Een paar octaven hoger dan het origineel waagt ze zich aan een cover van Leonard Cohens “Ain’t No Cure For Love”, dat zijn aalgladde arrangement duidelijk niet nodig heeft om te ontroeren. Het wat plat rockende “Infamous” kon er niet bleker bij afsteken.

Aan het eind keert Basia Bulat nog één keer terug naar de basis. Met haar charango — wij moesten het ook googelen — in de hand brengt ze een onversterkt gezongen “It Can’t Be You”. Haar glasheldere stem krijgt alle ruimte, niet gehinderd door een teveel aan opsmuk. En al dromen ook lieve folkmeisjes wel eens van stadions, de eenvoudige schoonheid van dit bisnummer mag het voor de slechte verstaander nog maar eens verduidelijken: niets mis met wat extra glitter, maar soms is less toch echt wel more.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

10 − 8 =