Zornik :: Crosses

Als een doorsnee plaat wordt aangekondigd met hemeltergend belegen en belachelijke termen als "vette rockplaat" of godbetert "ruig", verandert het aanvankelijke monkellachje van ondergetekende al gemakkelijk in schaterlachen bij het aanhoren van de plaat in kwestie. Met deze Crosses is het weer volop prijs, al galmt dat lachen bitter na.

Ja, goddeau geloofde eigenlijk best wel in Zornik (geen schaterlach). Elke plaat was een aardige stap vooruit, zowel wat de songs als de sound betrof. Koen Buyse experimenteerde en groeide zachtjes op zijn tempo, zonder echt op zijn door tienermeisjes aanbeden gezicht te gaan. Vooral op One-Armed Bandit bewees hij goeie songs te kunnen schrijven, op het akoestische Alien Sweetheart verbreedde hij zijn geluidsspectrum, met wisselend maar verdiend succes. Tot het Joepie-rockidool deze vette, ruige rockplaat (schaterlach) maakte.

De plaat frustreert voornamelijk om twee redenen. Zornik vergelijken met Muse is goedkoop, maar klakkeloos pikken als de raven en zélf geen creativiteit of songs ertegenover stellen, is dat ook. De advocaten van Matt Bellamy’s trio zullen dan ook lachen als ze pakweg "Fear in America" horen, een onverbloemd schijnhuwelijk van "Plug-In Baby" (die openingsseconden alleen al) en "Assassin" (die riff! die boodschap!). Of de intro van "Go/No", die klinkt alsof "Hysteria" door de mangel gehaald is — zelfs de "kruisjes" van de cover doen de gedachten naar het hoesje van Absolution afdwalen. En zo gaat dat maar door. Dat ze meer dan zomaar een kloon van Muse (kunnen) zijn, bewezen ze op de voorgangers, dit is een forse stap terug — al is Muse niet de enige band die geplunderd wordt. Er is niks mis met het kopiëren van bepaalde sounds of met het (sterk) laten doorschemeren van bepaalde invloeden — welke gehypete band van vandaag doet dat niet — maar plak er dan tenminste een eigen smoel op. Anders wordt het zielloos, overbodig en zelfs pijnlijk, zoals nu.

Maar vooral: an sich klinkt Crosses niet slecht. De band heeft de productie deze keer zelf gedaan, en kwijt zich, louter klankmatig, best goed van die taak. Alleen is Buyse deze keer glad vergeten goede songs te schrijven. Ze zijn oppervlakkig, net als de teksten, en wegen samen met Buyses stem, die deze keer vaak echt enerveert, te licht. Zo wordt de wall of sound die Zornik optrekt een blinde muur waar alles tegen te pletter crasht — het eerder genoemde "Go/No" is daar een perfect voorbeeld van. Sommige songs irriteren in de refreinen, zoals "All Of This Revisited", terwijl de rest van het nummer wel snor zit. "Fed Up" heeft door zijn ADHD-trekjes zijn naam niet gestolen, afsluiter "I Will Never Be This Way" doet onze tenen eens te meer door onze schoenen krullen.

Een jammerlijke zaak, want soms zit het wél goed. Op het weer ronduit zwakke refrein na, is "Sad She Said" mee van het beste dat Buyse ooit heeft gespeeld (en zwelgt hij heel nadrukkelijk in de jaren tachtig), "Get Whatever You Want" was een hoogtepunt op Zorniks beste plaat One-Armed Bandit geweest, net als "There She Goes", waarin de band heel dicht tegen Ash aanschurkt in de instrumentale climax (luister maar eens naar "Orpheus" op hun Meltdown).

De overdaad van Zornik op deze plaat schaadt zonder meer, en het valt te hopen dat Buyse deze pijnlijke uitschuiver met een stuitend gebrek aan originaliteit en songs weer kan goedmaken. We geven Zornik nog niet op. Maar deze Crosses is een ruige, vette rockplaat voor pubers met ontluikend schaamhaar, terwijl ze vele anderen plaatsvervangend schaamrood op de wangen zal bezorgen.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

19 + vier =