Bill Callahan :: Woke On A Whaleheart

Bill Callahan is de enige man ter wereld die het bed heeft gedeeld met zowel Joanna Newsom als Cat Power. En al was het dan niet met beiden tegelijkertijd, toch kleurt het aangezicht uwer dienaar keer op keer groen van nijd bij het horen van ’s mans naam. Graag hadden we dan ook van deze gelegenheid gebruik gemaakt om in minieme mate weerwraak te nemen op Callahans amoureuze successen door zijn nieuwste worp af te schilderen als een ellendig stuk vreten, geen luisterbeurt waardig.

Helaas, zelfs dat pleziertje wordt ons niet gegund. Woke On A Whaleheart is namelijk een goeie plaat, de zoveelste in rij voor Callahan, die sedert het begin van de jaren ’90 onder de alias Smog (soms met, soms zonder haakjes) nagenoeg ieder jaar een lo-fi indieplaat uit zijn koker perst. Dat hij voor zijn dertiende langspeler voor het eerst die alias naast zich neerlegt, wil allerminst zeggen dat er sprake is van een radicale koerswijziging. Nasale bariton? Check. Half gesproken, half gezongen, lichtjes van de pot gerukte lyrics? Check. Een mopje hier en daar? Check.

Wat dat betreft dus niets nieuws onder de zon. Op Callahans vorige, A River Ain’t Too Much To Love uit 2005, werden de songs van alle franjes ontdaan tot er een confronterende brok naakte emotie overbleef met een aangrijpende prachtplaat als gevolg. Whaleheart gaat verrassend genoeg niet verder op die ingeslagen weg maar maakt een ommekeer naar het geluid en de sfeer van Supper. Een iets meer gepolijste klank dus, en zowaar, ook de zwarte medemens is van de partij: een gospelkoortje bestaande uit drie voluptueuze negerinnen staat de zanger bij op het gros van de songs.

In eerste single "Diamond Dancer" toont Callahan zich van zijn meest dartele kant. Geruggensteund door een groovy baslijn en dito negertrio schrijft hij goedgemutst over een geestdriftig danseresje dat hem wel bekoren kan: "She was dancing so hard / she danced herself into a diamond". Het is veruit het meest radiovriendelijke nummer uit het repertoire van de ooit zo sombere cynicus. Minstens even opbeurend is het Hank Williams-gevoel van "A Man Needs A Woman Or A Man To Be A Man", een lekker ouderwetse lap cowboycountry waarin Johnny Cash zijn "Ring Of Fire" meermaals om de hoek komt piepen.

Een aangename verrassing is Callahans eigen versie van "Honeymoon Child", dat hij schreef voor Emiliana Torrini, de IJslandse schone die twee jaar geleden menig jongenshart sneller deed slaan met het überschattige Fisherman’s Woman. Waar Torrini het tot een ingetogen lullaby verwerkte, blijkt het origineel een okselfrisse huppelsong met een Tom Tom Club-achtig drumritme waarop het aangenaam heupwiegen is. De ingehouden pianoballade "Night" kent naast een clever woordspelinkje ("We stand under it / but we don’t understand it") een al even knappe melodie en strijkpartij.

Toch ontbreekt het Whaleheart aan echt beklijvende momenten zoals we die van de Smogplaten gewoon waren: songs die aan de ribben kleven als een plakkerig shirt aan een bezweet lichaam. Slechts de helft van deze plaat is van het kaliber van de hierboven vernoemde songs en wat overblijft is weliswaar nooit bedroevend zwak te noemen, maar ook nooit meer dan gewoon oké. Prima voor een minder talent maar net iets te vrijblijvend voor een uitzonderlijk begaafde songsmid als Callahan.

Noem het detailkritiek, want dat den Bill weliswaar niet het niveau van zijn beste werk (pakweg Knock Knock of A River Ain’t Too Much To Love) overstijgt of zelfs maar evenaart, mag de pret geenszins bederven. De man is gelukkig, hoe zou u zelf zijn met Joanna Newsom als lieftallige eega, en dat hoor je: de door merg en been gaande tristesse van weleer ontbreekt en heeft plaats geruimd voor minder aangrijpende maar levenslustigere riedeltjes. Je moet al een hopeloos cynisch baasje zijn om daar iets op tegen te hebben.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

zestien − elf =