Shooter





Scenario: Jonathan
Lemkin
124

Mark Wahlberg is een coole gast. Die Oscarnominatie voor zijn
rolletje van sarcastische driftkikker in ‘The Departed’ was
misschien wat overdreven, maar toch blijft hij met gemak onze
favoriete onderbroekenman, die een solide acteercarrière heeft
kunnen opbouwen. Goed gedaan, Mark. Op diezelfde set van ‘The Departed’ liep ook
Matt Damon rond en blijkbaar is Marky Mark een beetje jaloers
geworden op de wilde Jason Bourne-verhalen van zijn collega.

Omdat hij nu eenmaal veel cooler is dan Matt Damon mocht een
soortgelijk vehikel voor de belhamel uit Boston niet uitblijven.
‘Shooter’ mag dan wel een poor man’s Jason Bourne zijn, de
wapens van Mark zijn stukken groter en indrukwekkender dan die van
Bourne. Voor de zekerheid heeft hij ook de getormenteerde frons van
‘Departed’buddy
Leonardo DiCaprio in bruikleen genomen om extra intens over te
komen. Ik zeg het, een coole gast die Mark Wahlberg.

Bob Lee Swagger (Wahlberg dus) is een scherpschutter die zich in
de bossen van Canada heeft teruggetrokken nadat z’n laatste missie
nogal onkoosjer is afgelopen. Op een dag krijgt hij bezoek van een
kolonel (Danny Glover mag nog eens werken) die zijn hulp inroept om
een moordaanslag op de president te verijdelen (Jack Bauer kon zich
blijkbaar niet vrijmaken). Swaggers patriottistische hartje bonkt
wat harder en gaat akkoord. Maar dan loopt het fout voor de stoere
held van dienst. Er wordt wel degelijk een aanslag gepleegd (niet
op de president, maar op een Afrikaanse diplomaat) en Swagger wordt
geframed als de dader. Bad idea! Swagger weet te
ontsnappen (ondanks twee kogels in zijn lijf, straffe gast) en na
wat platte rust is hij helemaal klaar om de hoerenzonen
verantwoordelijk voor de laffe set-up achterna te zitten
en het complot met veel explosies open te blazen. Activeer die
frons!

Vergelijkingen met de Bourne-franchise liggen voor de hand, maar
deze ‘Shooter’ van Antoine Fuqua (laatst gezien toen hij van
King Arthur’ een
gritty historisch epos probeerde te maken en faalde) gaat
eigenlijk even gretig leentjebuur spelen bij die typische foute
actiefilms uit de jaren tachtig. Denk maar aan ‘Commando’, dat
hilarische cheesefest waarin Arnie met een bazooka onder
de armen de sappigste oneliners uit zijn carrière mocht afvuren.
‘Shooter’ meent het uiteraard allemaal véél serieuzer, maar wanneer
een in camouflagekleding uitgedoste Wahlberg in slowmotion
door de vlammen loopt met een sniper rifle in de handen,
moest ik toch spontaan denken aan de daguitstapjes van John Rambo.
‘Shooter’ is een domme actiefilm die het koppig vertikt om zich te
gedragen als een domme actiefilm. Met het huidige politieke klimaat
is het nu eenmaal not done om een wapengeile schietprent
uit te brengen met een overijverige wraakengel. ‘Shooter’ probeert
dat dan maar op te lossen door een politieke dimensie aan de
nietszeggende explosies toe te voegen. Alleen jammer dat die
dimensie even intelligent is als de oneliners van Arnie
indertijd.

Mark Wahlberg speelt een oldskool patriot (hij houdt
van Amerika, maar moet niets weten van de corrupte overheid die z’n
landje verziekt) en mag eens grote kuis houden door hooggeplaatste
figuren vakkundig van hun gat te knallen. Er wordt onsubtiel
geknipoogd naar de situatie in Irak (Bush wordt letterlijk een
leugenaar genoemd in de film, lefty bastards) en als er
over het internationale beleid van Amerika wordt gepraat, dan
gebeurt dat enkel via cynische dialogen à la ‘het probleem met
democratie is dat er altijd iemand is die denkt dat hij een
verschil kan maken’. Maar ondertussen zit je wel met een film
waarin het hoofdpersonage er geen graten in ziet om op z’n eentje
in pure vigilante-stijl de problemen aan te pakken. Die
onfrisse combinatie van kritiek op Amerikaanse politiek met een
ziekelijke big fat gun-obsessie geeft ‘Shooter’ een veel
te dubieuze moraal mee. Als je relevante dingen wil zeggen, doe dan
tenminste wat moeite om het intelligent te brengen. En als puntje
bij paaltje komt, worden die politieke ondertonen toch ingeruild
voor een goed rollende oneliner (‘zij mogen het dan wel gestart
hebben, ik zal het afmaken!’, owned by Mark, yeah!). Op
een bepaald moment wordt er aan Swagger gevraagd waarom hij dit
allemaal doet. Zijn antwoord is heel eenvoudig: ‘ze hebben mijn
hond afgemaakt’. Waar zitten ze dan met hun ambities om wat
brains in dit vehikel te steken?

Nu zou ik daar allemaal niet zo over doorzagen mocht de actie en
het fungehalte wat hoger hebben gelegen. ‘Shooter’ wil een
actiethriller zijn met een boodschapje, maar een doodgewoon
onderhoudend actiefilmpje was blijkbaar al teveel gevraagd. Fuqua
weet wel hoe hij een ontploffing professioneel in beeld moet
brengen, maar veel ambitie om er enige visuele flair aan toe te
voegen ontbreekt eraan. Er passeert een glimp van een car
chase
, Wahlberg krijgt een handvol momentjes om wat meppen uit
te delen en er doen veel luide dingen boem. Maar om nu te zeggen
dat er ook maar één opmerkelijk in elkaar gestoken actiescène in
‘Shooter’ zit? Neen hoor. Als je als derivatief genrefilmpje al
geen indruk kan maken met de actie, dan zit je met een
probleem.

Ook scenariogewijs rammelt het veel harder dan zou mogen. Een
clichématige proloog trekt het verhaal veel te traag op gang en
echt losbarsten doet ‘Shooter’ daarna nooit. Het ridicule
verhaaltje, dat zichzelf veel te serieus neemt, bulkt van de
ongeloofwaardigheden (een rookie FBI-agent ontpopt zich in
een handomdraai tot scherpschietende sidekick van
Wahlberg) en de sowieso niet al te bijzondere actie wordt te vaak
onderbroken voor tempovertragende babbelscènes. En vooraleer de
voorspelbare climax eraan komt, moet er eerst een nepclimax komen,
gevolgd door een tamme anti-climax. Extreem slordig.

Gelukkig heeft Mark Wahlberg voldoende charisma en frons om het
allemaal wat draaglijker te maken. Hij is niet geweldig, maar hij
heeft wel de uitstraling en de fysiek (hij mag zelfs een helikopter
neerschieten!) om toch een beetje geloofwaardigheid aan het geheel
te geven. Danny Glover is dan weer een ander verhaal. De man praat
constant met een ongelooflijk irritante lisp, alsof hij net een
nieuw en onhandig kunstgebit in z’n mond heeft zitten. Elke zin
sijpelt Spiessensgewijs van tussen zijn lippen en zelfs de immer
coole Mark Wahlberg (dubbele frons!) lijkt het niet zo tof te
vinden dat z’n tegenspeler de dialogen nog meer verneukt met zijn
bizarre spraakgebrek. Hopelijk gaat het ondertussen al wat beter
met de tanden van Danny.

Op z’n beste momenten is ‘Shooter’ een minder intelligente Jason
Bourne, op z’n slechtste is het een banale actiefilm waar twintig
jaar geleden Steven Seagal, Sylvester Stallone of Chuck Norris in
hadden rondgelopen. Misschien toch maar beter wachten op ‘The
Bourne Ultimatum’.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

drie × 1 =