Fantasy Island

Fantasy Island dient zich aan als een herwerking van de gelijknamige televisieserie die eind jaren ’70 van start ging. De serie hield het zeven seizoenen vol, maar deze zit van 110 minuten leek helaas ongeveer even lang. Toen de ‘end credits’ over het scherm rolden en Jared Lee inviel kon zijn eerste strofe dan ook niet ironischer klinken: ‘Patiently I’ve been waiting…’. Want wat waren we ondertussen al lang aan het aftellen om de zaal te mogen verlaten.

Fantasy Island toont ons een mysteries eiland, gerund door ene Mr. Roarke (Michael Peña). Het is een plaats waar mensen kunnen aanmeren om hun ultieme fantasie te beleven. De film opent dan ook met een aantal personages die niets met elkaar gemeen hebben – afgezien van het feit dat je ze als de weerwind van je scherm af wil – die zich in hun fantasie laten gidsen door die Mr. Roarke. Maar – hou je vast – nu blijkt dat je eigen diepste fantasieën wel wat donkerder kunnen zijn dan je oorspronkelijk had gedacht. De verschillende fantasieën lopen immers vrij meteen uit de hand waardoor we terechtkomen in een slechte gemixte cocktail van Westworld, Jumanji en The Hunger Games. Enkele bij de haren getrokken plot twists en vele ergernissen later is het allemaal voorbij.

Binnen het hokje van de slechte film heb je nog een arsenaal aan mogelijkheden. Zo heb je gewoon een doodsaaie, oninteressante film, of kan een film zo slecht zijn – zeker binnen het horrorgenre mag je daar nog hoop op koesteren –  dat ie weer leuk wordt. Fantasy  Island bevindt zich helaas binnen die subcategorie van slechte film,  waarover je je ook behoorlijk kan opwinden. De personages zijn het bewijs van een verwerpelijke visie op hoe mensen zijn en met elkaar omgaan. Ze zijn oninteressant en hun gedragingen afstotelijk. Fantasy Island toont hoe menselijke interactie enige vorm van menselijkheid ontbeert, hoe grappen niet grappig kunnen zijn en hoe horror geen horror is, maar een loutere opeenvolging van enkele ‘heb-ik-je-daar’ schrikeffecten. De gruwel was immers vooral te vinden in de tenenkrullend slechte dialogen. Zo ergens halverwege de film namelijk, diende elk personage immers door een of andere karakterboog geperst te worden waardoor hij of zij tot één of ander inzicht kwam. Iedereen mocht immers even een psychologische wonde uit zijn verleden aanhalen die keurig werd aangekondigd door een dramatisch invallende pianotoets of aanzwellende violen.

Het is behoorlijk pijnlijk om Michael Peña als  Mr. Roarke, gids en eigenaar van het eiland, te zien proberen om dit geheel tot een goed eind te brengen. Hij staat er doorgaans behoorlijk ongemakkelijk bij in zijn spierwitte linnen strandkostuumpje met de handen in de zakken,  wanneer hij te pas en te onpas komt opdraven om wat stukken plot uit te leggen. Peña heeft in een heel aantal films vaak de show mogen stelen door wat ‘comic relief’ aan te brengen (zie o.a. Ant-Man en Gangster Squad). Zou het de kans op top billing zijn die hem overhaalde om hier te komen leuteren over hoe het eiland ‘de fantasie moet laten vervolledigen’? Ook Michael Rooker, die ooit nog uitblonk in het even brutale als troosteloze Henry: Portrait of A Serial Killer duikt hier kortstondig op als zeer vaag uitgewerkte constructie die de plot nodig heeft om enkele krengen te bevrijden van hun folteraar (Dr Torture). De rest van de cast wordt dan weer aangevuld met jonge acteurs en actrices die een strak lichaam hebben en duidelijk nog veel van hun zelfrespect willen achterlaten op Fantasy Island met het oog op een carrière in Hollywood.

Ook de structuur van de film is grotendeels een rommeltje. Nadat we een korte expositie gekregen hebben rond de plaats en karakters (waarin het voor de kijker al vrij snel duidelijk wordt dat het niet zo’n boeiende zit zal worden) volgen we eerst de vijf verschillende fantasieën van de verschillende personages. Om al een tip van de sluier te lichten: de fantasie van Gwen (Maggie Q) is te trouwen met een ex die ze destijds had afgewezen en met hem een dochter te hebben. Vervolgens dien je dus als kijker minutenlang toeschouwer te zijn van hoe deze vrouw en haar man een kind hebben en daar blij mee zijn. Want kunnen minuten lang duren. Terug naar het verhaal: die vijf fantasieën ontpoppen zich dan tot ieders persoonlijke nachtmerrie en de verhalen geraken verweven met elkaar. Ondertussen wordt er nog wat mysterie ontrafelt – iets met het water op het eiland en iets met de vrouw van Mr. Roarke – en een eerste, redelijk van de pot gerukte plot-twist dringt zich op, waarop een andere, zéér van de pot gerukte plot-twist volgt om ten slotte tot een schabouwelijk einde te komen en die verlossende woorden te horen: ‘Patiently I’ve been waiting’.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

1 + zeven =