Thomas Dybdahl :: Science

“Less is more” en “Quiet is the new loud”: u weet onderhand wel waar die mooie zinnetjes op slaan. Poëtische muzikanten kleden hun songs uit tot enkel de naakte essentie overblijft. Dit resulteert dan in sobere, door akoestische gitaren gedragen nummers, die zich wentelen in dromerige sferen. Ze zijn hartverwarmend en ijskoud tegelijk. Enter: Thomas Dybdahl.

Het waren zijn landgenoten van Kings of Convenience die enkele jaren geleden hun debuut zo toepasselijk “Quiet Is The New Loud” noemden en het moet gezegd worden: als er één land geschikt is om een contrast aan te geven tussen oorverdovende black metal en haast gefluisterde kleine liedjes, dan is het wel het hoge Noorwegen. Thomas Dybdahl is er, ondanks zijn vijfentwing jaar, al jaren de plaatselijke Tom Barman en met zijn derde soloplaat wil hij nu ook over de eigen landsgrenzen heen potten (harten?) breken. Zo gaat dat als men nationaal al elke muziekprijs gewonnen heeft die er te winnen valt.

Klonk Dybdahls muziek op voorganger That Great October Sound soms nog ietwat bombastisch en leek hij slinks naar het “Grote Gebaar” te hengelen; Science is een sober lappendeken en ijskonijn in één lange adem. Een een filmische plaat die u moet ondergaan als was het een anti-depressivum tegen Westerse gejaagdheid. Rust lijkt op deze plaat het codewoord, tot rust komen de boodschap.

De plaat kan ruwweg in twee helften worden opgedeeld, met als kantelmoment het mee door-een-Noors- zangeresje-met-een-onuitspreekbare-naam-gedragen “Dice”. Er is de eerder instrumentaal gerichte aanloop, die in lekker ritselende tracks als “Something Real” en het met een accordeon opgesmukte “How It Feels” tot uiting komt, en er is de meer romantische tweede helft, waarin Dybdahls verkouden misthoorn van een stem op de voorgrond treedt.

Vraag ons te kiezen tussen één van beide, en we zetten onze joker in. Het door R’n’B beïnvloede “U” is de ideale soundtrack om een romantische avond met de vriend(in) mee af te sluiten, maar evengoed is “No One Would Ever Know”. Het is als die zonnestraal waarop je drie lange wintermaanden aan het verandaraam hebt zitten wachten. “I’ll bide my time/waiting for the perfect moment”, heft Dybdahl dat laatste nummer aan, wat te denken geeft over de perfecte symbiose tussen tekst en muziek op deze plaat.

In het parlando van het jazzy “This Year” lijkt Dybdahl ons met zijn laagste stem al vroegtijdig te komen toestoppen, maar in het daaropvolgende “Maury The Pawn” wordt er toch opnieuw een vrolijk huppelende ritmesectie van stal gehaald. Strijkers luiden halverwege een gelukzalig vibrafoonmotiefje in, dat achteloos tekent voor het orgelpunt van de plaat. Het klinkt zo fris.

Het instrumentale “Outro” mag ten slotte een dromerig gedag komen zeggen en in “B A Part” legt Dybdahl nog een laatste keer uit waar het op staat: “Hey man, don’t feel sad/ there’s never been anything to worry about/ think of all the times/ when things just have seemed to work out/ no matter how pathetic you are”. En dát is inderdaad het enige dat u écht hoeft te onthouden tijdens het beluisteren van deze plaat.

De winter heeft ons land amper aangedaan, maar een fantastische lente en zomer liggen in het verschiet. Thomas Dybdahl mag menig favoriet seizoen op gang komen neurieën in onze huiskamer. Science is ontheven van elk infantiel gevoel voor gêne en trekt resoluut de kaart van de volwassen, romantische schoonheid. Uw dagen zonder lief zullen zelden zo zwaar gewogen hebben als na het beluisteren van deze knuffelrock voor klasbakken.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

twee + 12 =