Thomas Dybdahl :: Thomas Dybdahl

Laat ons maar meteen frontaal met de deur in huis vallen: waren wij meisjes dan zou Thomas Dybdahl zonder concurrentie onze favoriete singer-songwriter zijn. Nu is het zo dat wij jongens zijn en Thomas Dybdahl is nog steeds één van onze favoriete singer-songwriters. Maar dat tikkeltje jaloezie dat we jegens de man koesteren, zorgt ervoor dat we zijn titelloze best of nog het liefst van al buiten het bereik van onze vriendin houden, hoe jammer we dat zelf ook mogen vinden. Het zit ’m in die ’soul’ van Dybdahl, iets dat bij ons in velden noch wegen te bekennen is.

We vinden het betreurenswaardig dat het naar ons gevoel toch noodzakelijk lijkt om Thomas Dybdahl eerst nog uitgebreid te moeten introduceren. Dybdahl was verdorie te kennen leerstof voor uw kerstexamen "Moderne Scandinavische muziekgeschiedenis"! Even de grote lijnen dan maar: Dybdahl heeft vier uitstekend onthaalde platen op zijn cv staan en wordt wel eens de Noorse Nick Drake of Jeff Buckley genoemd. Aan de hand van deze twee basale gegevens én de best of, die hier door de speakers klinkt, zullen we proberen te schetsen waar de Noor muzikaal voor staat en waarom u hem echt niet langer over het hoofd kan zien.

Thomas Dybdahl debuteerde in 2002 met That Great October Sound, een plaat die,,enkele groeipijnen daargelaten, een bijzonder fris en origineel popgeluid liet horen. "From Grace" en "That Great October Sound" (beiden op deze best of terug te vinden) werden hits en het Noorse publiek drukte de jonge bard meteen aan de borst. In datzelfde jaar ontving Dybdahl een eerste "Noorse Grammy" (we besparen u de originele naam) voor beste mannelijke artiest en de toon was gezet voor wat volgen zou.

Stray Dogs en One Day You’ll Dance For Me, New York City heetten de opvolgers en een na een overtroffen ze elkaars succes. Op deze tweede en derde plaat scherpte Dybdahl zijn vederlichte geluid aan en toonde hij zich bij momenten van zijn meest suikerzoete kant (zie het bijna smartlapperige "Cecilia" en "A Lovestory" op deze round-up). Van sell-out kon echter geen sprake zijn omdat Dybdahl met zijn emotionele songs op geen enkele manier de indruk gaf een volksmenner te willen zijn. Toch werd hij door zijn onbeschaamde meligheid voor heel wat mensen een hate-him-or-love-him-geval.

We still loved him. Zijn vierde plaat, Science uit 2007, deed de vlindertjes opnieuw in alle hevigheid opfladderen. "Knuffelrock voor klasbakken" schreven wij er op deze pagina’s over en daar nemen we drie jaar later nog geen woord van terug. Science is zonder meer Dybdahls beste, want meest consistente, plaat en de meest populaire nummers van deze plaat, zoals "Dice", "Something Real" en het héérlijke "B A Part", zijn absoluut de beste momenten op dit album.

Tot zover ’s mans catalogus, maar hoe zit dat nu precies met die Nick Drakevergelijking? "Dikke zever", luidt prompt ons antwoord. Drake? Buckley? Daar heeft Dybdahl totaal niks mee te maken. Het gaat hier echter niet over beter of slechter; Dybdahl maakt gewoon heel andere muziek dan die twee iconen. De muziek van Thomas Dybdahl is zo lichtvoetig als uw balletdansende nichtje en heeft zelfs van ver niks te maken met de Weltschmerz van een Nick Drake. Ook gebruikt de Noor een veel ’zomerser’ instrumentarium dan voornoemden — gitaar is veel minder op de voorgrond en wordt aangevuld met percussie en blazers — en daarnaast is zijn muziek nog het best te categoriseren onder de noemer ’soul’. Alleen al daarom (en ook omwille van zijn hoge maar warme stem) leunt hij veeleer aan bij zwarte soulzangers dan bij blanke singer-songwriters.

Dat gezegd zijnde, kunnen we u nog meegeven dat deze best of een goeie introductie is tot Dybdahls werk, maar eigenlijk schaft u zich beter gewoon ’s mans platen aan, te beginnen met Science. Het niveauverschil tussen Dybdahls oude en recente songs laat zich hier en daar gelden en sommige nummers uit de eerste twee platen ("Adelaide", "Rise In Shame") vallen op deze compilatie net iets te licht uit.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

8 + 19 =