Thomas Dybdahl :: The Great Plains

Toen Thomas Dybdahl in 2002 zijn debuutalbum That Great October Sound voorstelde, viel zowat heel muziekminnend Noorwegen achterover: hier was een jongeman, nauwelijks 23, maar toch al in staat om een herkenbare sound vast te leggen: ijl, vluchtig, maar als een hardnekkige oorwurm blijft het hangen. Zijn sterkste punt is zijn stem, die soms gebroken en iel klinkt, maar ook in de lagere zangregionen kan de Noor zijn mannetje staan.

Met het verstrijken van de jaren is Dybdahl erin geslaagd om die sound te herhalen zonder echter saai of repetitief te worden. Een Dybdahl-lied is herkenbare popmuziek en heeft een lichtvoetigheid die op het eerste gehoor oppervlakkig lijkt, maar vergis je niet: er zitten vele lagen verscholen in de simpel klinkende popsongs; Dybdahl slaagt er steeds in om net dat tikkeltje anders uit de hoek te komen.

Ook zijn nieuwste The Great Plains toont zijn schatten maar mondjesmaat. Wat direct opvalt, is dat er meer effecten op zijn stem gezet zijn, waardoor die nog afstandelijker klinkt. Verder is de instrumentatie sober, met akoestische gitaar, piano en filmische soundeffecten.

Hoofdthema op het nieuwe album is het verstrijken van de jaren en je afvragen wat je met je leven tot dan gedaan hebt. Op een dag kijk je in de spiegel en vraag je je af wie die man voor jou is. En dan gaat het al gauw over verloren liefdes, zoals in “Baby Blue”. “When I Was Young”, een sterk staaltje vertelkunst trouwens, is een mijmerende terugblik op zijn jeugd. Nu hij zelf vader en geliefde is, merkt Dybdahl hoe de geschiedenis zich herhaalt. Een eenvoudige pianoriff, bijgestaan door wat keyboardeffecten. Meer moet dat soms niet zijn. Ongetwijfeld een vroeg hoogtepunt.

Op The Great Plains staan tien songs. De eerste vijf daarvan zijn redelijk rustig, maar vanaf dan gaat het tempo hier en daar serieus de hoogte in. Zo hebben “Like Bonnie & Clyde” en “Just A Little Bit” allebei een serieus aanstekelijk funky ritme, mede door de strakke drum- en keyboardbeat. Ook eerste single “3 Mile Harbor” gaat de zwierige en dansbare toer op.

Het is duidelijk: het zevende album van Thomas Dybdahl klinkt als een frisse lentebries en heeft de juiste portie Noorse melancholie. Het is bewonderingswaardig om te horen hoe de singer-songwriter weet trouw te blijven aan zijn eigen klankkleur, maar deze toch uitpuurt en daardoor af en toe serieus verrassend uit de hoek komt.

Thomas Dybdahl speelt op dinsdag 2 mei in de Roma in Borgerhout. Gaat dat zien!

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

15 + acht =