The Go Find :: Stars On The Wall

Pure indietronica is al een tijdje aan het wegzakken in een
comateuze toestand en de prins op het witte paard die het genre
moet wakker kussen, lijkt niet meteen in aantocht. De onafwendbare
stagnatie die de Russische economie op een hypermodern
industriepark doet lijken, noopt de Morr Music-acts tot het
verlaten van de paadjes waar holle stijloefeningen als kruimels op
de grond liggen. The Notwist lijkt verstrikt in hun eigen
elektronica-netten en Lali Puna bleek geen
avontuurlijk Klein Duimpje. Het is dus aan de andere acts om het
veilige nest van die typische Morr-sound te verlaten en in de
richting van andere genres te vliegen. Fat Jon &
Styrofoam
stalen als koekoeken hiphop-eitjes om er hun eigen
hippe kuiken mee te kweken en op hun tweede plaat vliegt The Go
Find richting pophemel om er een nest te bouwen met prachtige
melodieën, heldere klanken en een sobere, atmosferische productie.
Op ‘Stars On The Wall’ blinken de geslepen popjuweeltjes als
sterren aan het plafond en het is zalig wegdromen bij het speelse
geschitter en het verslavende kometenstof.

Morr-believers zullen op dit plaatje wellicht nog enkele typische
trekjes van het Duitse label ontwaren: de stem van Dieter Sermeus
klinkt nog steeds als de vocale liefdesbaby van het huwelijk tussen
Markus Acher (The Notwist) en Benjamin Gibbard (The Postal Service,
Death Cab For
Cutie
) en blinkende synths roepen herinneringen op aan het
debuut van The Go Find. Toch is ‘Stars On The Wall’ een heel andere
plaat geworden dan Miami. Sermeus ging,
zocht en vond zijn ideale muzikale habitat en dat bleek
uitgepuurde, zoete en vlot in het oor liggende pop te zijn.
‘Beautiful Night’ fungeert als het portaal naar de wonderlijke
melkweg van The Go Find en wanneer de kurkdroge bas, handclaps,
drums en vertederende gitaren van ‘Dictionary’ in een baan rond de
stem van Sermeus gebracht worden, voelen we ons al helemaal thuis
in de zonovergoten poplandschappen van deze plaat.

Referenties aan de indietronica-grootheden zijn bij ‘Stars On The
Wall’ dus uit den boze: de plaat combineert eerder het lentegevoel
van The Shins
met de treffende melodieën van Death Cab For Cutie. ‘New Year’
heeft dezelfde titel meegekregen (exclusief het lidwoord) als de
opener van ‘Transatlanticism’, de voorlaatste plaat van
laatstgenoemde band, en hoeft qua onweerstaanbaarheid weinig onder
te doen voor die song. ‘Ice Cold Ice’ is nog zo’n nummer waardoor
de bijtjes harder gaan zoemen, de vogels luider gaan tsjilpen en
vissen de warmte van het wateroppervlak gaan opzoeken. De
schijnbaar simpele, maar ingenieuze combinatie van meeslepende
vocals met een sober arrangement van zachte elektronica, ingehouden
drums en spaarzame gitaarnoten is voldoende om een soort shiny
happy people
-atmosfeer te creëren zonder de walgelijke
Hugh
Grant
-connotatie en met een emotionele puurheid die blijft
beroeren.

De sound van deze plaat neigt lichtjes naar The Whitest Boy
Alive
, maar wat The Go Find een trede hoger op de popladder
doet staan, zijn de veel sterkere songs die lieflijkheid aan
overtuigingskracht koppelen. Dat wordt vooral duidelijk in de meest
minimale, van alle ballast ontdane songs. In ‘Adrenaline’ omhelzen
fluwelen beats en verre elektronica-echo’s de zangpartijen van
Sermeus terwijl in ‘Downtown’ akoestische, folky gitaren voor
instrumentale warmte zorgen. Het resultaat is in beide gevallen
vertederend mooi.

Op ‘Stars On The Wall’ schuurt The Go Find het laagje
indietronica-vernis van hun sound en er is geen salomonsoordeel
nodig om te bepalen of hun nieuwe koers de juiste is. Het talent
van Sermeus om uitstekende popsongs te schrijven staat net als bij
Orange Black nog meer in de etalage dan bij het debuut van The Go
Find en liefhebbers van fijn popkatoen afgeboord met analoge synths
zullen likkebaardend door de ruit staren. Knap lenteplaatje!

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

zestien − vier =