Diversen :: Jonny Greenwood Is the Controller

Het reggaelabel Trojan is zijn veertigste jaargang ingegaan, en dat
moet gevierd worden. Aan enkele grote namen uit de muziekwereld
werd gevraagd een duik te nemen in het rijke verleden van het
label, en een compilatie met hun favoriete reggae te puren uit de
verborgen schatten die stof liggen te vergaren in de Grote
Magazijnen. Geen eenvoudige opdracht, want in die veertig jaar
hebben zowat alle grote namen uit het genre bij Trojan platen
uitgebracht, sommigen hebben er zelfs gedebuteerd.

De figuur die aan de basis lag van Trojan Records is Duke Reid, een
gewezen politieman die als één van de Big Three ‘selectors’ in de
jaren ’50 Jamaïca afdweilde met zijn ‘soundsystem’ (een rijdende
discobar op de laadbak van een truck). Het was de enige manier om
de jongeren van een arm land, zonder echte concertzalen of
platenzaken, in contact te brengen met populaire muziek. In de
vroege jaren ’60 verlegde Reid, de Trojan King of Sounds (hij
noemde zichzelf zo naar zijn Leyland Trojan truck) zijn
activiteiten van plaatjes draaien naar zelf muziek opnemen en
producen. Wanneer hij zijn eerste 78-toerenplaatjes begon te
persen, lag het dan ook voor de hand dat die – letterlijk – het
‘Trojan’-label opgeplakt kregen. Eind jaren ’60 werd de naam Trojan
weer opgepikt en kwam het tot een samenwerking met het Island-label
van Chris Blackwell, een Brit die zich op Jamaïca had gevestigd.
Dankzij die Britse connectie werd Jamaïcaanse muziek voor het eerst
op grote schaal verdeeld. Talloze artiesten en producers als
Desmond Dekker, Jimmy Cliff, Toots & the Maytals, Dennis Brown,
Gregory Isaacs, U Roy, Lee Perry, Bunny Lee en Bob Marley & the
Wailers begonnen aan hun verovering van de wereld, terwijl ook de
in Engeland levende migranten weer konden aanknopen met hun
muzikale roots.

Jonny Greenwood, gitarist en geluidenjager bij Radiohead, krijgt de
eer de spits af te bijten van wat een heuse jubileumreeks moet
worden. Greenwood lijkt een vreemde keuze, want op zich is er – op
de door Easy Star All-Stars integraal gecoverde ‘OK Computer’ na –
niet meteen een link tussen de muziek van zijn band en reggae. Toch
is de keuze niet helemaal onlogisch, want als net als vele
vernieuwende producers die het Caribische eiland sinds de jaren ’50
heeft voortgebracht, houdt de Radiohead-gitarist van het
experimenteren met en het aftasten (en vooral het doorbreken) van
de grenzen van opname- en productietechnieken.
Een genrecompilatie (zeker als ze werd samengesteld door een
enkeling) heeft al gauw iets van een fotoalbum met vakantiekiekjes.
Duw duizend toeristen een fototoestel in de hand en drop hen op
dezelfde plaats: de kans is groot dat ze allen met een totaal
verschillend verhaal naar huis komen. De selectie op deze cd is dan
ook veeleer het persoonlijke relaas van Greenwood in rastaland, en
zeker geen staalkaart of een volledig overzicht van de vele
subgenres die zich de afgelopen veertig jaar hebben ontwikkeld in
reggae.

Wat meteen opvalt aan de selectie is dat Greenwood in zekere zin op
veilig heeft willen spelen: geen krakende, obscure opnames van
onbekende artiesten uit de beginjaren, maar evenmin de grote hits
van de kanonnen die het genre en Trojan mee groot maakten. Reggae
is natuurlijk een huis met vele kamers, te veel om aan te doen
tijdens één bezoekje, daarom ook allicht dat Greenwood zich
voornamelijk heeft beperkt tot werk uit de jaren ’60 en ’70, tot
rocksteady (de tragere voorloper van rootsreggae), dub, Jamaïcaanse
soul en het meer romantische werk van de ‘lovers’.
We zouden nu kunnen beginnen aan een rondje haarkloven en in de
eerste plaats uitpakken met de namen van – volgens ons – essentiële
artiesten die ontbreken op de tracklist, maar Greenwood had vooral
een gevarieerd, warm en sfeervol geheel voor ogen en dan sneuvelen
er onvermijdelijk namen. Bekende namen die de selectie wél haalden
en die ook bij een leek een belletje zullen doen rinkelen, zijn Lee
‘Scratch’ Perry, leerlingtovenaar Scientist (met Jammy & the
Roots Radics), Junior Byles, Desmond Dekker & the Aces, Johnny
Clarke & the Aggravators, Gregory Isaacs, Delroy Wilson en
Marcia Griffiths.

Een echte introductie in het genre is ‘Jonny Greenwood is the
Controller’ dus zeker niet, daarvoor verwijzen we u graag door naar
de tientallen interessante verzamelboxen (ook per subgenre) die
Trojan intussen op de markt heeft gegooid (Echt doen!). Maar wie
zijn ambient- en/of new age-platen beu is en iets anders zoekt voor
een avondje trippen en flippen, komt hier zeker aan zijn
trekken!

Volledige tracklist:
1. Dread Are The Controller – Linval Thompson
2. Let Me Down Easy – Derrick Harriott
3. I’m Still In Love – Marcia Aitken
4. Never Be Ungrateful – Gregory Isaacs
5. Bionic Rats – Lee ‘Scratch’ Perry
6. Cool Rasta – The Heptones
7. Flash Gordon Meets Luke Skywalker – Jammy & The Roots
Radics
8. Black Panta – Lee ‘Scratch’ Perry & The Upsetters
9. Fever – Junior Byles
10. Beautiful And Dangerous – Desmond Dekker & The Aces
11. Dread Dub (It Dread Out Deh Version) – Lloyd’s All Stars
12. Gypsy Man – Marcia Griffiths
13. A Ruffer Version – Johnny Clarke & The Aggrovators
14. Right Road To Dubland (Right Road To Zion Dub) – The
Jahlights
15. Dreader Locks – Junior Byles & Lee Perry
16. This Life Makes Me Wonder – Delroy Wilson
17. Clean Race – Scotty

http://www.trojanrecords.com

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

2 × vijf =