The Grudge 2





In zijn poging om het wereldrecord ‘dezelfde crappy film tot in
het oneindige opnieuw maken’ zit Takashi Shimizu al aan het
duivelse getal zes. Jawel, zes! ‘The Grudge 2’ is de zesde film
over diezelfde vloek die werd opgeroepen in de straight to
video
-prent ‘Ju-On’, daarna werd omgezet in een succesvolle
bioscoopversie ‘Ju-on: The Grudge’ om tot slot full circle
te komen met een Tinseltown-remake, gefinancierd door horrorgoeroe
Sam Raimi en met barbiepop Sarah Michelle Gellar in de hoofdrol.
Heel de hype rond Aziatische horror (en meer bepaald de
geblondeerde Amerikaanse remakes ervan) is allang voorbij, maar
Hollywood zou Hollywood niet zijn mocht het niet elke laatste
dollar uit elke doodbloedende franchise halen. En aldus geschiedde
met ‘The Grudge 2’, een derivatieve thriller met abominabel slechte
acteerprestaties en crackhoergoedkope boe-effecten die zelfs
Jelleke Cleymans geen schrik zouden aanjagen. Ondertussen is de
vervloekte Shimizu al bezig aan een nieuwe, Japanse ‘The Grudge’ en lijkt hij
zijn plaats in de wereldrecordboeken te verstevigen. Net zoals zijn
plaats in het vagevuur voor crappy filmmakers trouwens.

Nadat ze in de vorige ‘Grudge’ probeerde om het
spookhuis af te branden, wordt Karen (Sarah Michelle Gellar beperkt
haar aanwezigheid door vrij vroeg uit de film te springen, wink
wink
) opgenomen in het ziekenhuis. Haar jongere zus Aubrey
(Amber Tamblyn) moet van haar moeder naar Tokio gaan om uit te
pluizen wat er aan de hand is en Karen terug naar huis brengen. Met
de hulp van een jonge journalist (Edison Chen) trekt Aubrey op
onderzoek naar het beruchte huis en de hardnekkige vloek die erin
rondhangt. Die vloek manifesteert zich nog steeds in een
blauwgeschminkte jongedame die last heeft van maagoprispingen en
een al even blauw jongetje die perfect een kat kan imiteren.
Miauwkes!

Eigenlijk zitten er in ‘The Grudge 2’ nog twee andere
verhaaltjes verstopt (eentje over drie schoolmeisjes die in het
spookkot kruipen en met een vloek buitenkomen en eentje in Chicago
waarin Jennifer Beals ‘Flashdance’-gewijs een pan met aangebrande
worstjes over een vent zijn kop kiepert), maar het belangrijkste om
weten is dat die spoken nog krachtiger zijn en dat zowat iedereen
slachtoffer kan worden van hun euhm, ja, wat doen die spoken
eigenlijk? Een beetje katatoon bewegen, een halve onomatopee uit
hun bek slaan en creepy uit het niets verschijnen,
toch?

Hoewel regisseur Shimizu heel wat dingen recycleert uit zijn
vorige ‘Grudges’, heeft de vicieuze Japanner ‘The Grudge 2’
voorzien van een niet te onderschatten versplinterde structuur.
Drie verhalen, die zich op een verschillend tijdstip afspelen,
worden parallel op een non-lineaire manier voorgesteld en vinden
elkaar (hoe kig ook) naarmate de finale nadert (inclusief de
plotwending die u na een half uur al in de smiezen had natuurlijk).
Dat klinkt veelbelovend (nou ja), maar Shimizu plakt en knipt zijn
drie subplots zo onhandig en gespeend van elke logische samenhang
aan elkaar dat het resultaat alleen maar verwarring en irritatie
opwekt. Nu kan het zijn dat de wereld nog niet klaar is voor de
avantgardistische narratieve aanpak van Shimizu, maar ik heb eerder
het vermoeden dat de helft van de filmrollen gewoon niet tot in de
montagekamer zijn geraakt.

Net zoals bij de vorige afleveringen wordt er eigenlijk bijna
niets ergs getoond of zelfs gesuggereerd. ‘The Grudge 2’ is
volledig afhankelijk van de ongezellige sfeer (veel troosteloze
herfstbeelden en groezelige kelders en gangen) en af en toe een
willekeurig gekozen schrikmoment om het publiek wakker te houden.
Nu wil ik even iets kwijt over die zogezegde enge schrikmomenten.
Eerst en vooral: als de violen zo scherp knarsen dat ze vleermuizen
zouden kunnen aantrekken, dan wéét je dat er een smurfgekleurd
individu in beeld zal verschijnen. Dat verwachtingspatroon wordt
verder bevestigd doordat de slachtoffers in die situaties altijd
alleen zijn (toch gek dat wanneer iedereen op hetzelfde moment
onder de douche gaat, er toch altijd iemand helemaal alleen en als
laatste moet uitkomen) en zich op hun ongemak voelen (te merken aan
de groter wordende ogen, de ‘ik ben precies toch niet helemaal op
mijn gemak’-frons en in het geval van de blonde bitch van dienst,
het straaltje urine dat langs een been wegsijpelt naar de
dichtstbijzijnde afvoer). En dan zijn ze daar, de asgrauwe spoken
vergezeld van een oorverdovend geluidseffect om een klein ongelukje
in de broek te veroorzaken. Tuurlijk schrik je, als een flauwe
plezante vanachter een muurtje voor je uit zou springen met een
toeter, zou je óók schrikken. Mocht er in plaats van een
blauwgeschminkte vrouw een gigantische oranje dildo in beeld komen,
dan zou je ook opschrikken. Het zijn wegwerpschrikeffecten, die te
pas en te onpas op de meest goedkope manier worden aangewend om
toch wat beweging in de spanningsloze keet te brengen.

De grotendeels onbekende cast staat compleet verwaarloosbaar te
acteren (en de meeste lijden dan nog eens aan het ‘je moet trager
spreken om onheilspellender over te komen’-syndroom) en door de
kipkap-montage kan het je ook totaal niet schelen wat er met de
personages gebeurt. Shimiru verwerpt elke mogelijke regel van zijn
eigen universum (je moet al lang niet meer in dat huis geweest zijn
om een spook op bezoek te krijgen) en laat zijn personages de meest
onlogische dingen doen om een geforceerde eerie sfeer te
creëren. Zoals het meisje dat van een karton melk begint te drinken
en het vervolgens terug uitkotst in hetzelfde karton en de oude
vent die op een bus ‘kiekeboe’ begint te spelen met het het
vervloekte zoontje (jaja, daar mag zeker even bij gefronst worden).
Tot slot krijg je een compilatie van de meest afgezaagde
horrorclichés, van de zwarte kat langs de obligate badkuipscène tot
de krakende spookhuisgeluiden, er helemaal gratis en voor niets
bij.

Wie dacht dat ‘The
Grudge’
al redelijk debiel en onnozel was, wees gewaarschuwd:
bij deze sequel doen ze er nog een flinke scheut bovenop. Het is
belachelijk, streeft ernaar om zo weinig mogelijk steek te houden
en is vaak dodelijk saai. Af en toe gaat ‘The Grudge 2’ zo scheef
dat het bijna grappig wordt, maar laat u niet vangen, dit blijft
een strontvervelende geeuwthriller met veel asgrauwe schmink en
weinig suspense. Als u toch de bioscoop durft te betreden, kijk dan
zeker of er geen boerenlatend jongetje onder uw stoeltje zit. Geef
dat kereltje eens een flinke tik op zijn rug zodat hij stopt met
die vieze geluiden. Met wat geluk zijn we dan ook voorgoed van die
klotevloek verlost.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

negentien + 6 =