The Illusionist





110 min. / USA
/ 2006

Normaal gezien heb ik het niet zo voor goochelaars. Ik voel een
instinctief wantrouwen voor mensen die zich in een smoking wurmen
zonder dat ze de hoofdrol spelen in een James Bondfilm (kan nooit
gezond zijn), om nog maar te zwijgen van lijpo’s die konijnen doen
verdwijnen en ballons in fallische vormen knopen (hoe ziek kun je
zijn?). Maar kijk, het mooie van de cinema is dat het zowat àlles
hip kan maken. Nog maar enkele weken geleden kwam Christopher Nolan
aanzetten met ‘The
Prestige’
, een ietwat overschatte, gimmicky thriller
over twee concurrerende goochelaars, en nu is het de beurt aan Neil
Burger met ‘The Illusionist’. Hoe het zover gekomen is weet
niemand, maar goochelaars zijn ineens weer cool. What’s
next,
een heropleving van clowns en acrobaten in de film?

We bevinden ons in het Oostenrijk-Hongarije van omstreeks 1900.
Eisenheim (Edward Norton), wordt als kind stapelverliefd op Sophie.
Hij is de zoon van een kastenmaker, zij is van adel en bijgevolg
is hun romance geen lang leven beschoren. Een gebroken hart en vele
jaren later heeft Eisenheim zich opgewerkt tot meester-goochelaar
die heel Wenen met verstomming slaat (live on stage een
sinaasappelboompje laten groeien is dan ook geen kattenpis). Op een
avond ziet hij tijdens een optreden Sophie terug, die is opgegroeid
om eruit te zien als Jessica Biel, en (wie kan het hem kwalijk
nemen) voelt hij het oude vuur meteen weer opflakkeren. Probleem:
Sophie is ondertussen verloofd met prins Leopold (Rufus Sewell),
een arrogante eikel die volgens de geruchten ooit al eens een oud
lief van een balkon heeft gesmeten. Eisenheim en Sophie worden
nauwkeurig in de gaten gehouden door politie-inspecteur Uhl (Paul
Giamatti), die op het eerste zicht weinig meer lijkt dan een
schoothondje van Leopold, maar gaandeweg heel wat sympathie begint
te voelen voor Eisenheim.

De vergelijkingen met ‘The Prestige’ zijn
allicht onvermijdelijk, maar buiten de aanwezigheid van een
goochelaar als hoofdpersonage is er in feite maar weinig dat de
twee films aan elkaar linkt. ‘The Prestige’ was een
tamelijk goed geconstrueerd mystery-verhaal dat volledig
afhing van z’n plotwendingen – knap gemaakt, dat wel, maar
uiteindelijk een erg mechanische film, waarin de personages
ondergeschikt waren aan de verrassingen in het verhaal. ‘The
Illusionist’ is dan wel veel minder showy en ostentatief
in z’n “kijk-eens-wat-ik-kan”-mentaliteit, maar de film heeft wél
een hart en een ziel die er bij Christopher Nolans prent soms aan
ontbrak. In essentie is dit een liefdesverhaal, over een romance
die sociale klassenverschillen overstijgt – de goochelarij en
andere hocus-pocus functioneert daarbij voornamelijk als metafoor.
Wat is goochelen anders dan een ultieme manier om de werkelijkheid
aan je wensen aan te passen? Tijdens een eerste grote goochelscène
zien we Eisenheim op het podium staan en een praatje houden over de
tijd: “We zijn allemaal slaven van de tijd. Af en toe zouden we hem
willen vertragen of stilzetten, maar dat kunnen we niet.” Waarbij
hij een sinaasappel in slow motion van z’n éne hand in de
andere laat vallen. In ‘The Prestige’ stonden
de goocheltrucs op zichzelf, hier worden ze aangewend als een
manier om een oud lief terug te krijgen. Om verloren tijd goed te
maken. Ik ben net nog een voldoende sentimenteel watje om dat
zinvoller te vinden.

Dat alles geeft aan ‘The Illusionist’ een oprechte, menselijke
dimensie die het eenvoudig maakt om bepaalde onvolkomenheden in de
film te vergeven. De passionele liefde tussen Eisenheim en Sophie
wordt bijvoorbeeld een beetje ondergraven door het
leeftijdsverschil tussen Edward Norton en Jessica Biel – in de film
horen ze even oud te zijn, maar in werkelijkheid schelen ze 13
jaar, en dat zié je. Edward Norton kan goed genoeg acteren om het
verlangen en de frustratie van Eisenheim toch tastbaar te maken,
maar Biel is miscast als Sophie. Ze doet zichtbaar haar best om
haar ‘Seventh Heaven’-reputatie te ontstijgen, maar de passie in de
relatie moet toch vrijwel integraal van Norton komen.

Rufus Sewell is dan weer wél een goed acteur, maar de rol van
schofterige prins is nogal eendimensionaal. Pas helemaal op het
einde krijgen we heel even een menselijke kant van hem te zien,
maar voor het overige is Sewell gewoon een evil bastard.
In de doorsnee Hollywood-fantasie zou je je daar allicht niet aan
storen, maar ‘The Illusionist’ heeft wel de ambitie om meer te zijn
dan dat – dan hadden ze ook de moeite mogen nemen om dat personage
iets verder uit te benen.

Om maar te zeggen: er vallen foutjes terug te vinden in ‘The
Illusionist’, maar niets dat niet wordt opgevangen door de sterke
basisgedachte achter de film en vooral ook door de visuele flair
ervan. Neil Burger geeft zijn hele prent een gelige, bijna
sepiakleurige belichting, die doet denken aan de vroegste dagen van
de fotografie. Om die indruk te versterken, speelt hij ook met de
scherpte van zijn beelden: regelmatig begint een scène met een
flou artistique om daarna pas volledig in focus te komen,
en nog vaker laat Burger de randen van zijn scherm continu een
klein beetje wazig. Het gebruik van een iris in en
out, waarbij het beeld verkleint tot een cirkeltje
vooraleer volledig zwart te worden, en de oerklassieke, lyrische
pianoscore van Philip Glass, dragen daar ook enorm toe bij.
Stilistisch gezien gaat Burger op een ongegeneerde
retro-trip, en dat werkt. Niet alleen is ‘The Illusionist’
één van de knapst in beeld gezette films van het voorbije jaar,
maar ook staat die stijl volledig ten dienste van het soort verhaal
dat de regisseur wil vertellen. Er is niets gratuit aan zijn
mooifilmerij, alles is erop bezien om de sfeer van de periode tot
leven te wekken en op die manier de emoties van de personages in
een bepaalde context te plaatsen.

Komt daar nog bij dat buiten Edward Norton ook Paul Giamatti
alweer schitterend staat te acteren. Niet alleen is zijn accent
voortdurend geloofwaardig, maar hij weet ook op een subtiele manier
om te gaan met de subtext rond klasse die door de film loopt. Net
zoals Eisenheim te laag op de sociale ladder staat om met Sophie te
kunnen gaan lopen, is inspecteur Uhl de zoon van een simpele
beenhouwer die met veel geluk en hard werk tot de entourage van de
prins is kunnen doordringen. Giamatti moet de dubbelzinnigheid
spelen tussen zijn wens om hogerop te klimmen, en zijn natuurlijke
sympathie voor sociale underdog Norton, en hij doet dat
met een indrukwekkende subtiliteit.

In zekere zin is de publiciteitscampagne voor ‘The Illusionist’
erg bedrieglijk. De affiche en de trailer suggereren een
mysterieuze thriller, maar wat je echt krijgt is een romantisch
drama met een twist. Maar ja, so be it. Er zijn heel wat
ergere films om per ongeluk binnen te lopen. ‘The Illusionist’
heeft z’n gebreken, ja, maar het is ook een gevoelige, subtiele en
visueel magnifieke film. In het duel tussen de goochelaars staat
het alvast 1-0 voor Burger.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

16 − elf =