Pit Er Pat :: Pyramids

Humor en muziek gaan moeilijk samen, of beter gezegd: intelligente muziek en humor gaan moeilijk samen. Niemand zal Tortoise er ooit van durven of willen verdenken dat de heren tijdens hun drukke muzikale bezigheden iets van humor vertonen. Dat de groepsleden zelf nochtans al meermaals bewezen hebben een goede grap te appreciëren, doet niet ter zake.

Bij het Tortoise-gerelateerde (John McEntire fungeerde als producer) Pit Er Pat zal men minder snel struikelen over het verkeerde beeld van een overschot aan ernst. Bewust of onbewust doet de groep nog steeds denken aan het vrolijkere broertje van Tortoise, iets minder knap misschien maar wel een pak vrolijker. Het trio — Fay Davis-Jeffers (keyboards, zang), Butchy Fuego (drums, zang) en Rob Doran (bas, zang) — debuteerde in 2005 met Shakey en brengt nauwelijks een jaar later al een opvolger uit, die gewoon meer van hetzelfde brengt.

Op Pyramids is het moeilijk om te spreken van een ander of nieuwer geluid. Pit Er Pat heeft gewoon niet de tijd genomen om als groep "te groeien", en dat is jammer genoeg duidelijk te horen. De tussen Tortoise en Stereolab in hangende sound is gebleven maar het trio struikelt over dezelfde blokken die bij het debuut nog door de vingers gezien konden worden. Een onoverkomelijk probleem is dat echter niet, daarvoor blijft de groep te aanstekelijk.

"Brain Monster" start alvast onder een mooi gesternte: de op Tortoise-leest geschoeide song krijgt een nukkig ritme mee en toont een Davis-Jeffers in goeden doen. Haar klaaglijke zang plooit zich wonderwel naar de tegendraadse song, die overvloeit in het veel zachtere en toegankelijkere "Seasick (Hang Then)". Het kinderlijke en modderig klinkende "Time Monster" staat eerder onstabiel op de benen en wankelt met onvaste tred naar het einde. Het is een dubbeltje op zijn kant, maar het nummer weet zich nog net recht te houden aan het gekke"Baby’s Fist".

Op "Baby’s Fist" klinkt Davis-Jeffers kinderlijker dan ooit, en de bas en drum vormen een meeslepend en log ritme, dat in de hogere noten van het keyboard een haak vindt om zich aan op te trekken. Ook het jazzy "Swamp" weet zich staande te houden en ontspoort langzaam in een dreunende stonervariant courtesy Pit Er Pat. In "Pyramids" wordt die stoner gekoppeld aan tribale percussie en sci-fi-keyboards, maar hier wordt ook duidelijk dat Pit Er Pat er nog niet in slaagt om elke song voldragen te laten klinken. Met "No Money = No Friend" wordt die bittere nasmaak gelukkig weggespoeld, zelfs al jankt Davis-Jeffers net niet vals.

De song draagt helaas opnieuw een belofte in zich die te weinig uitgedragen wordt. "Solstice" slaat netjes terug door een jazzy ritme te laten primeren en Davis-Jeffers als naïeve prima donna op te voeren, geruggensteund door haar beide kompanen. De nutteloze ambient van "Rain Cloud" slaat u best over, want "Skeletons" biedt een loopse bas aan en laat het vuur in de pan overslaan. "Moon Angel" biedt niets nieuws: tegendraadse ritmes, een op het randje van irritant balancerende Davis-Jeffers, en knap op elkaar ingespeelde instrumenten.

Pit Er Pat haalt de mosterd duidelijk nog steeds bij Tortoise maar klinkt een pak minder cerebraal. Daardoor ligt een album als Pyramids veel beter in het gehoor, maar waar Tortoise-platen bij elke beluistering meer van hun diepgang vrijgeven, gebeurt bij Pit Er Pat net het omgekeerde. Pyramids klinkt te onvolgroeid om echt indrukwekkend te zijn. Voor dergelijke platen is evenwel het epitheton "beloftevol" uitgevonden. Maar tenzij de groep het roer steviger in handen neemt, zal die term voor het volgende album wel ingewisseld worden met "degelijk".

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

twaalf − 1 =