Pit Er Pat :: High Time

Het aantal bands dat het predikaat "beloftevol" krijgt maar daar op de volgende platen niets meer aan toe te voegen heeft, kan in aantal rustig wedijveren met de getalsterkte van misnoegde Fortis-aandeelhouders. Met twee degelijke platen zonder meer, dreigde ook Pit Er Pat zich daar permanent te parkeren.

Op High Time — kan een titel toepasselijker zijn? — gooit de groep het gelukkig over een relatief andere boeg waardoor hij meteen aantoont dat het aloude adagium "willen is kunnen" nog steeds van toepassing is op iedereen die talent en moeite op elkaar wenst af te stemmen. Pit Er Pat klinkt niet langer als een narrenversie van op-Tortoise-geïnspireerde postrock maar brouwt een heel eigen muzikaal amalgaam dat net zo min zijn verleden ontkent als het omarmt.

Hoewel in de tracks nog steeds een bepaalde structuur te vinden is die verwant aan de vorige platen is, wagen verschillende tracks zich aan een aanpak die gedomineerd wordt door één instrument. Hierbij schikken de andere instrumenten zich naar hun dienende rol en is de zang in het bijzonder niet alleen ondergeschikt is maar vaak zelf volledig buiten spel gezet om de vreemde mix van sfeerschepping en song volledig te maken.

Het mooist komt dit tot uiting in het door percussie voortgedreven "Sun in Capricorn: Moon in Aries: Anno". De song kan door zijn tribale nadruk op het ritme gemakkelijk binnen de Chicago-school geplaatst worden, maar weet ook een "primitieve" invulling aan het geheel te geven waardoor het religieus-rituele element op de voorgrond geplaatst wordt en de muzikale omkadering terecht in een dienende rol geduwd wordt.

"Creation Stepper" daarentegen plaatst bijna een nummer lang een marimba prominent op de voorgrond, tot de band in de laatste minuut opeens besluit dat een flinke portie verstoord gezang bij zal dragen aan de song. Tijdens "My Darkers" is het een harmonium dat de hoofdrol claimt, al vervullen vooral de blazers een belangrijke ondersteunende rol in het bepalen en uitspelen van de weemoedig maar vreemde sfeer. Met "The Good Morning Song" drijft de groep zijn onorthodoxe aanpak echter het verste door en laat hij allerlei instrumenten door elkaar hollen.

Dat het niet altijd zo gek hoeft te zijn, bewijst "Omen", dat een popnummer middels een Tortoise-aanpak creëert en sterk leunt op enkele vlotte gitaarlijnen en goed geplaatste blazers. Ook "The Cairo Shuffle" weet te behagen door voor een Music Hall-gevoel te gaan, maar dit dan zo absurd in te vullen dat het balorkest zijn partituren onder de invloed van peyotes te lezen krijgt. Het nummer hint voorzichtig naar de Zuiderse/Latijnse toets die in "Copper Pennies" duidelijk te onderscheiden valt en ook aanwezig is in het weliswaar minder geslaagde "Trod-A-Long", dat te veel weinig uitgewerkte ideeën bevat en zo voor de enige echt zwakke song zorgt.

Een jaar geleden klonk Pit Er Pat nog als een beloftevolle groep die met zijn humoristische aanpak van artrock en aanverwanten te weinig blijf wist. Pyramids was een stap in de goede richting maar onvolgroeid. Bovendien was het nog maar de vraag of de groep zichzelf niet in een doodlopend straatje aan het manoeuvreren was. High Time bewijst dat een dergelijke vrees ongegrond was: de groep heeft het heft stevig in handen. Mocht de omschrijving "prettig gestoord" niet zo verfoeilijk zijn, had Pit Er Pat het predikaat zonder twijfel verkregen.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

6 + twee =