OOIOO :: Taiga

Laat een volgend rondje aanrukken met de terminologie "vreemd" erin, want OOIOO heeft een nieuw album uit. Japanofielen en undergroundliefhebbers zullen de "vrouwengroep" rond Yoshimi P-we, onder meer percussioniste bij het legendarische Boredoms, vast wel al eens tegen het lijf gelopen zijn, en zullen zelfs een van de vorige vier albums gehoord hebben.

Geen twee albums van OOIOO zijn gelijk te noemen, waardoor het referentiekader bij elk album opnieuw ingesteld dient te worden. Op Taiga, Japans voor "grote rivier", staat de natuur centraal, al is dat niet altijd even goed te horen.

De dames blazen met "UMA" meteen alle verstopte gehoorgangen op. Een hol klinkende drum bepaalt het marsritme waarboven de dames, aangevoerd door drilsergeant Yoshimi, hun strijdkreten uitschreeuwen. Dat er af en toe een gitaar of fluitjes te horen zijn, is onbelangrijk want alleen de drill telt. De rustpauze volgt in "KMS", dat tribale percussie koppelt aan uitgesponnen gitaarpartijen. Na ongeveer drie minuten besluit de drum het over een jazzy boeg te gooien, in weerwil van de slepende baslijn. De gitaren volgen slaafs en krijgen de versterking van blazers en Yoshimi die zich Billie Holiday waant. Dat de song uiteindelijk ontspoort zonder het spoor bijster te raken, mag niet verwonderen. Japanners zijn meesters in gestructureerde chaos.

Ook "UJA" wil zijn tijd nemen en neemt de Japanse traditionele muziek als uitgangspunt, al wordt die traditie wel gekoppeld aan enerverende klanken en anarchistische pianoaanslagen. Yoshimi declameert, schakelt daarna over op mantrische gezangen en geeft er na vier minuten de brui aan, in die zin dat de song zonder waarschuwing overschakelt naar een popsong, zoals die alleen in het land van de rijzende zon te horen zijn. Een pastiche op pop wordt zonder een zweem van ironie gebracht. Na zes minuten volgt een derde breuklijn, wanneer het nummer teruggekoppeld wordt naar zijn begin. De slang bijt in haar eigen staart.

Op "GRS" croont Yoshimi een tweede keer, golven stromen aan en af, en een vreemdsoortige accordeon wordt middels enkele andere instrumenten gemarteld. Niemand is nog mee wanneer "ATS" zich aandient. Ditmaal kan een vergelijking gemaakt worden met Buffalo Daughter, van wie de bezwerende ritmes terug te vinden zijn in dit nummer. En hoewel het nummer moeiteloos de zeven minuten overschrijdt, blijft het netjes binnen de uitgetekende lijnen.

Ook "SAI" start naar OOIOO-normen relatief gewoontjes. De verschillende stemmetjes die elk hun eigen melodie bepalen, de jazzy drum en trance-achtige gitaren bieden geen verrassingen meer. Dat de song het na vijf minuten toch over een andere boeg gooit, was te verwachten. Metalen percussie, een psychedelisch maar afgebeten gitaarstuk en Yoshimi die tussen blaffen en krijsen in hangt alvorens te zingen. De mand met metaforen raakt zo langzamerhand leeg om Taiga te beschrijven. Maar dat is buiten de waard gerekend die het nummer laat eindigen een mix van rock, tribale klanken, jazzblazers en Japanse gekte. Bent u nog mee?

"UMO" zoekt aansluiting bij "UMA" en geeft opnieuw het beste van zichzelf als marslied. Gaandeweg vervoegen meer instrumenten de tocht, maar de richting ligt gelukkig vast. "IOA" klinkt als de laatste stuipen van een drinkgelag: iedereen zingt door elkaar en de gitaren en drums freewheelen. Een korte noise-eruptie niet te na gesproken, wandelt het nummer rustig richting uitgang, het is mooi geweest.

Liefhebbers van vreemde uitspattingen en bizarre songwendingen zullen aan Taiga opnieuw een vette kluif hebben. OOIOO behoort tot de niche van (voornamelijk Japanse) groepen die andere regels en structuren volgen dan het gros van de muziekgroepen. En zoals steeds vinden sommigen dat geweldig en anderen net retesaai. Een kwestie van perceptie, zeg maar.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

vijf × vier =