Pit Er Pat :: Pyramids

Pit Er Pat. Gelukkig klinkt hun ontstaansgeschiedenis mooier dan
hun naam. Het begon allemaal met een gelegenheidsoptreden in hun
thuishaven Chicago. De lokale singer-songwriter die ze voor de lol
van een voorprogramma zouden voorzien, trok naar the Big Apple en
liet Pit Er Pat, toen nog The Blackbirds, troosteloos alleen
achter. Het trio bleef echter niet bij de pakken zitten, schreef in
zeven haasten enkele songs bij elkaar en vond zoveel bijval van het
publiek dat ze besloten een band te worden. Vandaag, drie jaar na
die bewuste avond, ligt met ‘Pyramids’ hun tweede langspeler in de
rekken. Of hoe dit leven is opgebouwd uit een aaneenschakeling van
toevalligheden.

Als je de jazzy postrock van Pit Er Pat hoort, dan brandt er een
lampje in je hoofd dat je moeilijk kan uitzetten. Laat het ons maar
een tl-lamp noemen en het de naam ‘Tortoise‘ schenken.
Een en ander heeft met de belangrijke jazzinvloed van Pit Er Pat te
maken. Wat de vergelijking nog sterker maakt, is producer John
McEntire, die we ook nog kennen van… juist, Tortoise. Let op, wat
Pit Er Pat doet, is zeker geen kopie van deze standaard. Het blijft
allemaal een stuk luchtiger en pianiste Fay David-Jeffers zingt er
haar naïef klinkende lyrics boven. Waar haar elektrische piano het
meest dominante instrument is, is ook de bas van Rob Doran vaak
bijzonder bepalend. Niet zo verwonderlijk als er geen elektrische
gitaar aan te pas komt.

Het probleem met Pit Er Pat is dat hun muziek bij momenten even
boeiend klinkt als de conversatie tussen twee walnoten over het
weer van de voorbije dagen. Vooral in de tweede helft (‘No Money =
No Friend’, ‘Skeletons’) botsten we wel eens op dit vervelende
gebrek. Toch zijn er ook enkele positieve zaken over ‘Pyramids’ te
melden. Zo staat er geen écht slecht nummer op deze tweede
langspeler en vinden we zelfs een paar songs terug die we met
plezier zullen blijven draaien. Opener ‘Brain Monster’ is er zo
eentje. Het steekt van wal met een voorzichtig, licht
onheilspellend gerommel en getinkel, combineert een verkennende
piano met verre stedelijke geluiden en laat de zang relatief laat
invallen. Je stelt je een meisje voor dat wat goedgelovig uit
vreugde om haar as blijft draaien, waarbij het hele plaatje niet
alleen onschuld, maar ook tragiek ademt.
Het eerste deel van ‘Swamp’ kunnen we niet meer dan ‘onderhoudend’
en ‘schatplichtig aan Tortoise‘ noemen. Het
is pas wanneer het tempo de hoogte in gaat, en je als het ware
begint te panikeren omdat je nu pas beseft in een moeras te staan,
dat het boeiend wordt. Plots gaan de basgitaarnoten als
helikopterschroeven tekeer en volgt de drummer het salvo. Het is
een beetje jammer dat dit voor Pit Er Pat atypische gedeelte wat
ons betreft de meest boeiende momenten van ‘Pyramids’ zijn. Het
geluid komt in de buurt van Lightning Bolt, neemt
nog wat boeiend gepiep erbij en eindigt bijzonder vredig met de
hulp van onze gevederde vrienden.

Aardig is ook ‘Baby’s Fist’. Fay hangt tussen rappen en zingen in
en de bassist zorgt ervoor dat het allemaal lekker cool blijft.
Titeltrack ‘Pyramid’ stoppen we ook in de categorie ‘interessant’
en begint met de vogels waarmee ‘Swamp’ eindigde. Het ritme wordt
behoorlijk Afrikaans en Fay David-Jeffers zingt alsof het haar
allemaal kan gestolen worden. Het meest jazzy nummer heet
‘Solstice’ en hoort perfect thuis in een donkere bar waar
intellectuelen wel eens samenhokken, maar wordt nooit beter dan
degelijk. Voor een streepje ambient zorgt ‘Rain Clouds’. Elementen
als een verafgelegen stoet, een ijzige wind om je oren, snijdende
hoofdpijn, galopperende paarden en elektronische meeuwen passeren
de revue.

Je zal ons nooit horen zeggen dat deze Pit Er Pat er beter niet was
geweest. Hij wisselt sterke momenten af met minder sterke. Maar om
ons over de streep te trekken, valt ‘Pyramids’ een stuk te mager
uit. Muzikaaltechnisch zit het snor, aan de opbouw van de songs is
nog wat sleutelwerk.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

8 + 12 =