Mean Streets

‘Je maakt je zonden niet goed in de kerk. Dat doe je op straat,
en waar je woont.’ Dat zijn de openingswoorden van ‘Mean Streets’ –
woorden die een blauwdruk bieden voor de inhoud van de hele film,
en bij uitbreiding voor het grootste deel van Martin Scorsese’s
oeuvre, dat met deze prent pas goed op gang kwam. Scorsese is zijn
hele leven lang gefascineerd geweest door een paar onderwerpen: het
leven in the hood, grote en kleine criminaliteit, seks en
geweld (en vooral de relatie tussen die twee), katholiek zondebesef
en het masochisme dat daarmee samengaat. ‘Mean Streets’, uit 1973,
was zijn doorbraakfilm, en al die elementen, die nog zouden
terugkeren in meesterwerken als ‘Goodfellas’, ‘Casino’, ‘Raging Bull’ en ga zo
maar door, waren hier al aanwezig. Niet in embryonale vorm, niet
als subtiele subtexten die je achteraf kunt ontwaren omdat je de
regisseur nu eenmaal beter hebt leren kennen, nee, als volwaardige,
pertinent aanwezige thema’s die op een krachtige manier worden
onderzocht. Scorsese wist al waar hij het over wilde hebben aan het
begin van zijn carrière. Over de loop der jaren heeft hij geleerd
om die boodschappen eleganter en met meer cineastische flair op het
scherm te toveren, maar de onderliggende gedachten zijn eigenlijk
niet zo gek veranderd tijdens de voorbije 35 jaar.

Scorsese vertelt het verhaal van Charlie (Harvey Keitel), een
diepgelovige jongen van in de twintig die zich staande probeert te
houden in het little Italy van de vroege jaren zeventig.
Al van in de openingsscène wordt het duidelijk hoe moeilijk Charlie
het heeft om zijn levensstijl te verzoenen met zijn religie: we
horen hem bidden in een kerk (de stem van zijn gedachten ingelezen
door Martin Scorsese zelf), waarna hij zijn vingers boven de vlam
van een bidkaars houdt, zo lang als hij kan. Hij leidt een zondig
leven, hij beseft dat, en hij wil zichzelf straffen. Vervolgens
trekt hij de mean streets in, waar alles om hem heen erop
bezien lijkt om hem weg te rukken van het zondevrij leven dat hij
wil leiden. Zijn vriendenkring bestaat uit kruimeldieven,
minigangsters en zatlappen. Zijn beste vriend Johnny Boy (een
verschrikkelijk jonge Robert De Niro) is een parasiet die bij
iedereen geld gaat lenen zonder het terug te betalen, nooit werkt,
elke avond stomdronken is en met een andere griet in bed ligt. Tony
is de plaatselijke nachtclubeigenaar, die de junkies persoonlijk
uit z’n tent moet gooien en Michael is schijnbaar de grootste
gangster die de buurt zich kan permitteren, wat nog steeds niet erg
veel wil zeggen – hij perst mensen af, bedriegt ze voor luttele
bedragen en lijkt van iedereen in de buurt nog geld te krijgen.
Niet bepaald Don Corleone.

In die omgeving is het moeilijk om een devoot katholiek te zijn,
en Charlie’s reactie is om de zonden van iedereen om hem heen op
zichzelf te nemen. Hij werpt zich op als de biechtvader van de hele
buurt, die Johnny beschermt telkens wanneer die iets doms doet (wat
dikwijls is), die ruzies probeert te settelen en zich in de plaats
van anderen schuldig voelt na diefstallen en vechtpartijen. Zijn
hele leven is één lange akte van berouw voor een zonde die hij
wellicht nooit begaan heeft. Charlie kan blijkbaar niets doen
zonder dat zijn katholiek schuldgevoel de kop opsteekt en alsof dat
nog niet genoeg is, neemt hij alles wat anderen fout doen er ook
nog eens bij. Hij is zo’n beetje de ultieme katholieke masochist,
een reservoir voor andermans zonden – een Christusfiguur, enfin.
Maar het probleem is natuurlijk dat je daar maar tot op een bepaald
niveau mee door kunt gaan. Vroeg of laat wordt het ook hem teveel,
vooral omdat anderen absoluut geen behoefte lijken te hebben aan
zijn empathie. De jongens uit de buurt willen zichzelf gewoon kapot
laten gaan en ze willen daar geen bemoeienissen bij, dankjewel.

Scorsese maakte van ‘Mean Streets’ een semi-autobiografische
film. De regisseur groeide zelf op in de wijk waar de film zich
afspeelt, met mensen om zich heen die met één of twee voeten in de
criminaliteit stonden, terwijl hij zelf lang heeft getwijfeld om
priester te worden. Het contrast tussen persoonlijke overtuigingen
en de omgeving waarin de personages zich bevinden, drijft de hele
film. Scorsese heeft daarbij goed gekeken naar Fellini’s ‘I
Vitelloni’, een prent die hij qua structuur en thematiek voor een
groot deel volgt.

Het technisch vernuft van de regisseur is hier ook al duidelijk,
met heel wat visuele en muzikale technieken die later tot zijn
handelsmerken zouden gaan behoren. Het gebruik van popliedjes,
waarvoor ‘Goodfellas’ en ‘Casino’ zo geroemd
werden, wordt hier al geïntroduceerd. ‘Be My Baby’ tijdens de
beginaftiteling en ‘Mr. Postman’ tijdens een vechtscène zijn
pareltjes van goed getimede muzikale cues. Scorsese houdt
ook duidelijk al van lang aangehouden travellings, die hij later
verder kon polijsten door het gebruik van de steadicam, die anno
1973 nog niet beschikbaar was. Let op een shot aan het begin van de
film, waarin we een slow-motion dolly shot zien in de nachtclub –
dat is vintage Scorsese, en daarvoor heeft hij niet z’n
tiende film moeten afwachten. Dat idee zat al in één van zijn
vroegste projecten. Scorsese werkt met soms gestileerde visuele
motiefjes om de ideeën van z’n scenario te ondersteunen. De
nachtclub fungeert als een visie op de hel, geen wonder dat de plek
continu felrood gekleurd is. En, in wellicht het beste shot van de
film, maakt Scorsese de camera vast aan Harvey Keitels lichaam om
diens dronkenschap te suggereren (een trucje dat achteraf werd
opgevolgd door Darren Aronofsky in ‘Requiem For a Dream’). De
camera zwalpt mee met zijn kapseizend lijf – je hebt je nog nooit
zo zat gevoeld zonder te drinken.

‘Mean Streets’ is uitgegroeid tot een Amerikaanse klassieker en
heeft sowieso aan belang gewonnen dankzij de carrière die de
regisseur achteraf heeft uitgebouwd. Maar dat wil niet zeggen dat
de prent op zichzelf geen gebreken heeft. Wat Scorsese later wél
nog zou leren en wat er hier een beetje aan ontbrak, was hoe hij
continu tempo in z’n films kon houden. Een doorsnee Scorsese vliegt
voorbij, met een energieke montage en het éne set piece na
het andere. In ‘Mean Streets’ daarentegen, heb je toch een
middenstuk dat wat te lang lijkt te duren, met scènes die hetzelfde
punt een aantal keer herhalen. Die les had de regisseur overigens
snel geleerd, met vanaf zijn volgende prent sterkere plots om de
thematiek te schragen. Slechts drie jaar later was Scorsese de
regisseur van ‘Taxi
Driver’
, dat moet je als een teken zien. Los daarvan is ‘Mean
Streets’ het visitekaartje van één van de grootste filmtalenten die
de wereld ooit gezien heeft.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

16 + veertien =